Gifschandaal leidt aandacht af

De regering van Ivoorkust is opgestapt, vanwege een gifschandaal waardoor drie doden vielen. Toch begrijpt niemand waarom juist nu het kabinet is ontbonden. Corruptie is doodgewoon.

ABIDJAN, 8 SEPT. - Is het een afleidingsmanoeuvre of was het kabinet echt zo diep geschokt dat het aftreden als enige optie zag? Afrikaanse regeringen treden bijna nooit af – ook niet die van Ivoorkust. Feit is dat de regering van Ivoorkust voor het eerst wegens een schandaal is opgestapt sinds het in 1960 onafhankelijk werd van Frankrijk. Het kabinet bood één keer eerder zijn ontslag aan, in 1993, enkele uren na het overlijden van president Felix Houphouët-Boigny, onder wiens leiderschap – hij was ruim veertig jaar aan de macht – Ivoorkust zich ontwikkelde tot een van de meest moderne landen in Afrika. Toen was het aftreden van het kabinet voorspelbaar. Deze keer kwam de val als een volslagen verrassing.

Aanleiding voor de crisis is de illegale storting van 400 ton chemisch afval in de havenstad Abidjan. Het afval, dat de niet alleen gruwelijk stinkende maar ook zeer giftige stof waterstofsulfide bevat, werd twee weken geleden gedumpt op de gemeentelijke vuilstortplaats en op braakliggende terreintjes in zeker acht woonwijken. De zogeheten slops (zwaar verontreinigd spoelwater) waren afkomstig van de Probo Koala, een schip dat gecharterd was door het Londense kantoor van een in Nederland gevestigd handelsconcern.

Aan de rand van de normaal toch al weinig fris ruikende vuilstortplaats staat Akuedo, een armoedig dorp dat in de nacht van 19 op 20 augustus om twee uur ’s nachts werd gewekt door een overweldigende stankgolf. Het rook alsof er een lading rotte eieren over zijn huisje was uitgestort, zegt bewoner Franck Behanzin. „Er kwam net een nieuwe tankwagen aanrijden toen we gingen kijken waar die lucht vandaan kwam. We hebben hem gestopt en de chauffeur weggejaagd.” De vrachtwagen staat er nog.

Aanvankelijk werden de klachten van buurtbewoners over de stank door niemand serieus genomen. Milieuvervuiling is geen onderwerp waar de Ivorianen voor warm lopen. Ze hebben wel andere dingen aan het hoofd. Maar toen steeds meer mensen chronisch misselijk werden en het gerucht de kop opstak dat het om radioactief materiaal zou gaan, kwam de oppositiepers in actie. Vorig weekend brachten de oppositiekranten aan het licht om wat voor afval het ging, wanneer het was gedumpt, en welke Ivoriaanse bedrijven verantwoordelijk zijn voor het wegpompen en vervoeren van scheepsafval. Vanaf dat moment heette de Probo Koala ‘het schip van de dood’. De meeste kranten richten hun pijlen op het havenbestuur, het ministerie van Transport en de notoir corrupte douane. In ruil voor smeergeld zouden zij de andere kant op hebben gekeken toen het afval stiekem in de stad werd geloosd.

Premier Charles Konan Banny, die aanblijft, heeft gezegd dat hij hard zal optreden tegen de bazen van de drie instellingen. Toch begrijpt niemand waarom hij woensdagavond ineens het kabinet ontbond. Zelfs de oppositie zegt „hogelijk verbaasd” te zijn. Corruptie is doodgewoon in Ivoorkust, van de kleine politieagent die altijd wel weer een overtreding weet te verzinnen tot de schatrijke cacaobaronnen die hun gepantserde Porsches over de rug van duizenden arme boeren hebben verdiend. Schandalen te over, maar koppen rollen er nooit. Ook de protesten van boze buurtbewoners, die maandag op gang kwamen, vormden geen serieuze bedreiging voor de autoriteiten. Er moet daarom iets anders achter zitten dan alleen bezorgdheid over het welzijn van de bevolking, zeggen de meeste Ivorianen.

Volgens de cynici kwam het schandaal precies op tijd: de val van de eenheidsregering leidt de aandacht af van het zoveelste mislukte vredesoverleg tussen president Laurent Gbagbo, de twee belangrijkste oppositieleiders en de rebellenbeweging die sinds vier jaar de noordelijke helft van Ivoorkust in handen heeft. Zij zijn in een bittere machtsstrijd verwikkeld, waarvoor nog geen enkele bemiddelaar een oplossing heeft kunnen vinden. Dinsdag deden ze een halfslachtige poging tot een overeenkomst te komen. Het overleg bleek zo’n fiasco dat de partijen niet eens een gezamenlijke eindverklaring tekenden.

Vorig jaar oktober werden de presidentsverkiezingen uitgesteld omdat het land nog steeds verdeeld is. Van het vredesplan dat de Verenigde Naties destijds opstelden, is echter weinig terechtgekomen. De rebellen weigeren te ontwapenen omdat zij Gbagbo niet vertrouwen, en Gbagbo saboteert elke serieuze poging om het vredesplan uit te voeren. Na een hoopgevend begin staat Banny, die in december aantrad, vrijwel machteloos. Dit jaar worden de verkiezingen alweer op de lange baan geschoven. Eind deze maand buigen de VN zich over een nieuw plan en een nieuwe resolutie.

De denktank International Crisis Group (ICG) schetste gisteren een somber beeld van de situatie. „Zonder nieuwe regels…zal geen enkele Ivoriaanse regering in de nabije toekomst in staat zijn presidentsverkiezingen te organiseren. Het vinden van een overeenkomst zal een illusie blijven, en de 37 miljoen dollar die de VN iedere maand uitgeven aan de vredesmissie verspild geld.” Volgens ICG moet Banny meer macht krijgen en Ivoorkust tijdelijk onder curatele van de internationale gemeenschap worden gesteld. Het alternatief – laat de Ivorianen het zelf maar uitvechten – zal volgens ICG leiden tot „massaal geweld”.