Nog altijd zijn te veel patiënten ondervoed

Kamerleden zeggen dat de zorg in verpleeghuizen de afgelopen jaren niet is verbeterd. Dat had het kabinet wel beloofd. „We zijn nog geen stap verder.”

De Nederlandse gezondheidszorg is relatief duur, terwijl de kwaliteit ervan in Europa op een gemiddeld niveau blijft steken. Daar waren de bewindslieden van Volkgezondheid en de volksvertegenwoordigers het gisteren over eens tijdens een overleg in de Tweede Kamer. De meningen botsten echter over de voortgang die dit kabinet heeft geboekt om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Vooral de zorg voor mensen in verpleeghuizen, laat nog te wensen over.

Bewoners van verpleeghuizen krijgen per week bijna vier uur minder zorg dan waar ze recht op hebben, concludeerde de Zorgautoriteit deze zomer. Om de nodige hulp te kunnen leveren, is jaarlijks 250 miljoen euro extra nodig bovenop de 4,5 miljard voor verpleeghuizen, liet de Zorgautoriteit staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA) weten.

Ross zei gisteren dat zij pas bij het begrotingsoverleg later dit jaar wil onthullen hoeveel extra verpleeghuizen krijgen, ook al circuleert het bedrag van 63 miljoen voor komend jaar. De oppositiepartijen vinden dat ontoereikend.

Kamerlid Kant (SP) verwees naar een nog niet gepubliceerd onderzoek onder 36.000 patiënten waaruit blijkt dat sommige problemen in de gezondheidszorg dit jaar even hardnekkig zijn als voorgaande jaren. De Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen wijst uit dat één op de vier patiënten in Nederland lijdt aan incontinentie en ondervoeding. Alleen het probleem van doorliggen, dat evenals incontinentie en ondervoeding veel voorkomt in verpleeghuizen en in ziekenhuizen, is afgenomen. Toch heeft nog altijd één op de zes patiënten doorligwonden.

Kamerlid Verbeet (PvdA) zei gisteren: „Na vier jaar zijn we nog geen stap verder.” Ook GroenLinks vindt dat „het kwaliteitsbeleid niet tot resultaten lijkt te leiden”. Kamerlid Azough van GroenLinks wees Ross op haar belofte: „De staatssecretaris heeft toegezegd dat er geld bijkomt als het nodig is. 63 miljoen is niet genoeg.” De CDA-fractie in de Kamer benadrukte – net als partijgenote Ross eerder – dat in verpleeghuizen waar patiënten te weinig uren zorg krijgen, de zorg niet per definitie van mindere kwaliteit is. Volgens het CDA kunnen verpleeghuizen best meer en beter werk leveren voor het geld dat nu beschikbaar is. Dat vindt de VVD ook.

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) waarschuwde dat politici „ongelooflijk voorzichtig” moeten zijn met het uitdelen van geld. „In Paars II hebben we miljarden over de AWBZ uitgesproeid, vooral voor hogere lonen.” Dat mag niet weer gebeuren, zei hij, zeker nu bekend is dat er een groot tekort aan werknemers in de zorg komt. Nederlanders geven 9,2 procent uit van het bruto binnenlands product aan gezondheidszorg, terwijl het gemiddelde in Europa op 8 procent ligt. In vergelijking met andere landen geven Nederlanders, zo onderstreepte Hoogervorst, veel meer uit aan langdurige onverzekerbare zorg (de AWBZ), waaronder de verpleeghuiszorg.

Ross betoogde dat er de afgelopen jaren veel extra geld is gekomen voor verbetering van de kwaliteit in de gezondheidszorg. Over de alarmerende berichten dat het met de ondervoeding en incontinentie bij Nederlandse patiënten nog altijd somber gesteld is, zei ze: „We doen het in Nederland niet slecht.” Verpleeghuizen die zich niet houden aan de normen voor doorligwonden, eten en drinken, riskeren in de toekomst een korting, zei zij.