Kan niet bestaat niet

Met ‘Zwartboek’ keert regisseur Paul Verhoeven uit Hollywood terug in Europa. Maar voor producent San Fu Maltha moet het verhaal, over een joodse onderduikster tussen verzet en collaboratie, zijn doorbraak in het buitenland worden. De financiering was een thriller. Een reconstructie.

Paul Verhoeven, regisseur van de film Zwartboek (2006)
Paul Verhoeven, regisseur van de film Zwartboek (2006)

Stel dat je een film zou maken over de productie van de speelfilm Zwartboek. Dan zou je het beeld moeten opsplitsen om de spanning van de middag van 26 augustus 2005 tot zijn recht te laten komen. Op de linkerhelft van het split screen zien we een tafel in een Haags restaurant. Daar zitten producent San Fu Maltha, regisseur Paul Verhoeven, de Duitse cameraman Karl Walter Lindenlaub en actrice Carice van Houten te lunchen. Als ze straks opstaan, wandelen ze naar het zonovergoten Plein om de opnamen van hun film feestelijk aan te kondigen.

Tegelijkertijd, op de rechterkant van het scherm, zien we een vergaderzaal in een monumentaal pand in Amsterdam-Zuid. Hier zitten de beheerders en adviseurs van de belangrijkste Nederlandse subsidiefondsen aan tafel, ieder van hen heeft een lijstje met favoriete filmtitels bij zich.

Over vijf dagen beginnen de opnamen van Zwartboek. Honderden figuranten staan klaar, er zijn vergunningen voor explosies in de Biesbosch, de acteurs hebben plaatsgemaakt in hun volle agenda’s. In Duitsland is de kolossale filmstudio Babelsberg gereserveerd, in Londen een studio voor de afwerking. Maar voorlopig beslissen de fondsbonzen in Amsterdam welk van de zes voorliggende filmprojecten het hoogste subsidiebedrag in Nederland zal krijgen: 1,9 miljoen euro. Als zij Zwartboek vanmiddag niet kiezen, valt de ruggengraat uit het financiële skelet van de productie. „Alleen Paul en ik wisten bij die lunch wat er op het spel stond”, zegt San Fu Maltha achteraf.

Zwartboek is niet zomaar een film. Het is een project waarmee regisseur Paul Verhoeven terugkeert in Europa na vele jaren in Hollywood. Vijftien jaar heeft hij met scenarioschrijver Gerard Soeteman gewerkt aan het dubbelzinnige verhaal over een joodse onderduikster die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het schemergebied van verzet en collaboratie belandt.

Zwartboek is ook de duurste Nederlandse film ooit, met een budget dat zal uitkomen boven de zeventien miljoen euro. De financiering ervan heeft tot aan die zomermiddag in 2005 al zeldzame krachttoeren gevergd: de film is een keer volledig opnieuw gefinancierd, het budget is dan al met 50 procent gestegen en zal in de loop van de opnamen zelfs bijna verdubbelen. „We hebben Zwartboek wel dertig keer van de afgrond weggetrokken”, zegt Maltha nu.

En dat is precies wat op 26 augustus moet gebeuren. De fondsvertegenwoordigers in Amsterdam weten wat er van hun beslissing afhangt. Het legde geen extra druk op de bijeenkomst, onderstreept Toine Berbers, directeur van het Nederlands Fonds voor de Film, achteraf. De beslissing werd zoals altijd genomen in stemronden, waarbij steeds een film afviel, zegt Berbers. „Zwartboek stond op alle lijstjes steeds op de eerste plaats.”

In het Haagse restaurant rinkelt de mobiele telefoon van Maltha. Het is Jeanine Hage, directeur van het CoBo-fonds, het cultuurfonds voor de omroepen. De vergadering in Amsterdam is afgelopen. „Het is erdoor”, zegt ze. Als Maltha en Verhoeven op het Plein de pers informeren, kunnen ze zeggen dat er zestien miljoen euro voor de film beschikbaar is.

Zwartboek is vorige week in première gegaan op het festival van Venetië. Morgen zal blijken of de film er een prijs krijgt. Volgende week komt hij uit in de Nederlandse bioscoop. Dan zal alle aandacht uitgaan naar de kwaliteit ervan en het succes aan de kassa. Dan vervaagt het beeld van die vrijdagmiddag in augustus, dat van financiers die de film konden maken of breken. Ze zitten behalve in Amsterdam en Hilversum ook in Berlijn, Londen, Brussel, München en Straatsburg. Ze beheren subsidiepotten dan wel beleggingsgelden. En ze hebben producent Maltha naar eigen zeggen tot het uiterste gedreven. Zo’n film in Nederland produceren is niet aan te bevelen, zegt hij achteraf. „Slecht voor je hart en voor andere dingen.”

Omdat de film in het kleine afzetgebied van de Nederlandse bioscoop en videotheek nooit uit de kosten kan komen, moest Maltha een internationale coproductie smeden. Buitenlandse financiers staan niet te springen om veel geld te steken in een overwegend Nederlandstalige film met een internationaal onbekende cast. Daarom zijn er veel financiers nodig, die ieder een deel bijdragen, maar die ieder ook telkens opnieuw eisen stellen en zo de productie tot een permanente puzzel maken. Regisseur Verhoeven werd soms gek van alle contracten en schema’s waar hij zijn producent mee zag rondlopen. Fondsdirecteur Berbers zag het ook: „San Fu zat voortdurend op verschillende borden te schaken.”

28 oktober 2004.

San Fu Maltha (Rotterdam, 1958) is in de Nederlandse filmwereld anno 2004 een van de invloedrijkste mensen. Hij werkt permanent op twee fronten tegelijk – distributie en productie. Als distributeur (met het bedrijf A-Film) is hij erg succesvol, vooral dankzij de Lord of the Rings-cyclus. Als producent (met FuWorks) wisselt Maltha kassuccessen als Vet Hard af met minder geslaagde producties en kleine films. Hij staat te boek als een hardwerkende en veeleisende ondernemer. Een voormalige assistent zei in deze krant: „San Fu kan onredelijk boos worden als je zegt dat het onmogelijke niet gaat lukken.” Op 28 oktober 2004 stapt hij met de pest in zijn lijf in een vliegtuig naar Los Angeles. Hij heeft allang door dat de productie van Zwartboek het onmogelijke is, en nu dreigt het nog eens niet te lukken ook.

Eind 2003 was Verhoeven via medeproducent Jos van der Linden voor het eerst met Maltha komen praten. De regisseur had toen al vergeefs bij verschillende Nederlandse producenten aangeklopt, onder wie zijn oude kompaan Rob Houwer. Die schatte dat Zwartboek een budget van twaalf miljoen euro nodig had en dat vond hij veel te hoog. Als Maltha het script leest, ziet hij in één oogopslag waar hij flink kan bezuinigen. De hele film zit ‘ingekaderd’ in een begin en eind in het heden in Israël. „Dat kon er zo af zonder in het verhaal te snijden”, zegt Maltha. Als hij dat bij de eerste bespreking voorstelt, klapt Verhoeven zijn script dicht en zegt: „Dit gesprek is beëindigd.” Maltha bindt in; de beslissing over draaien in Israël wordt uitgesteld.

Maltha vindt het script ‘fantastisch’. Hij wil graag werken met Paul Verhoeven, de succesvolle Hollywood-regisseur. Maar hij heeft ook nog een andere drijfveer. „Als ik de rest van mijn leven films moet produceren in Nederland, word ik niet gelukkig”, zegt hij. „Ik bedoel: wil je de grootste goudvis in de vissenkom zijn of wil je in een vijver zwemmen?” Zwartboek moet Maltha’s ticket naar het buitenland worden.

Begin 2004 besluiten de twee het er samen op te wagen. Maltha gaat op zoek naar financiers, waarbij hij dan rekent met een budget van negen miljoen euro. Verhoeven gaat ervan uit dat het script wordt verfilmd op zíjn manier. Dat komt niet op hetzelfde neer, blijkt enige maanden later.

In het najaar van 2004 komt Verhoeven naar Nederland. Maltha heeft dan op papier het budget grotendeels rond, onder meer door toezeggingen van Nederlandse subsidiefondsen en de internationale sales agent Katapult Film. Twee dagen lang gaan Verhoeven en twee mensen van het productieteam, onder wie medeproducent Jos van der Linden, op pad langs de geplande locaties. Verhoeven: „Het leek wel of ze toen pas in de gaten kregen wat de verfilming van mijn script inhield: de cafés die tijdelijk uitgekocht moesten worden, de straten die we moesten afzetten.” Als ze alles hebben gezien, zegt Van der Linden: „Het gaat niet. Voor zo’n film hebben we het geld niet.”

Paul Verhoeven, zegt iemand die hem lang en goed kent, „is iemand die met één oog open slaapt om te kijken of hij niet genaaid wordt.” Zelf geeft Verhoeven toe dat hij ‘geen makkelijke man om mee te werken’ is. „Ik ben achterdochtig en ik ben een doordrammer. Als ik iets wil, ga ik door tot ik het krijg – of niet krijg. Maar ik zal nooit zeggen: laat maar zitten die scène.”

Als hij die vrijdag hoort dat zijn script niet kan worden verfilmd zoals hij wil, besluit Verhoeven meteen het vliegtuig terug naar LA te nemen. Hij is niet boos, onderstreept hij nu. Hij waardeert het dat de producent hem recht in zijn gezicht heeft gezegd dat het niet gaat lukken. Hij keert terug omdat hij zich al een paar weken niet goed voelt. „Als de film was blijven slepen, had ik gewoon doorgewerkt. Dan was ik eraan onderdoor gegaan.” In LA hoort hij dat hij gedotterd moet worden – wat in de dagen erna ook gebeurt. „Ik was toen eigenlijk vooral blij dat het zo is gegaan.”

San Fu Maltha is niet blij. Hij heeft zijn prestige en zijn toekomstplannen aan Zwartboek verbonden. Nu moet hij knarsetandend in een persbericht het uitstel van de productie bekendmaken. Het (voorlopig) afblazen van de opnamen is een strop: er zijn al decorbouwers en kostuumontwerpers aan het werk gegaan. Als hij eind oktober naar LA vliegt voor de jaarlijkse filmmarkt, arrangeert hij een ontmoeting met Verhoeven. Maltha zegt achteraf: ,,We moesten het eens worden over hoe we verder zouden gaan.” Verhoeven zegt: „Ik was op dat moment niet meer bezig met de film.”

Een paar dagen nadat Maltha in LA is aangekomen, zitten ze tegenover elkaar in café The Rose in Santa Monica. „Dat was geen gezellig gesprek tussen twee oude vrienden die even een borrel drinken”, zegt Verhoeven nu. Maltha ervaart het gesprek als een examen: „Paul stelde voortdurend vragen om te zien of ik wel te vertrouwen was en ik kon waarmaken wat ik beloofde.”

Aan het eind van de twee uur durende ontmoeting staat de deur op een kier, volgens Maltha: „Nu ik weet hoe Paul filmt, zeg ik: voor negen miljoen kon het ook niet.” Het budget wordt twaalf miljoen euro. Verhoeven geeft hem een paar maanden de tijd om de financiering rond te krijgen. Zijn Nederlandse advocaat zal de komende maanden waarborgen van Maltha eisen om het wantrouwen van de regisseur weg te nemen. En omdat Maltha inmiddels heeft geconcludeerd dat het met sales agent Katapult Films niet lukt, komt het erop neer dat de productie helemaal opnieuw gefinancierd moet worden.

18 mei 2005.

Tijdens het filmfestival van Cannes geven producent en regisseur een persconferentie bij het Nederlandse paviljoen aan de Middellandse Zee. Een gebruinde Verhoeven knoopt zijn bloes open om de pers te laten zien dat er geen ritssluiting op zijn borst zit en dat hij dus in goede gezondheid verkeert om deze grote productie aan te gaan. „Ik ben extreem gelukkig”, zegt hij. Het is 18 mei 2005 en het budget staat nu op zestien miljoen euro en een beetje. Het is in Cannes op het nippertje goed gekomen met Zwartboek.

In de maanden tussen LA en Cannes hebben Verhoeven en Maltha de weg van twaalf naar zestien miljoen euro doorgeworsteld. Het extra geld zit volgens Maltha vooral in de kosten van de herfinanciering en de verzekeringen. Volgens Verhoeven kwam het ook doordat kosten beter zichtbaar werden: „In begrotingen die ik kreeg stond er bij allerlei posten: dat regelen we later. Ik zei: zet het bedrag er nou maar meteen bij, want betalen moet je toch. Vechten is misschien te sterk uitgedrukt, maar duwen en trekken was het zeker.” Maltha moet telkens op zoek naar meer geld, want Verhoeven wil zwart op wit dat het er is.

Verhoeven heeft de sterkere wil van de twee, zegt de Duitse coproducent Jens Meurer van Egoli Tossel in Berlijn. Maltha klopt bij Egoli aan voor meer geld, maar dat is er niet. Meurer zegt dat „we hebben geleverd wat we hadden beloofd en meer dan dat.” Op de bewering van Maltha, dat Egoli de enige coproducent was die zijn fee niet aan het budget wilde toevoegen, wil Meurer niet meer zeggen dan dat „dit feitelijk niet klopt”.

Intussen beginnen ook Nederlandse financiers van het eerste uur zich zorgen te maken. Komt het nog wel goed met Zwartboek ? De Avro laat op 10 maart 2005 weten af te zien van deelname. „We hadden zolang niets gehoord’’, zegt Justine Paauw, hoofd Drama bij de omroep. „De directie wilde het geld dat we ervoor hadden gereserveerd voor een ander project gebruiken.” De deelname van een omroep is in het Nederlandse systeem onontbeerlijk om aanspraak te mogen maken op verschillende subsidiepotjes. Als de Avro afhaakt blijft Maltha met een veel groter gat zitten dan de ton die de omroep zou bijdragen. Jeanine Hage, directeur van het CoBo-fonds, roept de Avro tot de orde en de omroep blijft binnen boord.

Tenslotte komt het verlossende woord toch uit Duitsland, zij het niet uit Berlijn maar uit München. In de Beierse hoofdstad huist de investeringsmaatschappij VIP Medien, die fiscaal voordeel biedt aan particuliere spaarders die in films investeren. Via bedrijfsonderdeel VIP Medien 4 is eind 2004 zo’n 392 miljoen euro opgehaald. Voor een deel van dat geld, hoort Maltha, is nog geen bestemming. In Cannes slaagt hij erin van VIP een toezegging van zo’n vier miljoen euro te krijgen. De dagen voor de triomfantelijke persconferentie brengt hij samen met coproducent Teun Hilte vrijwel permanent door op het balkon met uitzicht over de Boulevard de la Croisette. Met een laptop op zijn schoot vult hij Excel-bestanden met berekeningen en herberekeningen. Binnen in het appartement doet Andy Grosch, mede-directeur van VIP Medien, hetzelfde.

VIP stelt hoge eisen aan Maltha. Zij moeten de grootste financier worden, dan willen ze ook vooraan zitten als de inkomsten van de film worden verdeeld. Dat gaat volgens een zogenoemd recoupmentschema. Alle discussies van financiers, fondsen en producenten draaien altijd om zo’n recoupmentschema – wanneer krijgt wie zijn geld terug? De onderhandelaars van VIP weten dat Maltha zonder hun geld Zwartboek niet kan maken. Het is bovendien, zegt Grosch nu, een riskant filmproject. Arty en dus geen geheide hit. VIP-Medien verkeert in een goede onderhandelingspositie. Op het balkon aan La Croisette vecht Maltha voor zijn laatste kans. „Het was normale filmfinancieringspraktijk”, zegt hij achteraf. „Alleen dan tot het uiterste gedreven.”

Terwijl Maltha en Grosch nog zitten te rekenen, loopt Verhoeven ook al in Cannes rond. Hij is er niet voor Zwartboek; het uitblijven van de definitieve onderbouwing van de begroting, geeft hem de vrijheid andere projecten aan te gaan. In Cannes 2005 zoekt hij financiers voor Azazel, de verfilming van een detectiveroman van de Rus Boris Akoenin. Hij was al behoorlijk ver, zegt Verhoeven nu. „We zaten met allerlei mensen op een privéjacht, met champagne. We waren niet helemaal klaar, wel heel ver.” Toen dook Maltha op. „Hij had een papiertje waarop zwart op wit stond dat ik zestien miljoen en een beetje definitief had. Toen moest ik zeggen dat ik eerst Zwartboek ging maken.”

7 oktober 2005.

Op de slotavond van het Nederlands Filmfestival zit Maltha te eten in een restaurant in Utrecht. Hij heeft zijn smoking al aan; als bestuurslid van het festival mag hij niet ontbreken bij de uitreiking van de Gouden Kalveren. Zijn mobiele telefoon gaat onophoudelijk: de ene na de andere financier belt met ongeruste vragen. Een week eerder is bestuursvoorzitter Andy Schmidt van VIP Medien gearresteerd op verdenking van belastingfraude bij de filmfinanciering. De andere financiers vragen zich af of dit consequenties heeft voor de productie van Zwartboek. Maltha: „Filmfinanciering is een domino-race. Wanneer een steentje omvalt, gaan alle steentjes.”

Maltha trekt zijn smokingjasje uit, stelt zijn bezoek aan het gala uit en belegt ter plekke een conference call met zijn financiers.

Als ooit de simultaanschaak-vergelijking van Filmfonds-directeur Berbers is opgegaan, dan wel op deze avond. De opnamen zijn al begonnen, cast en crew zijn neergestreken in de Biesbosch voor de cruciale scènes waarin de hoofdpersoon, de joodse Rachel, de grens probeert over te steken naar het reeds bevrijde deel van Nederland. In België is de ene investeringsmaatschappij net afgehaakt („Zwartboek is veel te Hollands voor Vlaanderen”, zegt een woordvoerder) en moet een volgende nu geld moet inbrengen. Maltha belt zich suf om de contracten om te zetten in klinkende munt.

Het grootste probleem is namelijk dat er te weinig cash in de productiekas zit voor de geldverslindende draaidagen: de gelden uit het buitenland zijn nog niet overgemaakt. Acteurs, medewerkers en facilitaire bedrijven morren over het uitblijven van hun betalingen. Een anonymus stuurt een e-mail aan tal van betrokkenen, waarin hij of zij oproept tot een staking, „aangezien een groot aantal mensen onder ons nog steeds niet is uitbetaald”. Maltha komt langs op de set om de zaak te sussen – met succes. Bij de Nederlandse fondsen krijgt hij voorschotten, die de nood tijdelijk lenigen. „Niet heel grote bedragen”, zegt CoBo-fondsdirecteur Jeanine Hage, „maar we denken graag mee om zaken uit de knoop te helpen”.

De knoop zit bij VIP Medien, volgens Maltha een belangrijke, maar ook veeleisende geldschieter. Op de eerste draaidag, op 31 augustus in Den Haag, bleek al dat er geen geld uit München was overgemaakt. IJlings ging Maltha naar München, waar Schmidt en Grosch hem meedeelden dat VIP geen vier maar slechts ruim drie miljoen euro kon investeren. „En ze weigerden desondanks ook maar een millimeter te zakken in het recoupment-schema”, zegt Maltha.

Tegen de tijd dat Maltha de conference call organiseert, 7 oktober 2005, heeft VIP nog altijd geen euro overgemaakt. De buitenwereld heeft het idee dat dit komt door het belastingschandaal, maar de financiers worden die avond gerustgesteld. VIP Medien zal zijn aandeel echt overmaken, maar stelt wel enkele voorwaarden. Eén daarvan is dat Maltha niet alleen contracten laat zien, maar ook contante gelden. Maltha’s huisbankier stelt een rekening courant open van anderhalf miljoen euro; Maltha moet zijn aandelen in A-Film en andere bezittingen verpanden. „Op dat moment”, zegt Maltha nu. „Had de film nog kunnen vastlopen.”

November 2005.

Rond het middaguur van een kille opnamedag in de buurt van Zwolle wordt de productieleider steeds zenuwachtiger. Actrice Halina Reijn moet de trein van twee uur hebben om op tijd aanwezig te zijn in Antwerpen, waar zij ’s avonds op de planken zal staan. Verhoeven gaat onverdroten door met filmen. Als de productieleider voor de zoveelste keer komt zeggen dat de actrice echt weg moet, briest Verhoeven: „Laat maar een helikopter komen! Ik betaal!” In een schriftje laat de regisseur sinds het begin van de opnamen bijhouden welke extra’s hij zelf zal betalen – zoals de helikopter. „Dat plaatste mij in een moeilijke situatie”, zegt Maltha achteraf. „Het is aan de ene kant mooi dat hij dat aanbiedt maar het maakt je nog afhankelijker van je regisseur.” Het schriftje is hij kwijtgeraakt, zegt Verhoeven. Producent en regisseur zullen nog praten over de feitelijke verrekening.

Op zijn kantoor in Amsterdam-Noord ziet Maltha in november 2005 de dagrapportages binnenkomen die de zogeheten line-producer stuurt over de voortgang van de productie. Verhoeven zal tijdens het maken van Zwartboek drie van zulke line-producers verslijten. De een na de ander vertrekt. Geen van hen kan de regisseur in de hand houden, zegt Maltha achteraf, hoe ervaren sommigen ook zijn. Hier wordt een mooiere jas besteld, daar nog een extra take gemaakt en hier nog een. De dagrapportages baren Maltha zorgen.

Natuurlijk weet Paul Verhoeven hoeveel geld er is, zegt Maltha achteraf. „Alleen: dat interesseert hem niets. Hij wil het beste. Niet voor zichzelf, maar voor de film. En hij heeft meestal gelijk.” Af en toe reist Maltha naar de set, waar hij „verschillende gesprekjes” heeft met Verhoeven in zijn caravan. Ruzies wil Verhoeven dat niet noemen. „Wel hebben ze me op een gegeven moment gesmeekt: ‘Alsjeblieft niet nog meer draaidagen.’ Maar dat is normaal bij filmproducties.”

In het voorjaar van 2006 is de ruwe montage van de film gereed en resteert nog een dure kwestie: Israël. Maltha: „We hadden afgesproken dat als bij de eerste ruwe versie van de film zou blijken dat een trip naar Israël nodig was, we samen een oplossing zouden verzinnen.” In maart kijken ze samen naar de ruwe opnamen en dan moet Maltha de regisseur gelijk geven. „De scènes geven de film een emotionele lading en Paul heeft de film zo gedraaid dat er geen ander einde mogelijk is.”

De trip naar Israël – in april 2006 – is apart gefinancierd. Producent en regisseur leveren naar eigen zeggen een deel van hun fee in. Terwijl de laatste opnamen daar plaats hebben, doemt alweer een financieel probleem op, nu in het Verenigd Koninkrijk. Een Britse fiscale constructie moet drie miljoen euro opleveren voor het budget van Zwartboek. Het Britse ministerie van Cultuur moet echter formeel verklaren dat de film aan alle voorwaarden voldoet, voordat het geld daadwerkelijk beschikbaar wordt. Die verklaring komt met vertraging in juni, als Verhoeven al volop bezig is met de afwerking in Londen.

De film zit in in juli dit jaar nog niet in het blik, of de leveranciers en crew bellen met de vraag waar hun geld blijft. „Dit leidt tot ergernis bij Maltha: „Iedereen wordt betaald.” Hij vindt alleen dat sommige van zijn schuldeisers wel een beetje consideratie met hem mogen hebben, gezien de omvang en het belang van de film. Zwartboek moet ook de kwakkelende Nederlandse filmindustrie een impuls geven.

Het feit dat festivaldirecteur Marco Müller Zwartboek goed genoeg vindt voor de competitie van Venetië, is een eerste overwinning voor Maltha.

De ontvangst in Venetië is ook geruststellend: na vertoning duurt het applaus tien minuten, terwijl de internationale pers overwegend positief is. Alleen zijn de financiële perikelen nog altijd niet voorbij. Verhoeven heeft tot het laatst gepeuterd aan de film. Op het moment dat de film zijn wereldpremière beleeft, heeft het Filmfonds nog altijd de eindafrekening niet gezien. „Zolang die er nog niet is, betalen wij de laatste 40.000 euro niet uit”, zegt directeur Berbers van het Filmfonds.Dat heeft Berbers nog nooit meegemaakt, zegt hij. Dat komt ook doordat het zo’n grote film is, zegt de producent. En hij zucht erbij alsof hij al tegen de rand van de vissenkom zit.

Zwartboek is vanaf 14 sept te zien in Nederlandse bioscopen. Behalve met de genoemde personen werd voor dit artikel gesproken met: Kirsten Niehuus (Medienboard Berlin-Brandenburg), Michaela Niemeyer (Studio Babelsberg in Potsdam), Marc Noyons (Marmont Film in België), Jenny Puzelik en Ad ’s Gravenzande (beiden ex-Avro), Andreas Grosch (ex-VIP Medien in München).