Politie luistert vaker af in huizen

De politie luistert steeds vaker gedurende lange tijd woningen en gevangenissen af. De interne toetsingscommissie van het openbaar ministerie (OM), die de aanvragen tot afluisteren behandelt, kreeg vorig jaar 38 verzoeken. In 2000 lag dat aantal op acht, in de tussenliggende jaren gebeurde het gemiddeld ongeveer twintig keer per jaar. Volgens de woordvoerder van het landelijk parket is de stijging te verklaren uit een nieuwe bevoegdheid. Met de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (BOB) mag de politie sinds februari 2000 in het geheim microfoons in woningen en in bezoekersruimten van gevangenissen plaatsen, en daarmee 24 uur per dag een verdachte van zware delicten als moord, afpersing of terrorisme afluisteren. „Dit middel is langzaamaan meer bekend geraakt bij politie en justitie”, aldus de woordvoerder.

Voordat afluisterapparatuur mag worden geplaatst, moet een rechter-commissaris toestemming verlenen. Daarna beoordeelt ook het college van procureurs-generaal een aanvraag, op basis van een advies van de Centrale Toetsingscommissie (CTC). De adviezen van de CTC worden doorgaans overgenomen, zei hoofdofficier van het landelijk parket Bart Nieuwenhuizen gisteravond in het actualiteitenprogramma Nova. Volgens Nieuwenhuizen hadden de meeste verzoeken betrekking op het afluisteren van woningen. Het OM wilde niet zeggen hoe de verdeling tussen gevangenissen en woningen precies ligt.

Nova liet twee voorbeelden zien van direct afluisteren. De woning van terreurverdachte Samir A., die zes weken werd afgeluisterd, wat geen belastende informatie opleverde. En die van een Utrechtse vrouw, die aanvankelijk werd verdacht van betrokkenheid bij de moord op haar moeder. De apparatuur werd weer verwijderd toen de vrouw niet langer werd verdacht.

Voorzitter Annelies Röttgering van de Vereniging van Strafrechtadvocaten uitte in Nova haar zorgen over de toename. „Als de politie een nieuw middel heeft, is ze snel geneigd om dat ook in minder zware gevallen in te zetten.” Joep Lindeman van het Willem Pompe Instituut pleit voor een evaluatie. „We weten niet wat het resultaat is van dat afluisteren. Vaak kan het erg tegenvallen, zijn er technische problemen en kost het veel geld.”