‘Die ander kruipt in mij’

De joodse Rachel is verzetsstrijder, moffenhoer, slachtoffer, held. Carice van Houten over haar hoofdrol in ‘Zwartboek’ en over regisseur Paul Verhoeven. „De mens is slecht, de Nederlander nog slechter.”

Carice van Houten foto Rien Zilvold Carice van Houten over haar hoofdrol in 'Zwartboek' amsterdam 06-09-2006 carice van houten foto rien zilvold
Carice van Houten foto Rien Zilvold Carice van Houten over haar hoofdrol in 'Zwartboek' amsterdam 06-09-2006 carice van houten foto rien zilvold Zilvold, Rien

‘Doordat Rachel als joodse vrouw in de oorlog alles doorstaat, overleeft en er sterker uitkomt, zonder verraad te plegen aan zichzelf, is zij een echte heldin”, zegt actrice Carice van Houten over haar rol in de film Zwartboek. „Maar zij is wel een Verhoeven-heldin”, vertelt ze op een Amsterdams terras, even terug uit Venetië. „Een echte heldin zou namelijk na de uiteindelijke confrontatie de slechterik genade schenken. Je kent het wel – de boef hangt na het duel met zijn vingertoppen aan een wolkenkrabber, en Catwoman steekt hem de helpende hand toe. Rachel heeft geen genade voor haar vijand. Dat maakt haar menselijker.”

Deze week was Carice van Houten (30) even de beroemdste actrice van Nederland. Als hoofdrolspeelster in de nieuwe film van Paul Verhoeven werd zij op het filmfestival van Venetië geprezen door de internationale pers. Als morgen daar de prijzen worden uitgereikt, maakt zij kans op de Marcello Mastroianni-prijs voor de beste opkomende actrice, of zelfs de belangrijke Coppa Volpi, voor de beste actrice in een dragende rol.

Van Houtens talent sprong al op de toneelschool in het oog. Nog vóór haar eindexamen kreeg zij een Gouden Kalf voor haar rol in de film Suzy Q. Haar tweede Kalf kreeg ze voor Minoes, waarin zij een kat speelt die in een juffrouw is veranderd. Verder speelde ze de laatste vijf jaar in de films Amnesia, De passievrucht, Lepel, Zwarte Zwanen, Ik omhels je met duizend armen en Knetter.

Op het toneel speelde zij de hoofdrol in de musical Foxtrot, de toneelstukken Het bewijs en Driekoningenavond. Misschien meer nog dan uit die hoofdrollen bleek haar kracht uit de mindere stukken en kleinere rollen die ze door haar sterke en geestige aanwezigheid naar een hoger plan tilde. Zo werd haar rol van gothic, sjekkies draaiende puber („Ik ben in de rouw voor mijn leven’’) in Tsjechovs Meeuw bekroond met de toneelprijs Colombina.

In Zwartboek speelt zij een joodse onderduikster die haar hele familie heeft verloren, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in een verzetsgroep terechtkomt, als onderdeel van het verzetswerk een nazi-officier moet verleiden, na de oorlog als moffenhoer wordt vernederd, en uiteindelijk een familie sticht in een Israëlische kibboets.

Wat dacht u toen u het script las?

„Ik las het nog voor ik de rol had gekregen. Er kwam een heel enge ambitie bij me op. Dat had ik nog nooit gehad, het gevoel: Ik Moet Dit Doen! Het was zo beeldend en fantasierijk geschreven dat ik de hele film al voor me zag, en ongeveer wist hoe die hoofdrol gespeeld moest worden.”

Hoe moest dat dan?

„Mijn personage, het joodse meisje Rachel, heeft een innerlijke kracht die haar door de oorlog heen sleept. Ze krijgt allerlei ellende over zich heen, ongeveer iedere scène loopt slecht af voor haar, maar ze reageert daar vrij neutraal op. Ik kan wel bij het begin van iedere scène laten zien wat voor drama’s zij allemaal met zich meesleept, maar dat wordt niet te harden voor de toeschouwers. Dus ondergaat ze het allemaal lijdzaam – een echte overlever. Ondertussen suggereer ik wel dat het van alles met haar doet, dat het haar niet in de koude kleren gaat zitten.

„Alles wat zij incasseert, moet natuurlijk ooit naar buiten komen. Dus als Rachel hoort dat haar nazi-geliefde is gefusilleerd door de andere nazi’s, dan roep ik in een emotionele uitbarsting: ‘Houdt het dan nooit op?’ Dat schijnt nu al een klassieker te zijn: acteur Roeland Fernhout schijnt hem vrij vaak en goed te kunnen imiteren. Voor mij was het een moeilijke scène, omdat ik gewend ben om subtiel en gedetailleerd te spelen. Om het geloofwaardig te houden, moest ik er wel extreem ingeleefd ingaan. Daardoor komt het bijna kotsend naar buiten.”

Hoe verliep het werken aan de film?

„Ik moest een paar maanden lang in een trailer leven, weg van huis en vrienden, dat vond ik wel zwaar. Verder was ik in iedere scène van de film te zien, ik moet de film dragen. Die zware verantwoordelijkheid drukte op me. Ik ben van huis uit echt geen held, ik ben nogal bang en truttig, dus de minieme stunts die ik zelf moest doen, grepen me nogal aan. Ik moest bijvoorbeeld in een doodskist gaan liggen, daar heb ik me twee jaar van tevoren al druk over gemaakt.

„Vooraf had ik huiswerk opgekregen. Ik moest bijvoorbeeld van een kok leren een vissenhoofd af te snijden, dat is best lastig om gracieus te doen, je moet een bepaalde plek in zijn nek hebben waar zijn ruggetje ophoudt. Verder moest ik vlekkeloos Duits, een beetje Hebreeuws en bieten snijden leren.”

Hoe was het om met Paul Verhoeven te werken? Hij staat bekend als een bezeten, veeleisende regisseur.

„Ik denk dat ik vermoeiender was voor hem dan hij voor mij. Als ik weer eens aan het klagen was ’s ochtends over hoe moe ik was en wat er allemaal niet deugde, dan kwam hij aanlopen en zei opgewekt: ‘Goeiemorgen, mevrouwtje Pollewop, zijn we weer chagrijnig?’ Hij liet veel van mijn lastige gedrag toe, waarschijnlijk omdat hij besefte wat hij van me vergde.

„Hij heeft een hele andere kijk op acteren dan ik. Maar hij vindt: zij heeft er meer verstand van dan ik dus laat haar maar gaan. Ik kreeg dus veel meer vrijheid dan anders. Hij hield wel van mijn nuchtere praktische benadering van het spel. Kom niet bij hem aan met praatjes als: mijn personage eet geen vlees, dus dat wil ik tot uitdrukking brengen in deze scène waarin zij wordt doodgeschoten. Daar kan hij niets mee.

„Hij regisseert inderdaad bezeten, maar op een geoorloofde manier. Hij houdt wel van pittige, uitdagende sfeer. Hij vindt het leuk om door vrouwen uit zijn tent gelokt te worden. Ik had het gevoel dat het mijn taak was om hem te vermaken, meestal door hem te choqueren. Dat was vrij gemakkelijk, want hij is de meest preutse regisseur met wie ik ooit gewerkt heb. Hij schrok al als ik zei: ‘Dat is toch na die pijpscène?’ Waarschijnlijk ook omdat het uit zo’n onschuldige meisjesmond kwam. Dus dan kwam ik 's ochtends zijn trailer in en zei: ‘Zo, valt er nog wat te kontneuken?’ Dat vond hij grappig. Hij is een lieve man, hij ontroert me. En hij maakte de sfeer zo veilig, dat ik alles voor hem wilde doen. Ik heb me bij hem nooit geschaamd.

„We herkenden ons in elkaar. Ik ben eigenlijk nogal lui, maar als ik iets moet doen, dan werp ik mij er ook als een bezetene op, net als hij. Ook konden we op een haast kinderlijk niveau over de film praten. En in de nuchterheid en humor konden we elkaar goed vinden.”

Verhoeven staat bekend om zijn voorliefde voor grove, smerige effecten. Had je daar problemen mee?

„Als moffenhoer krijg ik een emmer stront over me heen, dat vond ik geen feest, nee. Het was weliswaar nepstront, gemaakt van ontbijtkoek, pindakaas en nog wat levensmiddelen, maar het stonk zo verschrikkelijk, dat ik na de derde take riep: geef mij maar liever echte stront.”

En het bloot? Bijvoorbeeld de scène waarin u – vintage Verhoeven – niet alleen uw hoofdhaar maar ook uw schaamhaar moet blonderen?

„Bloot zit er niet zoveel in, en ik heb er geen moeite mee. Ik ben principeloos, grenzeloos opgegroeid, dus ik sta nergens van te kijken. Maar aan de buitenlandse pers in Venetië merkte ik dat er wel wat schokkende dingen in de film gebeuren. Dat geblondeerde schaamhaar was gewoon een pruikje. Echt blonderen zou waarschijnlijk gemeen branden. Goed, die opnamedag was niet de topdag van mijn leven, maar toen de grimeuse het pruikje opplakte, moest ik ook wel weer lachen.”

Gaf Verhoeven voor de opnames begonnen aanwijzingen waar de film over moest gaan?

„Ja, hij zei: ‘Ik wil alle kanten van de oorlog laten zien die in Soldaat van Oranje niet aan de orde kwamen’; een foute verzetsstrijder, een goede nazi, een relatie tussen een joods meisje en een nazi. Hij wilde wel dat alles echt gebeurd was. Hij heeft zich vijftien jaar lang gedocumenteerd, alles moest kloppen. Hij wilde na de pure fictie die hij in Hollywood maakte, nu wel eens een film maken over iets dat hem werkelijk bezighield. Hij heeft een cynisch wereldbeeld. De mens is slecht, de Nederlander zo mogelijk nog slechter. Verder laat hij zien dat als je iemand maar hard genoeg slaat, hij ook gaat slaan. Slachtoffer wordt dader en zo blijven we bezig. Er komt nooit een einde aan.”

Verhoeven heeft als jong kind de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, u bent dertig jaar na de oorlog geboren. Heeft u zelf ook iets met die oorlog?

„Een zekere interesse was er van huis uit wel. Mijn vader was nogal stellig in zijn ideeën over de Duitsers. Ik heb nog een ansichtkaart van hem, van toen ik zes was, ik kon net lezen. In grote blokletters schreef hij: ‘Papa zwemt in zee. In de zee zwemmen ook Duitsers. Dat geeft niets, dat zijn ook mensen.’ En laat ik onlangs uitgerekend met een Duitse vriend thuiskomen. Sebastian Koch, heet hij, de Duitse acteur die in Zwartboek de goede nazi speelt.”

Rachel rolt overal doorheen doordat ze gemakkelijk van rol wisselt; van nederige joodse onderduikster, naar stoere verzetsstrijdster, naar moffenhoer, naar Israëlische moeder. Dat lijkt wel op uw voornaamste gave: de metamorfosekunstenaar, de vrouw met duizend gezichten.

„Ben ik werkelijk steeds iemand anders? Ga ik helemaal op in een personage, zonder dat ik het merk? Of ben ik gewoon mezelf? Het voelt in ieder geval alsof ik gewoon mijzelf speel. Ik kruip niet in de huid van een ander, die ander kruipt in mij. Ik laat een selectie van mijzelf zien. In deze film is dat mijn recht-door-zee vrouwelijke kant. In mijn vorige film, de kinderfilm Knetter, speelde ik een depressieve moeder, daarvoor kon ik mijn sombere, chaotische kant goed gebruiken. En een andere keer ben ik weer het vage, dromerige meisje. Allemaal totaal andere personages, maar allemaal wel Carice van Houten. Misschien ben ik wel geflipt.”

Vaak wordt u fijne, blanco gezicht geroemd, waarop de toeschouwer van alles kan projecteren. Daarachter zou u een geheim bewaren, omsluierd met ondoorgrondelijk, maar suggestief spel.

„Ik weet niet zo goed hoe ik het doe. Afgezien van het kwaliteitsverschil, herken me soms in Meryl Streep. Ik denk dat die het ongeveer zoals ik doe. Ik zou het wel eens aan haar willen vragen: ‘Hoe doe jij het?’ Wist ik het ook meteen.”