Privatisering of juist onder publieke controle

Twee jaar geleden nog uitgesloten. Uit een oogpunt van economisch patriottisme nu bijna wet: de privatisering van Gaz de France. De oppositie heeft bezwaren en voorziet hel en verdoemenis.

Straatprotest tegen fusieplan. Volgens de Franse premier Dominique de Villepin zou de fusie tussen Gaz de France en Suez Frankrijks mondiale industriële rol waarmaken. GDF-Suez moest een nationale kampioen worden. (Foto AFP) Des manifestants font brûler un cercueil devant la préfecture du Doubs pour protester contre le projet de privatisation de Gaz de France (GDF) qu'impliquerait une fusion entre l'entreprise et Suez, le 20 juin 2006, à Besançon. AFP PHOTO BRUNO FERRANDEZ
Straatprotest tegen fusieplan. Volgens de Franse premier Dominique de Villepin zou de fusie tussen Gaz de France en Suez Frankrijks mondiale industriële rol waarmaken. GDF-Suez moest een nationale kampioen worden. (Foto AFP) Des manifestants font brûler un cercueil devant la préfecture du Doubs pour protester contre le projet de privatisation de Gaz de France (GDF) qu'impliquerait une fusion entre l'entreprise et Suez, le 20 juin 2006, à Besançon. AFP PHOTO BRUNO FERRANDEZ AFP

In het stadje Tulle, een kleine 500 kilometer ten zuiden van Parijs, werd vorige week een onwaarschijnlijk huwelijk voltrokken. Rechts, de bruidegom, Roger Déhaiffe (klinkt een beetje als: GDF). Links, mevrouw Aimée Lectricité de France (afgekort: EDF). Voordat zij elkaar de ringen omdeden, vroeg de burgemeester of de twee bereid waren tot in de eeuwigheid „energie voor iedereen te garanderen, met gelijke prijzen in het hele land, een hoog niveau van service en zekerheid”. En vooral: „Onder publieke controle.” Het ‘bruidspaar’ zei zonder aarzelen ja, want hun rollen werden vertolkt door leden van vakbond CGT. De burgemeester van Tulle is François Hollande, partijleider van de Franse socialisten.

Het schijnhuwelijk was een illustratief toneelstukje bij het Franse debat over een beladen privatisering: die van de grootste gasdistributeur van Europa, Gaz de France (GDF). De Franse regering wil de meerderheid opgeven in een van de twee historische Franse energiebedrijven. Twee jaar geleden legde zij nog wettelijk vast dat het staatsaandeel in GDF nooit onder de 70 procent mocht zakken. Nu wil ze daarvan af, omdat de privatisering van GDF een voorwaarde is om een fusie mogelijk te maken met het Frans-Belgische Suez. Alleen samen behoren GDF en Suez tot het rijtje grote ‘multipolaire’ energiebedrijven – met gas en elektriciteit uit verschillende bronnen – op de straks geliberaliseerde Europese energiemarkt. Gemeten naar jaaromzet en beurswaarde, wordt Suez-GDF groter dan EDF en de Duitse concurrenten Eon en RWe. In de Benelux is Suez-GDF de grootste gasleverancier en het tweede elektriciteitsbedrijf – met belangstelling voor meer, zei GDF-topman Cirelli al in februari. De Franse staat behoudt volgens het fusieplan een blokkerend minderheidsaandeel van 33,33 procent en voor alle zekerheid ook een golden share, een aandeel met vetorecht.

Toch stelt dat de tegenstanders van de fusie in Frankrijk niet gerust. Zij dromen van een alternatief monsterverbond: tussen EDF en GDF, helemaal in staatshanden. Gisteren begon het debat in het Franse parlement over de wet die het de staat mogelijk maakt zijn aandeel in GDF van minimaal 70 procent te verlagen naar 33 procent. Hollande pleitte meteen voor uitstel tot na de presidentsverkiezingen van april 2007. De oppositie wil ook weten welke eisen de Europese Commissie aan de fusie stelt. Minister van Financiën Breton ging ’s avonds niet verder dan verzekeren dat de combinatie geen afstand hoeft te doen van de zeven kerncentrales die Suez in België bezit, via haar filiaal Electrabel. Ook het gastransportnetwerk van GDF zou intact blijven.

De Franse oppositie heeft meer obstakels opgeworpen. Zoals een recordaantal van 137.000 amendementen bij de privatiseringswet. Het zou tien jaar kosten om ze allemaal echt te behandelen. De regering dreigt haar toevlucht te nemen tot een grondwettelijke noodprocedure om het parlement buitenspel te zetten.

Maar waarom? Volgens econoom Elie Cohen, vooraanstaand op het gebied van industriepolitiek, gaat het de tegenstanders helemaal niet om de fusie tussen Suez en GDF. „Dat is een voorwendsel.

Dit is een nieuw hoofdstuk in de grote strijd tegen de liberalisering in Europa.” Vooral de nostalgie naar de „gemiste kans” om EDF en GDF te laten fuseren irriteert hem. In 2004 maakte Cohen deel uit van een commissie die deze optie voor de Franse regering „heel serieus” bestudeerd heeft. „Alle, álle experts zeiden dat het wél kon, maar alleen als EDF een deel van zijn kerncentrales zou opgeven en GDF afstand zou doen van een deel van zijn gastransportnetwerk. En daar is geen van de politici die vandaag zeggen dat ze een fusie tussen die twee willen, toe bereid.”

Toen premier Dominique de Villepin de plannen voor de fusie tussen GDF en Suez op een late zaterdagmiddag in februari dit jaar bekendmaakte, plaatste hij deze in het licht van economisch patriottisme. Er dreigde een overnamebod van het Italiaanse Enel op Suez. Door een fusie tussen GDF en Suez zou Frankrijk zijn „mondiale industriële rol” kunnen waarmaken, zei Villepin. GDF-Suez moest een nationale kampioen worden.

Cohen vindt het „belachelijk” te doen alsof de belangstelling van Enel de aanleiding was voor de fusieplannen van Suez en GDF. „Die twee waren al vijf, zes jaar in gesprek. Dat had niets te maken met economisch patriottisme. GDF en Suez zijn logische complementaire partners. Het is gewoon een goed industrieel project.”

Intussen is het economische patriottisme naar de achtergrond verdwenen. Frankrijk is terug bij de vraag hoe ver de controle van de overheid moet reiken over de strategisch belangrijke energiesector. Vakbondsleiders en oppositionele politici voeren aan dat „gas geen gewone koopwaar is”. Ze menen dat de overheid de controle op het veiligstellen van de energietoevoer opgeeft. Niet waar, zegt Cohen. „Die grens van 33,33 procent in de nieuwe wet is wat dat betreft een duidelijk signaal, lijkt me.”

Ander bezwaar: de privatisering van GDF zal voor de consumenten nog hogere gasprijzen opleveren. Dat is een misvatting, zegt econoom Jacques Percebois, directeur van het onderzoeksinstituut voor energiepolitiek en prijsbeleid Creden in Montpellier. De gasprijs zal voorlopig waarschijnlijk wel hoog blijven, maar dat komt doordat zij ook in Frankrijk is gekoppeld aan de olieprijs. „Of GDF een private of publieke onderneming is, maakt geen enkel verschil. GDF is afhankelijk van de wereldmarkt.”

De verwarring wordt nog bevorderd doordat dezelfde wet die de privatisering van GDF regelt, ook gaat over de liberalisering van de energiemarkt in Frankrijk in 2007. Dat zorgde voor onrust, en niet alleen bij de oppositie. De gedeputeerden van regeringspartij UMP vreesden hun kiezers niet te kunnen uitleggen dat er geen verband was tussen een hogere gasprijs en de privatisering van GDF.

Bovendien meenden zij een ongeloofwaardige indruk te maken – na de belofte uit 2004 dat het overheidsaandeel in GDF niet onder de 70 procent mag zakken. „Die drempel heeft een excessieve betekenis gekregen”, zegt Percebois. „Het ging er toen om de vakbonden mee te krijgen met het gedeeltelijke privatiseren van GDF. Maar zo’n garantie is nu eenmaal niet voor de eeuwigheid bedoeld.” Percebois voorspelt dat ook een verdere privatisering van EDF onvermijdelijk op de agenda zal komen, als de internationale concentratieslag dat nodig maakt.

Cohen denkt niet dat de Franse staat de controle over de kerncentrales van EDF zal opgeven. Anders dan GDF heeft EDF volledige privatisering voorlopig ook niet nodig om het kapitaal te vermeerderen met het oog op overnames, denkt hij. „EDF kan voorlopig wel groeien. Ik denk dat we de komende maanden nog interessante initiatieven zullen zien.” Het ware probleem, zegt Cohen, is niet de Franse controledrift, maar de afwezigheid van een echte Europese energiepolitiek: het ontbreken van een Europese regulator, het gebrek aan interconnecties tussen de landen. „Laat het debat daarover gaan.”