Het vermogen zich in te denken

Wat maakt dat je sommige mensen zo graag wilt zien? Het zou toch genoeg kunnen zijn om over het meisje Natascha Kampusch te lezen, haar verhaal te kennen en het daarbij te laten. Maar de wens om haar gezicht te zien is groot, om haar te zien en horen praten. En om daar iets van te vinden. In Oostenrijk waren de straten leeg woensdagavond, toen het gesprek met Kampusch uitgezonden werd. Op de website van de Oostenrijkse zender ÖRF staan niets dan positieve reacties, waarvan sommige ook uitdrukking geven aan gêne om dit gezien te willen hebben.

Gisteravond zond SBS6 vroeg in de avond het eerste deel van het interview uit. Het werd veel minder massaal bekeken dan in Oostenrijk (hier 772.000 kijkers), vermoedelijk ook omdat delen ervan al te zien geweest waren op andere zenders en op internet.

Waarom wilde Natascha Kampusch dit interview geven? Om het geld dat ze ervoor kreeg en dat haar in staat stelt om, zoals ze wil, een soort stichting op te richten voor andere vrouwen die ontvoerd en mishandeld zijn? Zou goed kunnen. Dan is ze niet meer machteloos, heeft meteen een doel in haar leven. En misschien is het ook in een bepaald opzicht prettig om, waar ze zo lang min of meer onzichtbaar was en afgesloten van de wereld, gezien te worden, om het verhaal te kunnen vertellen zoals ze het zelf wil vertellen. Ze doet dat voorbeeldig, in mooie afgeronde, weloverwogen zinnen, met een bewonderenswaardige reflectie en afstand. Zo zegt ze dat zijzelf het aan kon omdat ze, voor de ontvoerder haar meenam op haar tiende, in een liefdevolle omgeving was opgegroeid. Dat gaf haar het zelfvertrouwen waar het haar ontvoerder aan ontbrak. „Hij miste geborgenheid”, zei ze. Het is moeilijk voorstelbaar dat men in een dergelijke situatie zulke analyses maakt, en dat laatste ligt vermoedelijk weer aan ons gebrek aan voorstellingsvermogen. Langere tijd is zo slecht voor te stellen. We zéggen wel „Acht jaar! Zo lang!” maar we stellen ons eerder momenten voor dan jaren.

Het vermogen zich in te denken in een moeilijke situatie werd op de BBC enorm gevoed door de lange documentaire Twin Towers die aan de hand van de verhalen van overlevenden reconstrueerde wat er ín het WTC gebeurd is ten tijde van de aanslagen. Bijvoorbeeld met de mensen die in de noordelijke toren helemaal bovenin zaten, boven de verdieping waar het vliegtuig was binnengekomen. Overlevenden van die verdiepingen zijn er niet, maar sommige mensen hebben veel getelefoneerd en die telefoongesprekken zijn vastgelegd, waardoor de situatie gereconstrueerd kon worden. Je zag mensen achteraf praten, hun geacteerde alter-ego’s in het gebouw en stukken documentaire film.

Het was voortreffelijk gedaan: het doolhof van met rook gevulde gangen, de nachtmerrieachtig gesloten of klemzittende deuren – en de onvoorstelbare dapperheid en opgeruimdheid van sommige mensen die een helm opzetten, een breekijzer pakten en ander verdiepingen gingen bevrijden. Die bevrijders hebben het meestal niet overleefd. Het is, zo bleek maar weer, ontzaglijk makkelijk om een onherroepelijke beslissing te nemen in zo’n situatie.

Terug gaan in plaats van verder, meteen weglopen in plaats van later, je laten zeggen dat je op je plaats moet blijven of ongehoorzaam zijn. En dan nog de onwetendheid van degenen die middenin de ramp zaten: „Ik zag een herenkostuum naar beneden vallen en ik dacht: waarom zou iemand een pak uit het raam gooien?” En je eigen blik, met kennis van alles.