Het perspectief van de windbuil

Claire Messud Foto Anthos
Claire Messud Foto Anthos Anthos

Claire Messud: De kinderen van de keizer. Anthos, 441 blz. € 19,95.

Claire Messud: The Emperor’s Children. Knopf, 448 blz. € 26,–.

Het boek dat de beroemde journalist Murray Thwaite schrijft, zijn ultieme boek, het boek waarin hij zich eindelijk echt zal laten kennen, is ‘eindeloos en besluiteloos’, vreest hij. Zijn modelmooie dochter Marina wil ook een boek schrijven, een cultureel historische studie van kinderkleding maar liefst, maar op de een of andere manier komt het er maar niet van. Marina’s vriendin Daniëlle maakt documentaires, of beter, maakt plannen voor documentaires, maar in plaats van het cinematografische hoogtepunt over ‘nieuw nihilisme’ onder de New Yorkse culturele elite dat haar voor ogen staat, wordt het een film over liposuctie. En dan is er nog Frederick ‘Bootie’ Tubb, een neef van de Thwaites en een groot bewonderaar van zijn oom, de opiniestukken publicerende mastodont, een man die ‘al beroemd was voordat hij überhaupt familie van Bootie was.’ Bootie keert zich af van de keurige universitaire opleiding die zijn moeder voor hem in gedachten had. De echte wereld, lees: het leven in het spervuur van meningen aan de culturele frontlinie, zal hem alles bijbrengen wat hij weten moet.

Hoewel zij zelf nooit in New York woonde, kan het niet anders of Claire Messud (schrijfster van twee romans en een verhalenbundel; haar The Last Life verscheen hier als Het vorige leven) kent de New Yorkse culturele elite van binnenuit – zo gedetailleerd en zo geraffineerd is haar zedenschets van deze menselijke soort. Pagina na pagina van De Kinderen van de Keizer vult ze met de tot niets leidende introspectie van haar personages, hun neurotische overbewustzijn, hun verlammende bewijsdrang en vooral hun voortdurende angst dat hun succesjes aan waarde zullen inboeten. De coterietjes van uitgevers en kunstenaars vormen een onrustige beursvloer; je koers kan ieder moment kelderen.

Het duurt lang voordat het onvermijdelijke gebeurt in dit boek. Dat onvermijdelijke is niet het plotje waarmee de schrijver op de proppen komt, en dat de val van zowel Bootie als Murray Thwaite inluidt, maar dat is 9/11. Ook Messud ontsnapt niet aan de dwingende behoefte die Amerikaanse schrijvers sinds 2001 parten speelt, de behoefte om het New York van vlak voor de aanslagen te diagnosticeren.

Haar diagnose komt kortweg neer op verscheurdheid: stuk voor stuk willen de personages iets betekenen, maar van inhoud en authenticiteit zijn ze lang geleden al weggedreven – eerder vragen ze zich voortdurend af of ze nog wel inhoudelijk en authentiek genoeg zijn. Een hol monument, denkt Bootie over zijn oom, maar zelf vraagt hij zich ook steeds af hoe hij zich op de kaart kan zetten. Authenticiteit, wil Messud laten zien, is onmogelijk waar mensen zo geobsedeerd zijn door succes en hun eigen belangwekkendheid.

Net als recentelijk Paul Auster (in The Brooklyn Follies) en Michael Cunningham (Specimen Days) schetst Messud dat neurotische heden als een ontspoorde versie van de utopische Amerikaanse visioenen van de vroege negentiende eeuw, toen transcendentalisten als Emerson (bij Messud), Thoreau (bij Auster) en Whitman (bij Cunningham) de grootse krachten van het individu bejubelden. En ook komt ze op de proppen met het nihilisme van Dostojevski: met zijn ‘aantekeningen uit de ondergrondse’ zal Bootie de kunstmatigheid van de levens om hem heen ontmaskeren. Alleen hijzelf zal nooit berusten, maar – paradoxaal en heel Amerikaans – zijn authenticiteit telkens opnieuw uitvinden.

‘Grote genieën hebben korte biografieën’, leest Bootie bij Emerson. Messud zelf treedt dat adagium met voeten. Ze doet dat bewust natuurlijk, in de hoop op een donkere, satirische ondertoon, maar daarvoor is haar toon niet scherp genoeg. Haar stijl is juist vloeiend en woordenrijk, en zo smoort de schrijfster interessante denkbeelden in de ‘eindeloze en besluiteloze’ alledaagsheid van haar verhaal. Eindeloos, omdat de personages uit de aard der zaak niet inhoudelijk genoeg zijn om hun geneuzel ruim vierhonderd bladzijden lang te volgen. Besluiteloos, omdat Messud niet zeker weet of wij van haar figuren moeten houden of dat wij om ze moeten lachen, met als resultaat dat we niet allebei, maar geen van beide doen.

En dan is er nog die publicatiedatum. Vijf jaar na de aanslagen geeft een boek dat het neurotische perspectief van een paar windbuilen als exemplarisch voor de tijdgeest voorstelt, blijk van precies het narcisme dat het aanklaagt.