Bedankt, Aartsengel

Het Nederlands Dans Theater was afsluiter van het Edinburgh International Festival. Publiek en pers zijn lyrisch.

Fernando Hernando Magadan (l.) en Parvaneh Scharafali maken zich op voor het ballet‘ Shutters Shut’ in Edinburgh foto Douglas Robertson De Schotten zijn dol op het Nederlands Dans Theater
Fernando Hernando Magadan (l.) en Parvaneh Scharafali maken zich op voor het ballet‘ Shutters Shut’ in Edinburgh foto Douglas Robertson De Schotten zijn dol op het Nederlands Dans Theater Robertson, Douglas

Vrijdag 1 september, 21.30u.

Hoe juich je voor ballet? Je kunt niet gillen als bij een popconcert, en een Schot doet niet aan staande ovaties. Maar de vrouw tien stoelen verder, helemaal achterin het volle, bloedhete Edinburgh Playhouse, wil het Nederlands Dans Theater wel laten weten hoe goed ze hen vond, en klappen is haar niet genoeg. Ze maakt een geluid dat het midden houdt tussen de roep van een uil en een brandalarm, en stampt met haar hakken keihard op de vloer.

Het Nederlands Dans Theater ‘doet’ Edinburgh, drie avonden achtereen. Ze bespelen het International Festival dat hier jaarlijks plaatsvindt voor de vijfde keer, en dit jaar zijn ze de hekkensluiters. Voor de laatste editie van vertrekkend directeur Brian McMaster dansen ze een speciaal Lightfoot León-programma, met vier werken van het huischoreografen-echtpaar Paul Lightfoot en Sol León. Het oudste is Sh-Boom (1994), ooit door Paul Lightfoot alleen gemaakt voor de choreografieworkshop van het NDT: slapstick-ballet op topniveau is dat, met een uitzinnige showmaster in glitterpak en een nummer waarin een naakte man zijn kruis steeds nét voordat hij in het volle licht staat toedekt met een koperen pan. De avond opent met Silent Screen uit 2005: langer en serieuzer, volgroeider, gezet op Philip Glass’ Glassworks, met een zwartwitfilm op drie grote schermen als achtergrond.

„Het lijkt gelikt en publieksvriendelijk, maar het is diep, emotioneel”, zegt Joanna Baker, die het festival adviseert bij de dansprogrammering, over het elders al zeer goed ontvangen Silent Screen. „En de dansers mogen er echt in acteren.” Baker reist het hele jaar door theaters af. Silent Screen zag ze in juli 2005 in Montpellier, en ze spoorde vervolgens Brian McMaster aan om met NDT-directeur Anders Hellström te onderhandelen over een Lightfoot León-programma, exclusief voor Edinburgh.

Dat zoiets in één jaar tijd ook werkelijk van de grond kwam is uitzonderlijk, aldus Baker. „Twee, drie jaar is een gangbaarder voorbereidingstijd. In dit geval moesten alle balletten geschikt zijn voor een grote zaal: we wisten uit het verleden dat het NDT het Playhouse vol kan krijgen, dus daar zet je dan weer op in. De dansers moesten beschikbaar zijn, terug van hun zomervakantie, en de balletten moesten snel kunnen worden ingestudeerd. Dat alles vereist grote flexibiliteit van een groep.

„Brian McMaster heeft tijdens zijn directeurschap [1991-2006] hard gewerkt aan het opbouwen van een publiek voor moderne dans. Het NDT, vonden we al jaren geleden, moest zo’n household name worden dat de mensen vanzelf kwamen kijken, dat ze er bij voorbaat vertrouwen in hadden. Tachtig procent van ons publiek heeft het festival eerder bezocht, een keer of vaker, en tachtig procent van de kaarten wordt van tevoren besteld. Zo kun je dus een vaste aanhang voor een groep kweken, die dan ook nieuwe dingen van ze accepteert. Bij het NDT is ons dat gelukt.”

Het Playhouse is een theater met drieduizend zitplaatsen waar doorgaans opera en grote musicals te zien zijn, met bier en ijs in de pauze. Het streven was om het voor zeventig procent vol te krijgen. Het NDT, zo blijkt al na de première op donderdag, gaat daar drie keer ruim overheen.

Vrijdag, 14.00u.

„NDT shows us… how it’s supposed to be done.” In festivalcentrum The Hub leest danser Jorge Nozal de krantenkreet zachtjes voor, en kijkt dan opzij naar Sol León. „Dat is goed, toch?” vraagt hij haar in het Spaans. Achter hen staat danser Fernando Hernando Magadan, die het bord met de juichende recensie uit The Scotsman van vandaag fotografeert, voor later. Vijf sterren geeft de Scotsman het NDT, het maximum, en The Herald, die de publieke respons op hun bravura theatricalities extatisch noemt, doet hetzelfde. Later zal nog de Evening News volgen: wéér vijf sterren. Sol León lijkt nog niet overtuigd van het succes. Ze kauwt zwijgzaam op een pootje van haar zonnebril en leest, leest nog eens. Ze wandelen weer verder.

Vrijdag, 17.00u.

„Mijn naam is Simon Dickinson en ik noem mijzelf een dansartiest, ik wás ook dansartiest totdat ik moest worden opgenomen vanwege mijn mentale problemen, en mijn vraag aan u is: denkt u niet dat het publiek vandaag de dag veel te veel is volgestopt met wóórden om nog oprecht van dans te kunnen genieten, dat er een heel dansvocabulaire aan de mensen is opgedrongen waardoor ze niet meer gewoon kunnen zeggen wat ze erbij vóelen?”

Het museumzaaltje met zo’n twintig serieuze fans van Lightfoot en León zwijgt, verbluft over de keurig uitziende man die als eerste het woord neemt op een door het festival georganiseerde Conversation with Artists. „Jawel”, zegt dan Paul Lightfoot, vriendelijk. Hij zit naast Sol León en een blozende critica op een verhoginkje. „U hebt gelijk. In Nederland, onze thuisbasis, worden nu allerlei quasi-intellectuele discussies gevoerd over de ‘crisis in de moderne dans’. Ik hou daar helemaal niet van. Ik ben ouderwets, ik wil gewoon de studio in en dingen maken.

„Het is zijn, of niet zijn”, zegt Sol León. „Dat heeft een van uw dichters geschreven.”

Zaterdag, 11.10u.

Op het podium is het aardedonker. De dansers liggen in hun trainingskloffie op de grond, rond een geïmproviseerde barre van ijzeren hekken. Het enige licht komt van de mobieltjes die sommigen met gestrekte arm boven hun gezicht houden voor een laatste, snel sms-je. Puf voor veel meer hebben ze niet; behalve optreden moesten ze gisteravond nog tot half één op een goed bedoelde, maar stijve ontvangst bij de burgemeester staan, en daarna is een deel van hen nog gaan dansen in de buurt van het hotel. Oude discohits, en veel travestieten: ze bleken in de gay area van Edinburgh te zijn ondergebracht.

„Ja hallo, met mij weer.” Anders Hellström, ook in sportkleren, stapt door en over zijn dansers heen en telefoneert met geïrriteerde stem. „Er is hier weer niemand van het theater. Er is geen licht, we krijgen het gordijn niet omhoog… Oh!” Een handig lid van de NDT-crew heeft beide problemen verholpen: het doek gaat op, en een zee van rood pluche wordt zichtbaar. In het midden zit de fysiotherapeut, met naast hem zijn twee kindjes, die mee naar Schotland mochten. De dansers klappen. Het klassieke ritueel van rekken, strekken en opwarmen begint, onder leiding van oud-danser Hellström zelf.

„Hello angel”, zegt hij na een half uur opeens. Paul Lightfoot staat op het podium, fris van buiten, zijn leren jack nog aan. „Archangel, thank you very much”, zegt Lightfoot. Lightfoot en León hebben vanochtend een Archangel van de Herald in ontvangst genomen voor hun bijdragen aan het festival in 2000 en dit jaar, op een kleine, feestelijke bijeenkomst. Jiri Kylián kreeg er ook al eens eentje. Sol León komt binnen en laat zich door een paar dansers omhelzen; ze lacht breed, voor het eerst. De les wordt hervat, met de aartsengel, twintig centimeter blinkende nep, als potsierlijke mascotte midden op het podium. Af en toe knielt er even een danser bij neer, en plukt eraan.

Zaterdag, 02.00u.

De meisjes hier zijn bloot, met rokjes en topjes die niets te raden overlaten, de jongens hebben allemaal hetzelfde korte haar en voetbalshirt. Het gros van hen is dronken. De deejay en de percussionist achterin de enorme discotheek zouden samen goed moeten zijn voor the greatest weekly dance event in Scotland, maar ze produceren vooral oorverdovend gebeuk.

De NDT-ers kwamen hier in uitstekende stemming binnen. Het applaus na hun slotoptreden van vanavond leek wéér harder, Edinburgh is goed voor hen geweest. Toen ze elkaar net voor het Thaise restaurant waar ze hadden gesoupeerd stonden op te wachten – er moest gepind worden, tassen moesten terug naar het hotel, outfits verwisseld, een groep van 25 dansers verplaatst zich traag – kwam er een trio vriendinnen van in de vijftig op ze af: „You were great! It was absolutely marvellous!” Zulke spontane reacties krijgen ze niet vaak.

Maar tegen dit clubgeweld zijn ze niet opgewassen. Soms halen ze elkaar even over en gaan ze de vloer op, maar meestal kijken ze toe, samen in een hoekje. Een Schot gooit vanaf het balkon zijn glas leeg op de schouder van danseres Parvaneh Scharafali. Ze geeft hem zwijgend de middelvinger.

Scharafali, die vorig jaar in Nederland de Gouden Zwaan voor de beste dansprestatie won, is moe, leeg, van haar hoofdrollen in zowel Silent Screen als Shutters Shut, dat hier als derde ballet geprogrammeerd stond. „Ze is mijn zielsverwant”, zei Sol León over haar tijdens het openbare interview. „Toen ik voor Shutters Shut mijn wens wilde uitvoeren om een gedicht van Gertrude Stein in dans om te zetten, wist ik dat ik haar nodig had.” Hier wil Scharafali niet dansen.

Een Schots meisje zwalkt voorbij, verliest haar evenwicht en klapt met haar hoofd tegen een ijzeren balustrade; het bloed druipt op de grond; twee NDT-ers snellen eropaf en helpen haar naar een taxi. Niet veel later besluit de groep om terug naar het hotel te lopen. „Dit was wel weer genoeg integratie”, zegt danser Yvan Dubreuil. Ze kletsen nog wel wat in de lobby, net als gisteravond.

Morgen vliegen ze naar Nederland. Over zes weken gaan ze weer op reis, naar Spanje.