Kinderboeken

Een ontroerende én angstaanjagende tijger

De tijger komt er in prentenboeken doorgaans bekaaid af. Hij wordt koddig en aaibaar gemaakt en vaak ook nog vrolijk gekleurd. Maar in De tijgerprins geeft de Chinese illustrator Chen Jianghong de grootste en de sterkste van de katachtigen zijn mythische eigenschappen terug: angstaanjagend èn ontroerend.

Een reusachtige tijgerin heeft een hart ‘vol haat en verdriet’ omdat jagers haar kleintjes hebben gedood. Ze verwoest hutten en verslindt mensen en dieren. De koning wil zijn leger op de tijger afsturen, maar een oude vrouw die de toekomst kan voorspellen weet dat de woede van het dier maar op één manier kan worden bekoeld: de koning moet zijn zoon Wen aan de tijger geven.

Het verhaal is geïnspireerd door de traditionele Chinese kunst en verhalen: er bestaat een Chinese legende over een kind dat zou zijn grootgebracht door een tijgerin.

Jianghong maakt met Chinese inkt op rijstpapier, in gloedvolle kleuren, prachtige illustraties. De woedende tijger lijkt wel uit het boek te springen. En als het grote dier voorzichtig de kleine jongen likt, zie je tederheid én kracht. Indrukwekkend is de illustratie waarin de tijger de kleine jongen in zijn bek neemt om hem te troosten.

De tekst is heel sec (de tijger zelf praat niet) en dat dient het verhaal: een tijger zo puur past geen poëzie.

Als Wen na verloop van tijd – nadat hij de tijger (opnieuw) heeft beschermd tegen het leger – zijn moeder weer in de armen sluit en beslist dat de tijd is gekomen om terug te gaan naar de mensen, volgt een hartverscheurend maar waardig afscheid. ‘Het wordt tijd dat ik terugga naar het paleis om te leren wat prinsen moeten weten. Maar ik kom vaak terug, want ik wil niet vergeten wat tijgers weten.’ De vreugde om het weerzien met zijn moeder legt het af tegen het verdriet om het afscheid van de tijger.

Vorig jaar won Jianghong de Duitse jeugdliteratuurprijs met zijn boek Le cheval magique. Dat boek, in dezelfde stijl als De tijgerprins verschijnt dit najaar en is bijna net zo betoverend.

Chen Jianghong: De tijgerprins. 5+. Gottmer, €15,50

Het bloemenkind van Ted van Lieshout

Het zijn vaak licht ongemakkelijke tv-beelden: een kind dat de koningin een bloemetje aanbiedt. De kitsch van het moment wringt met de oprechtheid van het kind. In Ik en de Koningin vertelt Ted van Lieshout het absurde, droog-komische relaas van zo’n bloemenkind.

Het is een verhaal om te grinniken. „‘Ik lees hier in de krant’, zei pap, ‘dat de koningin op bezoek komt.’ ‘Dan zou ik maar eens opruimen’, zei ik.” En wie wil kan in Ik en de koningin een mooi gelaagd verhaal lezen over de hooggespannen verwachtingen van een vader en de neiging van een kind om te pleasen – al kan het nooit vermoeden wanneer het raak schiet.

Maar Ik en de koningin gaat misschien wel vooral over hoe bevrijdend het is om te breken met conventies. Want vlak voor het moment suprême – als in de verte de koningin er al aankomt – blijkt dat het bloemenkind geen bloemen heeft. Daar had de vader voor moeten zorgen, maar hem was niets verteld. De zoon heeft dan geen keus, hij had het liever niet gedaan, maar hij geeft de koningin het gele kleurpotlood dat hij in zijn broekzak heeft, zijn lievelingspotlood, het potlood waarmee hij altijd de zon tekent.

Het is begrijpelijk dat Van Lieshout bij dit verhaal geen tekeningen wil van een lieflijk knaapje in een fluwelen pakje. Maar zijn grove, ontoegankelijke tekeningen (met buitenproportionele neuzen en diepliggende ogen) houden de identificatie voor de lezer nu wel erg op een afstand. De getekende zoon ontroert af en toe nog wel, maar de vader irriteert met zijn billen die – ook al draagt hij een broek – bloot en behaard lijken. Wel moet hier worden vermeld, dat een zevenjarige die het boek kreeg voorgelezen de tekeningen juist erg grappig vond. Over breken met conventies gesproken.

Ted van Lieshout: Ik en de koningin. Illustraties: Ted van Lieshout, 5+, Nieuw Amsterdam, €9,95

Kerst, kanker en hartsvriendinnen

In Stella, mijn ster van de Noorse schrijfster Karin Kinge Lindboe zal Stella op Kerstavond overlijden aan lymfeklierkanker. We lezen het verhaal door de ogen van haar vriendin Benny. Vanaf de eerste bladzijde wrijft Lindboe de lezer in hoe innig, bijna zinnelijk, de vriendschap tussen de 15-jarige meisjes is: (...)ik schrik altijd op wanneer ik haar stem op de voicemail hoor. Alsof ze haar stem alleen voor mij op de voicemail heeft gezet en met me praat zoals ze altijd doet.’ of: ‘We hebben hetzelfde ritme, onze vlechten zijn even lang, en onze harten slaan even snel, echt waar.’ En dan moet de kanker nog komen.

De relatie die wel van begin af aan overtuigt, is die tussen Benny en haar opa Torvald, bij wie ze woont. Torvald, een 56-jarige advocaat, heeft nog altijd verdriet om zijn overleden Indiase vrouw die stierf bij de bevalling van Benedicte, Benny’s moeder. Benedicte werd ondergebracht bij een tante, kreeg op haar zestiende een kind en vertrok naar India – Benny achterlatend bij Torvald met de boodschap: met mij heb je het verprutst, dit is je herkansing. De verstrengeling tussen opa en kleindochter zit in veel details en mooie dialogen.

Halverwege het boek, als de lezer zelf een geschiedenis heeft met Benny en Stella, begint Lindboes gezwollen stijl beter op zijn plek te vallen. Terwijl de kanker bij Stella ‘in galop gaat’, maakt de schrijfster mooi aanschouwelijk hoe verdriet en machteloosheid bij een aangekondigde dood wedijveren met emoties van alledag als jaloezie en onzekerheid. Stella wordt verliefd op een jongen van school, Torvald valt voorzichtig voor een vrouw op zijn kantoor en Benedicte laat per brief weten dat ze ‘klaar’ is in India en naar huis komt. Terwijl Stella langzaam verzwakt, moet Benny het leven in al zijn volheid verder leven. Omdat Lindboe dat zo mooi terloops laat zien, vergeef je haar haar neiging tot pathos.

Karin Kinge Lindboe: Stella mijn ster. Vertaald uit het Noors door B. Custers. 12+. Terra Lannoo, 151 blz. €14,95

Verder verschenen

Uniek: serieuze non-fictie voor kleuters! Voor kinderen die willen weten hoe een babykangoeroe in de buidel komt en dat een giraf in één keer tien liter water kan doorslikken. Het Franse prentenboeken-duo Pittau & Gervais maakte twee flapjes-boeken: De Giraf en De Kangoeroe. Op bijzonder inventieve wijze maken zij een rijkdom aan informatie inzichtelijk. Hoe lang de staart van een kangoeroe is, zie je als je aan een schuifje trekt: onder de staart ligt een kind van drie jaar uitgestrekt. Wat het betekent dat de giraf blijft staan als ze een baby krijgt, zie je als je aan een schuifje trekt en de babygiraf twee meter ziet vallen. Uitgeverij Gottmer belooft nieuwe delen in deze serie (€13,90).