De kleine neus, en hoe verder

‘De kleine neus, en hoe verder’ is de derde aflevering van een nieuwe culturele column in Boeken. Onder de noemer ‘Woord & Wereld’ zullen drie auteurs afwisselend schrijven over boeken, andere kunsten en de wereld: Guus Middag, Bas Heijne en Jan Blokker.

‘Als de neus van Cleopatra kleiner was geweest’, schreef Pascal in z’n Pensées, ‘toute la face de la terre aurait changé’

Maar hoe zou de wereld er daarna dan precies hebben uitgezien? Zou de toch al verleidelijke koningin met een ingekorte neus zo onweerstaanbaar zijn geworden dat ze behalve Caesar en Antonius ook nog de aanstaande keizer Augustus en een totaal verblinde Senaat aan de haak had geslagen, waarna Rome zichzelf – kwestie van ongeneeslijke amour fou – vrijwillig had opgeheven, om weg te smelten in een Egyptisch imperium dat voortaan de lakens zou uitdelen?

Interessante mogelijkheden. Maar Pascal was intussen al lang weer bezig met een heel ander aforisme, zonder de verdere consequenties van zijn inval onder ogen te willen zien en zonder nog een poosje door te denken over de veranderde aanblik van de aarde in alle hypothetische gevallen dát.

Het is een beetje het onbevredigende aan eigenlijk alle vormen van onfeitelijke, speculatieve of if-geschiedenis. De beoefenaren pakken altijd één incidenteel (vaak militair) voorval bij de kop, fantaseren – of redeneren – er tien of twintig denkbare alternatieven omheen, en gaan na gedane arbeid over tot de orde van de gewone dag waarin alles wat ze hebben verzonnen niet is gebeurd.

Hoe zou Srebrenica zijn afgelopen als overste Karremans toen wél NAVO-luchtsteun had gekregen, Mladic eieren voor z’n geld had gekozen, Dutchbat niet passief was gebleven, en achtduizend Bosniërs in veiligheid waren gebracht?

Ja, die mensenlevens zouden zijn gered – maar zou de geschiedenis van de Balkan dan een andere wending hebben genomen, en van welke betekenis zouden de ‘nieuwe’ feiten zijn geweest voor de carrière van Milosevic, voor de Europese Unie, voor het prestige van Nederland, voor de kansen van het tweede paarse kabinet en de revolte van Pim Fortuyn, voor het verdere presidentschap van Bill Clinton, voor de verkiezingsstrijd tussen George W. Bush en Al Gore, voor de toekomst van Joris Voorhoeve, en ga zo maar door?

Maar if-gangers gaan nooit door. Ze houden altijd op als het pas interessant begint te worden, als ze hun ene casus hebben uitgeanalyseerd, en aan een volgend nummer zullen beginnen, als bridgers aan een nieuwe robber.

Zo tref je onder de tien speculaties in de bundel Was het anders gelopen…(samenstelling Menno Steketee, bijdragen van o.a. Henk Hofland, Frans Peeters en Jeroen Wielaert) naast de Srebrenica-fantasie losse, meer of minder onderbouwde filosofietjes over de Falklandoorlog die de Argentijnen misschien hadden kunnen winnen, over de mogelijkheid dat Nederland z’n oorlog in Atjeh had verloren, of over de vraag of Montgomery in 1944 de brug-te-ver bij Arnhem niet net wél had kunnen veroveren. Maar als alle modaliteiten zijn langsgekomen, is het over en uit.

Militaire operaties blijken voor het genre dankbare thema’s. Je kunt ze bijna altijd zonder moeite isoleren van het grotere geheel, en alle veldslagen zijn goed beschouwd ook haast altijd dubbeltjes op hun kant geweest. Stevige westenwind over het strand van Nieuwpoort, en het zand stoof in Spaanse soldatenogen. Een paar reserve-regimenten van Blücher, en Napoleon vond zijn Waterloo.

Het blijven, met alle respect, natuurlijk toch bittertafelonderwerpen – vóór sluitingstijd heb je het belangrijkste wel gehad. Professionele geschiedschrijvers wagen zich er ook zelden aan, met één tamelijk recente, en niet toevallige uitzondering: de opstellen van krijgshistorici over twintig cruciale oorlogshandelingen in de loop van achtentwintig eeuwen, bijeengebracht onder de toepasselijke titel What if? De auteurs van de Nederlandse variant hebben de formule dankbaar geleend.

Zouden hedendaagse militairen nog iets kunnen opsteken van de analyses van het Assyrische beleg van Jeruzalem (701 voor Christus), of van de luchtbrug naar Berlijn (1948 na Christus)? In termen van krijgskunde lijkt me dat niet waarschijnlijk. Los van het feit dat generaals naar men zegt altijd de vorige oorlog proberen te winnen, ligt het niet voor de hand dat de smart wars van 2006 nog iets kunnen leren van de Slag bij Austerlitz. En bovendien: oorlogen hadden en hebben altijd ook nog een politieke dimensie – en juist daar hoor je ze niet over in What if? Daar zweeg Pascal al over.

Afgezien van een paar films en boeken die er – fictie tenslotte – vrijelijk op los mogen fabuleren (is The Plot against America van Philip Roth niet een prachtige if-roman?) ken ik maar één voorbeeld van een historicus, een hoogst serieuze Nederlander nog wel, die op een dag dicht in de buurt kwam van hypothese en onfeitelijkheid. Ik bedoel de 19de- eeuwse Robert Fruin, die in juni 1882 de Algemene Vergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde mocht toespreken, en zich verloor in speculatieve dromen.

Wat zou onze literatuur van Vondel tot Potgieter, hield hij zijn schrijvende gehoor voor, niet een reusachtig spreidingsgebied hebben genoten, als we in 1664 onze kolonie in Noord-Amerika ‘bij het sluiten van den vrede met Engeland niet voetstoots hadden afgestaan’.

Jammerlijk gemiste kans.

Maar konden de ontwikkelingen in Zuid-Afrika ons geen nieuwe hoop bieden? ‘Een Nieuw Nederland in Zuid-Afrika’! De eerste Boerenoorlog was in die tijd net voorbij, Fruin bracht geestdriftig de door de Afrikaanders gewonnen slag op de Majuba-heuvel in de herinnering, en vervolgde: ‘Van dien dag af is het in den Vrijstaat en in de Kaapkolonie geen voorrecht meer Engelschman te zijn’ – de Transvaalse boer met z’n Nederlandse stamverwantschap, zou onze letteren een ampel achterland bezorgen. Een Nederlands-Zuidafrikaanse Unie lag in het verschiet.

If…

De problemen van een kleine blanke gemeenschap te midden van een zwarte meerderheid, mede opgelost door Abraham Kuyper, Hendrik Colijn en Willem Drees?

Daar moet je toch ook niet aan denken.

Maar aan zulke ongewisse toekomstvisioenen had Fruin zich niet gewaagd – hij keerde bijtijds terug naar de collegezaal, schreef nog wel een paar Gids-artikelen over ‘de Transvaal-quaestie’ maar beperkte zich overigens weer tot z’n studenten.

Ook bij hem niet de sprong van Cleopatra naar de duizelingwekkende rest aan mogelijkheden. Het zou overigens een mooi experiment zijn: de wereldgeschiedenis van Genesis (maar zonder verboden appel aan een kennisboom) helemaal op if-manier herschrijven tot aan het Mesopotamië (maar een pro-westerse Saddam Hussein) van 2006.

Maar dan moet je misschien wel denken dat je God zelf bent.