Het leven is belabberd

In Tom Lanoyes roman Het derde huwelijk is iedereen aan desintegratie onderhevig.

Met clichés, overdrijvingen en banale spreektaal wil Lanoye de lezer overtuigen.

Portret van een jonge bruid. In Het derde huwelijk wordt een oogverblindende Afrikaanse uitgehuwelijkt. Foto Stuart McClymont / Getty Images Young bride, portrait
Portret van een jonge bruid. In Het derde huwelijk wordt een oogverblindende Afrikaanse uitgehuwelijkt. Foto Stuart McClymont / Getty Images Young bride, portrait Getty Images

Het is niet fair tegenvallende romans af te zetten tegen meesterwerken die er op één of andere manier aan verwant zijn, maar Tom Lanoye vraagt erom door zijn opzichtige spel met literaire voorbeelden. Zijn in 2002 voltooide trilogie Het goddelijke monster, Zwarte tranen en Boze tongen was een nauwelijks verhulde poging Het verdriet van België te ‘updaten’, maar kon de vergelijking met de klassieker van Hugo Claus niet doorstaan.

Zijn nieuwste roman Het derde huwelijk zinspeelt op De asielzoeker van Arnon Grunberg. Stijl en strekking van Lanoyes Antwerpse realitysoap verwijzen zo nadrukkelijk naar Grunbergs tragedie over Christian Beck, wiens doodzieke vriendin op de valreep met een Algerijnse asielzoeker trouwt, dat het opzet moet zijn.

De asielzoeker in Het derde huwelijk is een oogverblindende zwarte Afrikaanse die door haar Vlaamse ‘verloofde’ wordt uitgehuwelijkt aan de homoseksuele aids- of kankerpatiënt Maarten Seebregs, die niet geïnteresseerd is in vrouwelijk schoon, maar wel in het geld dat hij krijgt voor het huwelijk. De bedoeling is dat zij door te trouwen de Belgische nationaliteit verkrijgt, vervolgens weduwe wordt of scheidt en dan ter beschikking komt van de man die het schijnhuwelijk heeft gearrangeerd.

Tot zover het verhaal, dat Lanoye als kapstok gebruikt om zijn aan Céline (en Grunberg) verwante nihilisme aan op te hangen. Een nihilisme dat echter bij Lanoye eerder als dekmantel dient voor een nogal platgeslagen vorm van maatschappijkritiek. Uitbundig schildert hij de zinloosheid van het moderne leven in België, maar de overdrijvingen wekken hilariteit noch beklemming op.

Pas als je de aaneenschakeling van ruwe scènes waaruit de roman is opgebouwd de revue hebt laten passeren en in het laatste ‘shot’ de boel min of meer wordt gemonteerd, blijkt dat de clichés – zoals de aanklacht tegen de filmbusiness, die Maarten na jaren trouwe dienst als ‘locatiescout’ rücksichtslos aan de dijk zet – een functie hebben. Ze dienen om ons in te peperen hoe banaal onze westerse levens zijn. Net zomin als De asielzoeker van Grunberg heeft Het derde huwelijk het lot van vreemdelingen tot onderwerp. Het eigenlijke thema is desintegratie, niet alleen van een maatschappij, een stad, een gemeenschap of een familie waarin iedereen dader én slachtoffer, bedrieger én bedrogene is, maar ook en vooral van individuen. De ontslagen Seebregs bestaat uit verknipte beelden, gefilmd op locaties die hij met zorg heeft uitgekozen. Bij alles wat hij doet en denkt vraagt hij zich af wat de beste ‘setting’ is.

De man kan niet bestaan buiten de door films en video’s aan hem opgedrongen gemeenplaatsen en dus wordt zijn bestaan zélf een gemeenplaats waarvan de beschrijving alleen de flauwe klucht oplevert. Op zichzelf is het een interessant en ook wel gewaagd experiment om een personage dat op die manier in het leven staat van binnenuit te beschrijven, maar omdat taalgebruik en denkvermogen van zo’n personage beperkt zijn, gaat de roman onvermijdelijk ten onder aan armzalige krompraat.

Of Lanoye zich heeft gerealiseerd dat de platitudes waarin een oninteressante romanpersoon denkt en spreekt moeilijk geslaagde literatuur kunnen opleveren, valt te betwijfelen. Hij schijnt de overpeinzingen van zijn hoofdpersoon tamelijk briljant te vinden. De aforismen waarmee de roman is doorspekt, lijken bedoeld als spitsvondigheden, maar missen originaliteit en scherpte. ‘Selectie is beschaving omgezet in dadendrang’. ‘Smachten is het halve werk. De rest van vrijen is labeur.’

Het einde van Het derde huwelijk is bijna identiek aan dat van De asielzoeker, maar met één cruciaal verschil. Grunbergs hoofdpersoon Beck is alles kwijt wat hem dierbaar was en wendt krankzinnigheid voor. Wachtend op het verpleegkundig personeel dat hem zal komen halen, wordt zijn hele lichaam nat van de regen. Maar hij blijft kijken en ziet dan ‘alles wat hij heeft verloren’. Seebregs loopt na zijn déconfiture de zee in. Wanneer het water hem bijna heeft verzwolgen trekt – zoals het cliché wil – zijn leven als een film aan hem voorbij. Ook hij blijft kijken. Hij ziet echter niet wat hij heeft verloren, maar alleen wat hij aan emotieloze scènes bijeen heeft ‘gescout’. Cynisch genoeg vindt hij het nog een waardeloze film ook. ‘Van die goede regisseur die me beloofd was merk ik weinig. De montage kon een stuk beter.’ Lanoye mag een begenadigd theatermaker en dichter zijn, die heftig en opwindend kan vlammen, het vuur dat hij als romanschrijver ontsteekt is niet meer dan een flakkerend dwaallicht.

Tom Lanoye: Het derde huwelijk. Prometheus, 337 blz. € 19,95