Een mus op dubbel olifantformaat

Hij leefde met vogels en hij droomde van vogels. Zelfs zijn gezin liet hij in armoede achter om vogels te jagen en te tekenen. In ‘The Birds of America’ brak James Audubon met het brave vogelportret; de originelen zijn nu onbetaalbaar.

Richard Rhodes: The Audubon Reader. Knopf, 630 blz. € 24,90.

Richard Rhodes: John James Audubon. The Making of an American. Knopf, 514 blz. € 29,49.

Christoph Irmscher: John James Audubon. Writings & Drawings. Library of America, 942 blz. € 31,99.

Wat is een man anders dan zijn passie, vraagt Robert Penn Warren in een serie gedichten over de vogelschilder John James Audubon (1785-1851).

Het antwoord luidt dat de passie en de man een en dezelfde waren: Audubon was de verpersoonlijking van de liefde voor vogels en voor het schilderen van die vogels. Alles moest er voor wijken. Hij riskeerde er de ondergang van z’n eigen gezin voor. Jaren leefde Audubon gescheiden van zijn vrouw Lucy en zijn twee zonen. Eerst als een woudloper rondtrekkend door de wildernis en, later, op reis om intekenaars te vinden voor het grote vogelprentenboek dat hij in gedachten had en dat The Birds of America zou gaan heten. Lucy en de jongens moesten ondertussen maar zien hoe ze rondkwamen. ‘In mijn slaap droom ik voortdurend van vogels’, bekende hij in een van de massa’s brieven die hij Lucy schreef om het contact althans schriftelijk in stand te houden.

Audubon werd in 1785 geboren op Haïti als Jean Jacques Rabin, bastaardkind van de Franse scheepskapitein en suikerplanter die zijn zoon kort na de dood van de moeder – een Haïtiaans kamermeisje – meenam naar Frankrijk. Om niet in dienst te hoeven van Napoleons leger vertrok Audubon in 1803 naar Amerika, kreeg er het staatsburgerschap en noemde zich voor-taan John James Audubon.

Als handelaar in huis-, tuin- en keukengoederen ging hij tijdens de economische crisis van 1819 failliet. En vanaf die tijd wijdde hij zich aan The Birds of America, een boek dat 435 grote platen (met daarop 1.065 vogels) zou tellen. Het lukte hem niet om potentiële kopers te vinden en daarom zeilde hij met geleend geld van vrienden en kennissen in 1826 naar Engeland. Uitgever Lizars in Edinburgh publiceerde de eerste gravures; Havell in Londen drukte in de jaren daarna het grootste deel van de handmatig ingekleurde platen. In 1838 was het boek voltooid.

Eigenlijk voelde Audubon zich alleen met vogels verbonden want er was geen mens die hem begreep, luidt een standaardverzuchting, opgenomen in het onlangs verschenen boek The Audubon Reader.

Er zat wel een flintertje waarheid in dat zelfbeklag. Toen Audubon in 1824 lid probeerde te worden van de prestigieuze Academie voor Natuurwetenschappen in Philadelphia wezen de kamergeleerden hem het gat van de deur. Ze vonden hem een oplichter, overtuigd als ze er van waren dat zijn betoog over kalkoenen die hij zwemmend de Ohio had zien oversteken, op verzinsels berustte. Kalkoenen konden heel hard rennen en ook een stukje vliegen, zo was uit de vakliteratuur bekend, maar zwemmen konden ze niet.

Dit geleerde verwijt was al net zo ten onrechte als al het andere dat men Audubon voor de voeten wierp. Tot voor kort moeilijk toegankelijke vogelverhalen, dagboekfragmenten en brieven, opgenomen in The Audubon Reader, maken duidelijk dat de ‘oplichter’ juist door zijn woudlopersleven tot ongekend secure observaties in staat was en dat hij die ook correct formuleerde.

De aanvankelijke afwijzing door de geleerde wereld had ook iets te maken met Audubons fysieke verschijning. Zijn gehavende leren plunje en zijn lange manen roken naar de moerassen van de Mississippi. De kans dat je deze halve bosindiaan tegenkwam met een geweer over zijn schouder en een jachthond aan zijn zijde was groot. Dat vond men onverenigbaar met zijn artistieke en wetenschappelijke pretenties. Veertien jaar na zijn afwijzing was alles anders en zou hij als wereldberoemd ornitholoog door diezelfde academie op het schild worden gehesen.

Audubon brak met de traditie van de vogelafbeelding. Het was gebruik om vogels in een rustige positie en tegen een onopvallende achtergrond af te beelden. Geïnspireerd door de Franse schilder Jacques-Louis David kwam hij op het idee dynamiek bij vogels te suggereren. Hij legde de nadruk op levendigheid en ‘bevroor’ hun bewegingen. Hij was verzot op de esthetiek van de duikvlucht en leefde zich uit in rondzoevende meeuwen en buizerds. Het publiek moest daar aan wennen en ook stoorde men zich aan wrede taferelen. De afbeelding van drie blauwe gaaien die het nest plunderen van een andere vogel werd als shockerend ervaren en vond men zelfs immoreel.

Van de Jan van Gent tot de mus en van de pelikaan tot het winterkoninkje – alle vogels kregen een eigen vel, het zogenaamde Dubbel Olifantformaat (64 x 97 cm). Audubon schilderde elke vogel levensgroot, ook wanneer daarvoor een flamingo een moment moest bukken omdat hij anders niet op het papier paste. Het effect was (en is) overdonderend, maar wetenschappers zagen er aanvankelijk zorgwekkende uitingen van grootheidswaan en circusmentaliteit in.

In The Audubon Reader laat tekstbezorger Rhodes de strijd om erkenning wat onderbelicht. Wie het fijne ervan wil weten, kan beter zijn magnifieke John James Audubon. The Making of an American raadplegen. Die biografie geeft de noodzakelijke achtergrondinformatie bij Audubons artikelen en brieven in de Reader.

In Amerika wordt Audubons doorzettingsvermogen om zijn excentrieke meesterwerk gepubliceerd te krijgen als illustratief beschouwd voor de innerlijke kracht van de Ware Amerikaan, de idealist die door roeien en ruiten gaat om zijn droom te verwezenlijken. Een heroïsch detail is dat de extreem zeeziek-gevoelige Audubon voor die publicatie in 1826 de Atlantische Oceaan moest oversteken, naar Engeland. Het is ook een element dat past in de traditie van de profeet die in eigen land niet gehoord wordt – en daardoor internationaal alleen maar aan status wint.

Rhodes omschrijft zijn held als het ‘Georgiaanse equivalent van een rockster’, wat er niet ver naast zit, aangezien kunstminnend Liverpool en Edinburgh opmerkelijk snel zwichtten voor de woudloper uit de Nieuwe Wereld. De Audubon-hype vloeide voort uit een fascinatie voor de paradijselijke wildernis, die Engeland wegindustrialiseerde maar die Amerika nog volop te bieden had. Audubon leek weggelopen uit James Fenimore Coopers The Last of the Mohicans, een roman die een paar maanden eerder Engeland had veroverd.

Audubons reizende expositie trok in elke stad veel publiek. De toeschouwers huiverden bij het spectaculaire portret van de steenarend met z’n klauwen in het bloedende oog van een haas. Het macabere verhaal van Audubon over het ontstaan van dit portret, verhoogde de sensatie. Voor de verandering had hij zijn ‘model’ eens niet met een geweerschot willen doden, want dat zou het verenkleed hebben ontsierd. Eigenlijk had hij het dier willen elektrocuteren, maar nergens had hij de middelen daartoe gevonden. Daarom stopte hij de arend in een kooi in een afgesloten kamer, zette er een pot rokende kolen bij, en wachtte op de verstikking: ‘Mijn nobele vriend keek met een minachtend oog neer op zijn vijand.’ Uren gingen voorbij maar de vogel gaf geen krimp. Audubon zelf ging door de rook bijna van zijn stokje. Ten einde raad doorstak hij de volgende dag de vogel met een naald en kon hij eindelijk aan het portret beginnen.

In andere notities laat hij zichzelf van een mildere kant zien. Als het bijvoorbeeld over de oostelijke bospiewie gaat, beschrijft hij hoe hij – als eerste Amerikaan – vogels ringt om hun migratie in kaart te kunnen brengen. Lyrisch vergelijkt hij de vlucht van een piewie met ‘het voorbijglijden van een schaduw.’ Meer van zulke bevlogen beschrijvingen zorgen voor een romantische ondertoon en compenseren enigszins de bloederigheid van andere verhalen.

Gemeten naar huidige maatstaven vinden sommigen het misplaatst om Audubon een natuurbeschermer te noemen. Hij schoot nu eenmaal duizenden vogels af, omdat hij de op ijzerdraad geprikte ‘modellen’ nodig had voor zijn schilderingen. Als jager en sportschutter was hij inderdaad een kind van zijn tijd, maar als ornitholoog zonder meer een revolutionair.

Boeken met de complete waterverven of in aquatint gedrukte afbeeldingen zijn in verschillende edities verkrijgbaar via Amazon en andere internetverkopers. In Edinburgh en Liverpool worden nu Audubon-tentoonstellingen gehouden. (www.nls.uk/events/audubon en www.liv.ac.uk/artgall/audubon/index.)