‘Hoe meer je beweegt, hoe vetter je wordt’

Sport is niet natuurlijk, verbroedert niet en je leeft er ook niet langer door, aldus bioloog Midas Dekkers. ,,Mannen van middelbare leeftijd rennen alsof de dood hen op de hielen zit.’’

Midas Dekkers ziet ze soms voorbij komen vanuit zijn raam. Hijgende mannen van middelbare leeftijd in een gifpaars joggingpak met de tekst ‘Survival of the Fittest’ op hun rug. Vrouwen die over het asfalt marcheren, zwaaiend met twee skistokken in de hand. Dekkers vindt het maar niks. Voor hem geen sportieve polonaise aan zijn lijf.

„Ik heb het altijd heel onrechtvaardig gevonden dat jongetjes zoals ik, die liever wiskunde en Frans studeerden dan gymnastiek deden, lichamelijke vernederingen moesten ondergaan, terwijl een jongetje dat niet van wiskunde of Grieks houdt, gewoon overgaat naar een ander schooltype of een ander keuzevak neemt en zo de rest van zijn leven van het vak is bevrijd”, zegt Dekkers. „Ik neem het op voor jongetjes zoals ik die elf jaar lang twee à drie keer in de week tot verschrikkelijke lichamelijke narigheden werden gedwongen.”

In zijn jongste boek Lichamelijke oefening bestudeert de bioloog de homo adidas. Hij veegt flink de vloer aan met een paar mythen over sport en bewegen. Dat sport natuurlijk zou zijn (geen enkel dier doet aan sport), dat het zou verbroederen (‘make love, no sports’, aldus Dekkers), dat je er ouder van zou worden (statistisch is dat nooit gebleken). Gezonder dan? Talloze mensen strompelen met een sportblessure rond. Dunner? Welnee. Kijk naar Amerika. In het land waar het meest gesport wordt, zijn ook de meeste dikkerds.

Toch menen allerlei mensen dat het doen aan sport noodzakelijk is. Wie er niet aan doet, kijkt er wel naar: maar vier van de vijfentwintig best bekeken tv-programma’s in 2005 gingen níet over sport; 2,3 miljard mensen keken naar de Olympische Spelen. ‘Plaatsvervangende sport’, suggereert Dekkers. „Mensen die lezen, denken niet dat ze plaatsvervangend boeken aan het schrijven zijn, maar sportkijkers wel. Bij sport bestaat het misverstand dat iedereen denkt dat hij er deel aan moet nemen. Dat ieder jongetje topsporter wil worden, begrijp ik wel. Ze willen miljoenen verdienen. Maar ze hebben nog niet het inzicht dat er maar eentje kampioen wordt, en dat er voor één kampioen duizend verliezers worden gemaakt. Dan kom je niet op dat ereschavotje terecht met die drie treetjes maar op de driezitsbank met zoutjes en pinda’s. In plaats van sterker, mooier en gezonder, word je steeds dikker, vetter en luier dankzij het sporten.”

Net als eerdere boeken als Lief dier, De vergankelijkheid en De larf, is Lichamelijke oefening een essay in woord en beeld waarin Dekkers vanuit een biologisch wereldbeeld een bepaald aspect van het menselijk gedrag observeert. Het masochistische van de sporter verbaasde Dekkers het meest. „Juist duursporten zoals marathonlopen worden steeds populairder. Je kan een organisme op twee manieren in beweging krijgen. Je kan een klein beetje suiker links van een bacterie leggen of je kan, als je een bacterie wil laten spurten, iets akeligs achter hem leggen, bijvoorbeeld een druppel azijn. Elk organisme wordt aangetrokken door lekkere dingen, maar veel sterker nog wordt hij voortgejaagd doordat hij weg wil van akelige dingen.

„Mannen van middelbare leeftijd lopen alsof de dood hen op de hielen zit. Ook speelt schuldgevoel een rol. Mensen die aan sport doen, doen dit omdat ze van alle kanten worden gewaarschuwd dat als ze dat niet doen, het slecht met ze afloopt. Maar als ik ga rennen, word ik niet gezonder. Ik hijg, puf en krijg een steek in mijn zij.

,,Een hoop marathonlopers treiteren hun lichaam in de hoop eindelijk een beetje opiaat in hun hoofd te krijgen. Ik weet wel iets beters: ga gewoon naar het café om de hoek. Dat is vijf minuten lopen en twee van die kleine glaasjes doen in je hoofd minstens even veel goeds als een marathon – misschien wel even veel slechts.”

Het lichaam is tegenwoordig belangrijker dan de geest, stelt Dekkers vast in zijn boek. „Toen ik student was, was de geest op zijn hoogtepunt. Je lichaam moest je verwaarlozen. Ik was student biologie. Je kon niet eens zien wie de jongens, wie de meisjes waren. Wij waren bezig de wereld te redden door het lezen van boeken. Als bioloog observeer je gedrag door heel stil te zitten. Uitgerekend biologen hebben er dan ook een hekel aan dat, als je net rustig iets zit te bestuderen, er ineens achter je een gekraak van takken klinkt en een trainingspak alles om zich heen op de vlucht jaagt, zoals vogels en vissen.”

„De gedachte dat een gezonde geest alleen in een gezond lichaam zou willen wonen is een schande”, vervolgt Dekkers. „Dat is discriminatie. Als dat zo zou zijn, dan zou je tegen iedereen die in een rolstoel zit, kunnen zeggen: beentje stuk? Hoofdje zeker ook niet in orde… Stephen Hawking is het beste tegenvoorbeeld.”

Het verlangen naar het perfecte lichaam kan bovendien ongezonde vormen aannemen en tot de misvatting leiden dat er ook wel een goede geest bij zal horen. Duitse sportideologen uit de jaren dertig van de vorige eeuw meenden dat naakt bewegen in de vrije natuur de volksgezondheid ten goede zou komen: de Körperkultur was geboren. „Bij natuurliefhebbers moet je oppassen. Ik denk altijd graag dat het liefhebben van en het opkomen voor de natuur iets links is. Maar het heeft ook iets rechts en fascistisch in zich: de liefde voor de eigen bodem, het streven naar zuiverheid. Mensen die de reinheid nazweven beginnen met naakt in de zon te dansen, maar na verloop van tijd gaan ze mensen die niet meedansen als ongewenste elementen beschouwen en proberen zij die uit te roeien. Körperkultur en natuurbescherming vormen een medaille met twee kanten.”

Dekkers signaleert dat deze dagen resten van de Körperkultur weer in de mode raken: nordic walking. „Walking is Engels voor lopen, maar dat ‘nordic’ is verontrustend. De meeste mensen denken dat het wel iets Scandinavisch zal zijn, maar er staat niet ‘Noors’ maar ‘noords’. In de nazi-tijd was alles wat ‘noords’ heette equivalent voor ‘arisch’. Oorspronkelijk komt nordic walking uit streken waar heel vaak sneeuw ligt en waar bergen zijn. Als er geen sneeuw lag namen ze toch de stokjes mee. Mensen willen altijd wat ze niet hebben en wat ze niet kunnen. Dus zie je nu in een land zonder bergen en zonder sneeuw mensen met skistokken over het asfalt gaan.

„Hoe meer het volk beweegt, hoe vetter het volk wordt”, beweert Dekkers. „Nederland gaat dezelfde kant op als Amerika. Mijn oplossing zou zijn dat men mij minister van Volksgezondheid maakt. We beginnen er mee dat alle gymnastieklokalen omgebouwd worden tot bibliotheken. Vervolgens zal de volksgezondheid met sprongen omhoog gaan om de eenvoudige reden dat mensen die een gezond lichaam hebben nog niet noodzakelijkerwijs een gezonde geest hebben. Maar mensen die goed bij hun hoofd zijn, zorgen wel goed voor hun lichaam. Couch potatoes hebben geen probleem met hun lichaam, maar met hun hoofd. Er is een neiging om de individuele burgers de schuld te geven. Als je dood gaat, had je maar harder moeten lopen. Bewegen is goed tegen Alzheimer, staat er in advertenties. Moet je voorstellen dat iemand met Alzheimer in een helder moment deze advertentie leest en denkt dat het zijn eigen schuld is. Een gotspe!”

Luisteren naar Dekkers is een beetje als het lezen van Lichamelijke oefening: onderhoudend in zijn tegendraadsheid, maar de lichtvoetigheid roept soms de vraag op hoe serieus Dekkers het nu allemaal meent. Wil Dekkers de mensen in de eerste plaats aan het lachen maken? „Educatie staat voorop”, zegt hij stellig. „Het hele boek is een pleidooi voor harmonie tussen lichaam en geest. Maar ik ben altijd bang dat de mensen niet zullen lezen wat ik geschreven heb. Ik vind dat ik niet goed schrijf, dus ik gebruik elke schrijfregel om de mensen bij de les te houden. Ik begin ieder hoofdstuk met een sterke zin, zodat ze de tweede zin ook willen lezen. En zo verder. Totdat ze een pagina bij elkaar hebben gelezen. Dan hebben ze zoveel geïnvesteerd, dat ze doorlezen. Ik schuw geen schrijfmiddel om de aandacht erbij te houden: overdrijving, tegenstelling, emoties, ironie, humor.”

Het levert te veel lolligheid op volgens sommige mensen, weet ook Dekkers, maar zelf vreest hij meer voor iets anders. „Je loopt het risico dat als je een kritisch boek schrijft over sport, dat je wordt aangezien voor een oude chagrijnige wereldverbeteraar. Maar behalve de puffende, oudere man, zie ik uit mijn raam soms ook het andere uiterste: een meisje dat spontaan begint te huppelen. Bewegen zit in de mens. Op mijn boekpresentatie vertoonden een paar turnstertjes hun kunstjes. Een meisje zag je heel hard nadenken welk pasje ze nu ook al weer moest maken. Heel ontroerend.

„Ik houd best van vrolijkheid en kleine meisjes. Ik ben weliswaar een mannetje dat in een café eerst in een hoekje twee uur zit te kijken naar het rare gedrag van andere mensen, maar als ik twee of drie glaasjes op heb, voeg ik me bij ze en ga ik net zo raar doen als zij.”

Midas Dekkers: Lichamelijke oefening. Contact, 352 blz. € 29,90.