Onaantastbaar én kwetsbaar

De functie van Pieter van Vollenhoven als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid ligt gevoelig.

Omdat hij lid is van het Koninklijk Huis.

Bij zijn installatie als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, in februari vorig jaar, begon Pieter van Vollenhoven zelf over de ministeriële verantwoordelijkheid. Heel vaak, zei hij, hadden ministers hem met die woorden tegen zichzelf in bescherming willen nemen in zijn „jarenlange strijd” voor onafhankelijk onderzoek. Dacht hij, als lid van het Koninklijk Huis, wel aan „de consequenties” die aan al zijn brieven verbonden zouden zijn? Van Vollenhoven, echtgenoot van prinses Margriet, dacht dat bewindspersonen hem vooral lastig vonden. Het was een feest, zei hij, dat minister-president Jan Peter Balkenende op Van Vollenhovens vijfenzestigste verjaardag had gezegd: „Wij kunnen u niet goed missen.” Van Vollenhoven zelf had eerder gedacht aan de woorden „als kiespijn”.

Lastig is Van Vollenhoven nu zeker voor de ministers van het kabinet-Balkenende III. Minister Piet Hein Donner (Justitie, CDA) reageerde deze zomer scherp, zo bleek woensdag, op het conceptrapport dat Van Vollenhoven schreef over de Schipholbrand van oktober vorig jaar. Donner en zijn collega’s zijn het niet eens met de harde conclusies van de raad en ze vinden dat Van Vollenhoven te ver gaat: een schuldige aanwijzen was niet de taak van zijn onderzoeksraad.

De Tweede Kamer kan het kabinet vragen stellen over alle leden van het Koninklijk Huis. Bij Van Vollenhoven zou het erover kunnen gaan dat hij zich eigenzinnig gedraagt tegenover ministers, en met een rapport komt dat zelfs tot het aftreden van ministers zou kunnen leiden. Balkenende zal er dan antwoord op moeten geven. De ministers hebben niet de volledige verantwoordelijkheid voor het gedrag van leden van het Koninklijk Huis die wat verder af staan van de troon, maar de verantwoordelijkheid ís er wel en heet ‘afgeleide verantwoordelijkheid’.

De Groningse hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga verwacht dat Balkenende dan zal zeggen: Van Vollenhoven schaadt het openbaar belang niet door zijn functioneren als voorzitter van de Onderzoeksraad, en de positie van de koningin is niet in het geding. Daarmee is het klaar.

Maar „gevoelig” is het allemaal wel, zegt Elzinga. Het zou kunnen gebeuren dat Van Vollenhoven in zijn functie van voorzitter op een dag wél iets zegt waardoor koningin Beatrix in verlegenheid wordt gebracht. En zijn lidmaatschap van het Koninklijk Huis verhoogt de status van Van Vollenhoven als voorzitter van de Onderzoeksraad. Elzinga: „Tien of twintig jaar geleden werd om die reden gezegd dat leden van het Koninklijk Huis beter niks konden zeggen. De policy is nu dat we ze niet in een glazen huis moeten stoppen.”

Dat Van Vollenhoven zich juist door zijn verhoogde status misschien gedraagt alsof hij onaantastbaar is, is staatsrechtelijk niet van belang. Elzinga. „Dan heb je het meer over persoonlijke eigenschappen van mensen.” Volgens Peter Rehwinkel, staatsrechtdeskundige en burgemeester van Naarden, maakt het lidmaatschap van het Koninklijk Huis Van Vollenhoven onaantastbaarder, maar ook kwetsbaar. „Het kan beperkend zijn in zijn functioneren, omdat iedereen het er steeds toch weer over heeft. De discussie is steeds weer: kunnen leden van het Koninklijk Huis zo’n politiek gevoelige functie vervullen?” Volgens Rehwinkel moeten politici oppassen om niet te gaan ‘zwalken’. Jaren geleden is afgesproken dat er over de functies van leden van het Koninklijk Huis „niet te angsthazerig” gedaan moest worden. „Laten we ons nu niet laten meeslepen door de waan van de dag.”

Want dat kán wel, zegt Rehwinkel: „Uiteindelijk blijft het zo dat ministers moeten beoordelen of ze het optreden van de leden van het Koninklijk Huis, vooraf of achteraf, voor hun rekening kunnen nemen.” En dus blijft het ingewikkeld, vindt Rehwinkel. „Maar als je hem deze rol geeft, moet je hem die ook laten vervullen.” Rehwinkel twijfelt er niet aan dat minister Donner dat beseft. „Die is als geen ander op de hoogte van het staatsrecht en van de discussie hierover, die al zo lang speelt.”