Van schorem tot smeris: koosjer Nederlands

Na veertien jaar is het woordenboek van het Jiddische Nederlands af. Een encyclopedie van het Nederlandse jodendom en een monument voor menig verdwenen misjpoge.

Justus van der Kamp en Jacob van Wijk makers van het woordenboek Koosjer Nederland over Joodse woorden in de nedelandse taal. Voor interview door Hilde Pach voor wetenschap. FOTO: BRAM BUDEL
Justus van der Kamp en Jacob van Wijk makers van het woordenboek Koosjer Nederland over Joodse woorden in de nedelandse taal. Voor interview door Hilde Pach voor wetenschap. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Justus van de Kamp hoeft niet lang na te denken over de vraag wat hij het mooiste joodse woord in de Nederlandse taal vindt: „Voetgangersfeest. Helemaal Nederlands en toch hartstikke joods. Het is een volksetymologische leenvertaling van het Hebreeuwse woord voor de pelgrimsfeesten, waarvoor de joden te voet naar de Tempel gingen.” Jacob van der Wijk komt met een van oorsprong Hebreeuws woord: lehafdel, letterlijk „om onderscheid te maken”, een woord dat gebruikt wordt om onverenigbare zaken van elkaar te scheiden. „Het is een uniek joods woord,” zegt Van der Wijk, een sleutelbegrip. Het jodendom maakt voortdurend onderscheid, tussen heilig en profaan, tussen leven en dood, tussen alles eigenlijk.”

Van de Kamp (1954) en Van der Wijk (1937) zijn de auteurs van Koosjer Nederlands. Joodse woorden in de Nederlandse taal. Het achthonderd pagina’s tellende woordenboek verschijnt morgen, na veertien jaar noeste arbeid. De woorden voldoen aan twee criteria: ze zijn door toedoen van joden in het Nederlands terechtgekomen en ze komen voor in een Nederlandse tekst. Elk lemma heeft van een betekenisomschrijving en een herkomstaanduiding en wordt verduidelijkt door citaten. De meeste woorden komen uit het Jiddisch, tot in de negentiende eeuw de omgangstaal van de joden in Nederland, gebaseerd op het Duits, met Romaanse en vooral Hebreeuws-Aramese elementen. Maar er staan ook Sefardische woorden in, ontleend aan het Spaans of Portugees van de joden die in de zestiende eeuw voor de Inquisitie naar Nederland vluchtten. Het Israëlisch Hebreeuws is ook vertegenwoordigd, evenals Nederlandse woorden die in een joodse betekenis gebruikt worden.

Wat is het belang van ‘Koosjer Nederlands'? Van de Kamp: „De bestaande woordenboeken, zoals Resten van een taal van Hartog Beem en Het Joodsch in Nederland van Voorzanger en Polak, vermelden zelden hun bronnen. Op internet circuleren ook lijstjes met Jiddische woorden waarvan niemand ooit een bron of een citaat heeft gezien. Dat zijn spookwoorden. Toen dachten we: we maken een corpus van woorden die voorkomen in een Nederlandse bron. Zodra je een flink corpus hebt, kom je ook meer te weten over de herkomst.”

In de inleiding staat een korte geschiedenis van de joden in Nederland, en er wordt vooral ingegaan op de eigenaardigheden van het Jodenhoeks, een mengvorm van Nederlands, Jiddisch en Sefardisch, tot de Tweede Wereldoorlog gesproken in de Amsterdamse Jodenhoek. „Lang niet alle woorden in ons corpus komen daarvandaan,” geven de auteurs toe, „maar hierover is het meeste bekend.” Jammer genoeg vermelden ze niet hoe en wanneer joodse woorden in het Nederlands zijn terechtgekomen. „Meestal weten we dat niet. Daarvoor is systematisch onderzoek van de bronnen nodig. We staan nog maar aan het begin.”

Het vinden van het materiaal verliep evenmin systematisch: „We hebben vooral dingen gelezen waarin we veel verwachtten te vinden, zoals het negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse proza van Is. Querido, Meijer de Hond, Herman Heijermans, Carry van Bruggen. Hun boeken bevatten de spreektaal van het gewone volk. Maar we hebben ook veel naoorlogse bronnen, van Leon de Winter tot Annie M.G. Schmidt. In niet-joodse kring waren allerlei joodse woorden allang bekend, ook dankzij het Bargoens, dat veel Jiddisch bevat, waarschijnlijk door toedoen van aan lager wal geraakte achttiende-eeuwse joden. Maar pas in de jaren zestig begonnen jongeren woorden als ‘schorem’, ‘smeris’, ‘gozer’ actief te gebruiken. Ze zetten zich af tegen hun ouders, confronteerden hen met de oorlog en gebruikten de taal van de slachtoffers. Overigens zijn de meeste woorden inmiddels weer verdwenen uit de spreektaal.”

Opvallend is dat het boek ook Nederlandse woorden bevat die te maken hebben met de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, zoals ‘transport’ en ‘ophalen’. Is dat wel koosjer? „We hebben daar lang over gediscussieerd”, zegt Van der Wijk. „Maar ze hebben een speciale betekenis in joodse context, daarom horen ze erin.”

Wat is het praktische nut van dit boek? „Het is ter lering en vermaak”, zegt Van de Kamp. „Je kunt er gewoon voor je plezier in lezen en allerlei in onbruik geraakte woorden tegenkomen.”

Van der Wijk: „Het is ook een encyclopedie van het Nederlandse jodendom. En ik zie het als een monument voor mijn verdwenen misjpoge.”

Justus van de Kamp en Jacob van der Wijk, Koosjer Nederlands. Joodse woorden in de Nederlandse taal. Contact. 799 blz. € 69,90