Een kort, vuil kinderhemd

Kristien Hemmerechts Foto Vincent Mentzel Kristien HEMMERECHTS,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH Antwerpen,4 februari 2004
Kristien Hemmerechts Foto Vincent Mentzel Kristien HEMMERECHTS,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH Antwerpen,4 februari 2004 Mentzel, Vincent

Kristien Hemmerechts: Als een kinderhemd. Atlas, 221 blz. € 19,90.

Vroeger thuis bij de familie Hemmerechts was het altijd druk aan tafel. Vader, moeder, broer en zus voerden onophoudelijk strijd om als eerste aan het woord te komen en te blijven. Alleen de kleine, verlegen Kristien zweeg. Zij keek toe en luisterde stilletjes mee. Zo herinnert zij zich dat tenminste. ‘Het praten is pas later begonnen. Op papier.’

Hemmerechts is nog altijd niet uitgepraat. Ook in Als een kinderhemd, een bundeling korte verhalen en beschouwingen van de laatste tien jaar, valt op hoe weinig schrijftalig haar stijl is. Korte, stellige, praterige zinnen. Bijna geen beeldspraak. ‘Wij gingen ook op zaterdag naar school’, noteert zij over haar jonge jaren. ‘Niet de hele dag, maar net als op woensdag tot twaalf uur. Daarna waren we vrij. Om ons huiswerk te maken bijvoorbeeld, op huiswerkpapier van de school. Soms moest je met een liniaal naast de voorgedrukte marge een tweede, bredere marge trekken waarin de juf je fouten kon noteren. Je wist vooraf dat die marge nodig was. Foutloos huiswerk kwam zelden voor. Wij hadden bijna altijd een juf. Meesters zorgden voor onrust op een meisjesschool.’

Het is een sobere, ondramatische manier van vertellen, maar die heeft een functie. Haar onverhulde stijl neemt iets weg van de zwaarte van de onderwerpen die ze behandelt. Kort samengevat draait alles hier om leven en dood, en om wat daar tussen zit aan ziekte, aftakeling en verlies. ‘Het leven is als een kinderhemd, kort en vuil’, zoals de vader van Hemmerechts altijd zei.

De parlandostijl verlicht de zwarigheden die zij ons voorschotelt: de naderende ouderdom, de steeds losser wordende familiebanden, de ziektes van vader en zus, de dood van kinderen en echtgenoot. Moeder Hemmerechts meent dat deze zwarigheden bij het leven horen en als ‘lot’ aanvaard moeten worden, waarna er discreet over gezwegen kan worden. Maar dochter Kristien verzet zich tegen zoveel nederigheid. Zij wil over het korte, vuile leven alles kunnen zeggen wat haar op het hart ligt, of het nu helemaal waar is of niet. Zij laat zich, zo legt ze geduldig uit, niet weerhouden door zoiets als schaamte. Op papier althans.

Deze ongegeneerde aanpak zal niet alle lezers evenzeer aanspreken, maar zet het boek wel onder een prettig soort spanning. Willen we wel weten dat ‘ons Veerle’ schizofreen is, in een ‘gemeenschapshuis’ woont en een gat in haar hand heeft, zodat tweelingzus Kristien regelmatig moet bijspringen? Is het goed dat Hemmerechts ons vertelt dat haar vader vlak na de geboorte van zijn dochters tijdelijk introk bij een andere dame en zijn echtgenote hem dat nooit zou vergeven? Hebben we iets aan de wetenschap dat Herman de Coninck zich als middelbare scholier Napoleon liet noemen? Ja en nee. Het heeft iets uitdagends en ook wel iets ongemakkelijks, dit soort vertrouwelijke details. Maar het past goed bij het beeld dat we al hadden van een schrijfster die niet van de gulden middenweg is. Nog altijd zwalkt ze tussen onbekommerd schrijven en schaamte over het feit dat ze schrijft. Er is geen normaal leven voor haar weggelegd, zo meent ze, 'omdat ik dag en nacht in dat kopke van mij vertoef.'