De meeste scherpe kantjes zijn eraf

De gevestigde partijen zijn het over heel veel eens: meer mensen aan het werk, minder bureaucratie. Maar er blijft genoeg te kiezen.

De concept-verkiezingsprogramma’s van zeven gevestigde partijen liggen er sinds deze week. En ongelijksoortiger dan dit jaar zijn ze zelden geweest. Van de vier krantenpagina’s op tabloidformaat van de VVD tot de boeken van zo’n 80 pagina’s van D66 en de SP. Met welluidende titels als Samen sterker, werken aan een beter Nederland (PvdA), Duurzaam voor elkaar (ChristenUnie) of Het gaat om mensen (D66) zijn de partijen klaar voor de congressen en, hopen ze, voor de verkiezingen van 22 november.

Een analyse van de diverse programma’s leert dat ze doorgaan waar het tweede kabinet-Balkenende ophield. Bij D66 is dat het meest zichtbaar. De partij blies dat kabinet zelf op en staat daar in het voorwoord van het programma uitgebreid bij stil, om zich vervolgens bijna opnieuw uit te vinden. Veel onderwerpen die de afgelopen jaren werden gesteund, worden nu gehekeld.

Coalitiepartijen CDA en VVD borduren voort op waar Balkenende ze heeft gebracht. Bij het CDA vertaalt zich dat in een wat behoudend programma, dat vooral hoopt verder te kunnen bouwen op de successen van de afgelopen jaren.

De VVD, dat net een nieuwe leider heeft, straalt nieuwe ambitie uit en heeft een strak, helder en herkenbaar liberaal programma. En de PvdA barst na vier jaar oppositie onder leiding van Bos van het optimisme én van nieuwe ideologie, hetgeen zich vertaalt in concrete standpunten op nuchtere toon.

Voor de overige drie kleinere partijen ligt dat weer net even anders. Bij GroenLinks bijvoorbeeld heeft het uitroepen van de linkse lente en het steviger omarmen van het vrijzinnige gedachtengoed geleid tot een bijna sociaal-liberaal programma. Dat is ingegeven door het feit dat GroenLinks niet, zoals onder Paars, de eerste oppositiepartij ter linkerzijde is. Die rol heeft de PvdA, en GroenLinks zag de afgelopen jaren veel ‘eigen’ thema’s terug in PvdA-voorstellen.

Noodgedwongen slaat GroenLinks dus wat meer de weg in van de rechtstatelijkheid, en is er veel aandacht voor de globalisering en het milieu. De ChristenUnie grijpt de kans zich te profileren op punten waar het CDA door de regeringsdeelname moeilijker aan toe is gekomen. Heldere standpunten over homoseksualiteit, abortus, euthanasie en het gezinsbeleid zijn het resultaat.

Opmerkelijk is dat GroenLinks, D66 en ChristenUnie op economisch gebied in dezelfde electorale vijver vissen. Alle drie hebben duurzaamheid hoog in het vaandal. Bij GroenLinks vertaalt zich dat traditioneel in een gigantische verhoging van de milieubelasting, gecompenseerd door een even zo grote verlaging van de lasten op arbeid. D66 durft ook weer hardop over het milieu te spreken en zet in op extra geld voor natuur. De ChristenUnie bepleit een belasting op wegwerpverpakkingen.

Ook de SP heeft een aantal scherpe kantjes van haar standpunten afgehaald. Zo accepteren de socialisten nu het lidmaatschap van de NAVO, pleiten zij niet meer voor een terugkeer van de gulden en hoor je ze ook niet meer over verplichte spreiding van allochtone kinderen. De SP voegt zich daarmee in het rijtje redelijke alternatieven links van de PvdA.

De conclusie dat het druk wordt in het politieke midden lijkt gerechtvaardigd. Wat opvalt, is dat de zeven partijen het over veel eens zijn. Zo snijden ze allemaal in de bureaucratie, ze zijn voor hogere beloning van leraren en stellen ze scherpe inburgeringseisen aan allochtonen. Ook sociaal-economisch zijn er veel overeenkomsten. Bijna elke partij stelt de inefficiency in de zorgsector ter discussie, wil de WW verhogen en de duur ervan verkorten, en iedereen doet wel iets met kinderopvang. Die overeenkomsten worden veroorzaakt door het feit dat alle partijen (ongevraagd) attent zijn gemaakt op groslijsten die het ministerie van Financiën heeft opgesteld. Daarbij is per maatregel aangegeven wat een bepaalde bezuiniging oplevert. Daar heeft iedereen uit geput.

De verwachte stagnatie van het arbeidsaanbod is dé rode draad in alle programma’s. Door de demografische ontwikkeling stokt de aanwas van nieuwe werkenden. Dat betekent dat verhoudingsgewijs minder mensen de lasten van steeds meer niet-werkenden moeten dragen. Daarom neemt iedereen maatregelen om vrouwen, gehandicapten en allochtonen aan het werk te krijgen. Dat leidt bij een gezinspartij als het CDA tot de verrassende aanbeveling om de overdraagbare heffingskorting te individualiseren, zodat ook thuiszittende ouders gestimuleerd worden om te werken. Je moet wat als je om electorale redenen niet aan de AOW wilt komen.

Maar er blijft genoeg te kiezen. En de keuze zal de komende weken alleen maar groter worden, als ook aan de rechterkant van het politieke spectrum de partijen hun programma’s presenteren.