Europa herijkt arsenaal tegen terrorisme

Wat zijn, vijf jaar na dato, wereldwijd de gevolgen van ‘9/11’? Europese landen hebben veel nieuwe wetten en regels tegen terrorisme ingevoerd. Over de effecti-viteit is nog weinig bekend.

Treinbommen in Madrid in maart 2004 fungeerden als ‘wake up-call’ voor Europa. Daarna benoemde de EU haar eerste coördinator voor terrorismebestrijding, Gijs de Vries. (Foto AP) ** FILE ** Rescue workers cover up bodies alongside a bomb-damaged passenger train, following a number of explosions in Madrid, Spain, in this March 11, 2004 file photo, which killed more than 170 rush-hour commuters and wounding more than 500 in Spain's worst terrorist attack ever. In Europe, Big Brother is listening and getting a chance to hear more and more. Across the continent, terrorism fears are prompting nations to make it easier for authorities to electronically eavesdrop. They are putting aside civil liberties concerns in favor of greater powers to track terrorists following the Sept. 11, 2001 attacks in the United States. Italian authorities arrested arrested an Egytian in connection with the Madrid train bombing after listening to his phone calls from a Milan apartment. (AP Photo/Paul White)
Treinbommen in Madrid in maart 2004 fungeerden als ‘wake up-call’ voor Europa. Daarna benoemde de EU haar eerste coördinator voor terrorismebestrijding, Gijs de Vries. (Foto AP) ** FILE ** Rescue workers cover up bodies alongside a bomb-damaged passenger train, following a number of explosions in Madrid, Spain, in this March 11, 2004 file photo, which killed more than 170 rush-hour commuters and wounding more than 500 in Spain's worst terrorist attack ever. In Europe, Big Brother is listening and getting a chance to hear more and more. Across the continent, terrorism fears are prompting nations to make it easier for authorities to electronically eavesdrop. They are putting aside civil liberties concerns in favor of greater powers to track terrorists following the Sept. 11, 2001 attacks in the United States. Italian authorities arrested arrested an Egytian in connection with the Madrid train bombing after listening to his phone calls from a Milan apartment. (AP Photo/Paul White) Associated Press

De Deense politie arresteert negen mannen op verdenking van het beramen van een terreuraanslag.

Duitsland krijgt één nationale databank met uitgebreide persoonsgegevens voor zowel de politie als de geheime dienst.

En in Nederland mag informatie van de nationale inlichtingendienst AIVD als bewijsmateriaal in strafprocessen worden gebruikt.

Drie berichten uit de krant van dinsdag. Drie berichten tot voor kort onmogelijk waren. „Europese landen”, zegt directeur Frans Leeuw van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), „hebben na 11 september 2001 een grote hoeveelheid nieuwe wetten en regels ingevoerd om terrorisme beter te kunnen bestrijden.”

Het WODC, onafhankelijk onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie, heeft net een inventarisatie afgerond van wat er in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk aan contraterrorisme allemaal overhoop is gehaald: uitbreiding van strafbaarstelling, zwaardere sancties, verruiming van preventief fouilleren, meer bijzondere opsporingsbevoegdheden, bevriezing van financiële middelen, Europees arrestatiebevel, identificatieplicht, DNA-analyse van verdachten, uitbreiding van voorlo-pige hechtenis, beperkingen voor de verdediging, grensoverschrijdende politiediensten, enzovoort.

Maatschappelijke weerstand is er nauwelijks, zegt Leeuw. „De publieke acceptatie is groot. Men redeneert: ‘Wat moet, dat moet’.”

Behalve de enorme hoeveelheid nieuwe wetten en regels, is het de WODC-onderzoekers opgevallen dat er nogal wat instanties zijn bijgekomen, soms na herschikking van bestaande diensten. Verder signaleren zij „een techologisering van het inlichtingenwerk” – een verschuiving van de klassieke human intelligence naar digitaal speurwerk. „Er komen steeds meer grote gegevensbestanden beschikbaar waarin rechercheurs zoeken naar verdachte patronen om er potentiële terroristen uit te filteren. Maar dat levert ook weer nieuwe problemen op, want je sleept gemakkelijk erg veel binnen. Bovendien, wat doe je bijvoorbeeld met verdachte dingen die je vindt, maar waar je eigenlijk niet naar mocht zoeken? Moet je daar dan toch een strafzaak van proberen te maken?”, zegt WODC-onderzoeker Rudie Neve.

De hamvraag is natuurlijk of al die middelen en maatregelen helpen, of ze het doel, bestrijding van terrorisme, dienen. Daarover is, gek genoeg, nog weinig met zekerheid te zeggen. „Het staat wel vast dat er aanslagen zijn verijdeld”, zegt Leeuw, „maar onderzoek naar de effectiviteit van contraterrorismebeleid is nog nauwelijks gedaan. Het is vaak trial and error. Kijk, geneesmiddelen kun je testen en nog eens testen, totdat onomstotelijk vaststaat dat ze een bepaalde heilzame werking hebben. Dan mogen ze de markt op. Maar die luxe kunnen we ons bij de bestrijding van terrorisme niet permitteren.”

In Europa deed men na ‘9/11’ aanvankelijk alsof het „vooral een Amerikaans probleem was”, zegt Cyrille Fijnaut, hoogleraar vergelijkend en Europees strafrecht aan de Universiteit van Tilburg en gespecialiseerd in de aanpak van georganiseerde misdaad.

„Ik heb die Europese houding van meet af aan nogal naïef gevonden”, zegt Fijnaut. Het terrorisme-handboek van Al-Qaeda uit de jaren negentig liet er geen twijfel over bestaan dat álle Westerse regimes doelwit zijn. Hebben ze belangen in het Midden-Oosten, dan zijn ze dubbel gewaarschuwd. En driedubbel als ze daar ook nog corrupte regimes overeind houden.”

Het duurde een paar jaar, aldus Fijnaut, voordat de ernst van de situatie tot de politieke regiekamers in Europa doordrong [zie kader]. „Wat de Europese landen toen deden en nog steeds doen, loopt heel erg parallel aan het beleid in de Verenigde Staten”, zegt Fijnaut.

„De Europese Veiligheidsstrategie is een door en door Amerikaanse strategie. De VS baseren hun beleid al decennia op de doctrine: ‘Our first line of defense is outside of the USA’. Zij beschouwen Europa als hun eerste verdedigingslinie. Dat zeggen ze ook: ‘Als jullie Mohammed Atta hadden gestopt, dan had zijn Hamburgse terreurcel bij ons op 11 september niet kunnen toeslaan’. In feite heeft Europa die doctrine nu overgenomen en verplaatst naar Oost-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.”

De concrete maatregelen zijn volgens Fijnaut minder nieuw dan ze ogen. „De juridische infrastuctuur is grotendeels hetzelfde gebleven. De veranderingen die nu in organisaties en bevoegdheden worden doorgevoerd, betreffen voornamelijk aanscherpingen van bestaande regelingen.”

Noodzaak en urgentie van deze ‘aanscherpingen’ staan voor Fijnaut buiten kijf. Want ook Europa heeft te maken gekregen met een ander soort terrorisme dan wat het van groeperingen als RAF (West-Duitsland), IRA (Groot-Brittannië), ETA (Spanje) en Brigate Rosse (Italië) gewend was.

Hedendaagse terroristen, vaak gerelateerd aan gewelddadig godsdienstig extremisme, kiezen publieke doelen waar veel mensen bijeen zijn, waarschuwen niet meer vooraf en blazen zichzelf zonder scrupules op. „Dat is echt van een andere orde en vergt aanpassing en herijking van ons contraterrorisme.”

Daarin draait het volgens Fijnaut uiteindelijk telkens weer om twee dingen: preventie en verstoring. „Onze rechtstaten moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat terreuraanslagen worden beraamd, en als dat toch gebeurt proberen ze in een pril stadium te verijdelen.”

„De strafrechtelijke route is daarbij belangrijk”, zegt Fijnaut, „ook wanneer er nog niet genoeg bewijs is voor succesvolle vervolging, maar wél voldoende informatie om in te kunnen grijpen, dan mag interventie niet achterwege blijven.” Verstoring van mogelijke terroristische acties (met slachtoffers onder daders en anderen) prevaleert boven eventuele mislukking van strafvervolging.

Dit stelt, onder meer, hoge eisen aan organisatie en kwaliteit van het opsporings- en inlichtingenwerk. Fijnaut: „Het heeft weinig zin om allerlei bevoegdheden te verruimen en extra mogelijkheden te creëren als binnen die organisaties de expertise niet op peil is en als hun werk nationaal en Europees niet goed op elkaar aansluit.” Juist daar schort het volgens hem nogal aan en is er dus nog veel werk aan de winkel.

Overdreven bezorgdheid over het ‘afglijden van de rechtsstaat’ en ‘uitholling van de burgerrechten’ deelt Fijnaut niet. „Een hele valse discussie. Alsof er zoiets als een sacrosancte rechtsstaat bestaat! Natuurlijk moet terreurbestrijding zorgvuldig en secuur gaan en moet daar scherp op worden gelet door de politiek en het openbaar ministerie. Maar het is de dure plicht van de rechtsstaat om zijn burgers zo goed mogelijk te beschermen, anders verdient hij die naam niet en kan Europa zijn ambitie om ‘een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht’ te zijn, wel vergeten.”

Eerdere delen van deze serie op www.nrc.nl/buitenlandVoor WODC, cahier 2006-3 zie: www.wodc.nl