Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Milieu en natuur

Paardmens & menspaard

Een lege regel? Nee! Met die zin introduceerde Battus precies dertig jaar geleden in het Cultureel Supplement het Opperlands: woorden en zinnen waar iets mee aan de hand is. Niet door hun betekenis, hun herkomst, of hun uitspraak, maar door de letters waarmee ze worden genoteerd. Voor deze feestelijke gelegenheid dresseerde hij twee fabeldieren, het menspaard en het paardmens.

paardmens

Allereerst de paardmens-woorden. Ik geef er wat voorbeelden van: geenszins veelszins, doodswens doodstamp, roerstang, tuinslang, hoogglans loodglans weerglans, hoogstens, boomsterk, boekskens, noenstond, roerstand seinstand buigstand, voortgang, woordveld, doornwals, nooddruft, kaatsband, kaardwolf, huistwist, leefstijl, lierstart, leerkring

Bij de paardmensen valt direct op hoeveel woorden er met hoofd- beginnen: hoofdmast en hoofdstam, hoofdlijn en hoofdpijn, hoofdkust en hoofdpunt, hoofdband en hoofdwant, hoofdkerk en hoofdwerk, hoofdwind en hoofdwond, hoofdveld en hoofdgeld, hoofdtijd en hoofdwijk, hoofdnerf en hoofdzalf, hoofdbank en hoofdgang, hoofdfilm en hoofdling, hoofdworm en hoofdbord, hoofdkamp en hoofdbalk

Curieus is dat er ook veel op -plank eindigen: loopplank en gootplank, muurplank en huurplank, mouwplank en bouwplank, zeilplank en peilplank, keerplank en veerplank en weerplank, voetplank en voegplank, huidplank en kuipplank en duikplank, naamplank en paalplank, boenplank en boegplank, loefplank en boesplank, rietplank en sierplank, leerplank en leesplank

Dat waren allemaal zelfstandige naamwoorden. Nu de bijvoeglijke naamwoorden: doodsbang en roomblank, naaldfijn en naastbest, beeldrijk en deugdrijk, leesblind en doofblind, maanblind en vaarblind, goudbrons en dauwfrist, woensdags en roestvast, geelblond en goudblond, hoogblond en roodblond, koolzwart en moorzwart, roetzwart en vaalzwart, duifgrijs en muisgrijs, loodgrijs en rookgrijs

Er zijn korte zinnetjes te maken met twee paardmens-woorden, van het type Niet te geloven dat die: baardmans diepdrukt, beestmens roofdrukt, jaarklant zeefdrukt, keurprins fierljept, weekklant weerstond, buurtgids vuilstort, ruimsgast boogspant, poetswijf voedstert, boeddhist deemstert, loodsgids weerklonk, jeugdgids voortgilt, loonklerk voorttikt, zoonskind voortkakt

Frequent zijn woorden met aa in de voorste lettergreep en een enkele a in de laatste lettergreep: paardbalk en naaldbalk en maatsbalk, haardland en waardland, maanstand en kaapstand, kaarslamp en kaarswalm, maatdwang en zaakdwang, baardzalf en naaktdans, vaartpand en raamspant, waakstand en vaarstand, vaatkramp en paaspsalm, kaardband en paalstand en naadspant, haakstang en maantrans, raagkwast en vaatkwast

Groot is ook het aantal werkwoorden dat met door begint: doorpleng en doordring, doorsnijd en doorglijd, doorklink en doorklonk, doordrink en doordronk en doordrenk, doorgrond en doorstond, doorprikt en doorstikt, doordrukt en doortrekt, doorklopt en doorflopt, doortrapt en doorvlamt en doorstart, doortrilt en doorglimt, doorzwerf en doorsmijt, doorvlamd en doorvlijmd

Heel veel dieren lopen het paardmens achterna: baardvink en noordvink, roestgans en roestgors, boomslang en woudslang, hoedslang geelslang en vuurslang, baardworm en koordworm, koornworm en koornhert, hoornhert en paardhert, boorspons en rookspons, puistmijt en roestmijt, koornmijt en koornwolf, beerzwijn en meerzwijn, koolzwijn en woudzwijn, zeeschijf

In veel gevallen eindigt een paardmens-woord op -grond of -plant: veengrond en leemgrond, rietgrond en wiergrond, poelgrond en peelgrond, moergrond en moesgrond, goudgrond en houtgrond, boekgrond en boergrond, tuingrond en duingrond, wietplant en rietplant, heemplant en zeepplant, kuipplant en zuigplant, tuinplant en duinplant, diefplant en biesplant, boonplant en koolplant

Je hebt veel woorden die het meervoud zijn van vrouwelijke bezigheden: haaksters en maaksters, geefsters en weefsters, kooksters en pooksters, kaapsters en raapsters, keursters en neuksters, kaaksters en waaksters, haatsters en gaarsters, biedsters en diensters, zuigsters en zoogsters, weegsters en veegsters, houdsters en haamsters, boensters en voedsters, doopsters en koopsters

Karig zijn de andere meervouden, die immers ook op een s na een medeklinker moeten eindigen: goudsmids en hoefsmids, huurflats en koopflats en woonflats, jaarclubs en tuinclubs, noodstops en loonstops en bouwstops, souschefs en zaalchefs, peepshows en roadshows, siersmids en vuursmids, haakbloks en goudbloks, heupslips en loonslips, touwtrucs en haakstuks, boordsels, moëddzins, vaandrigs en tuigplans U vindt moëddzins te ver gaan? Vervang ze dan door het meervoud wielspins

Laten we de zaken opnoemen die betrekking hebben op oog en oor: moordfilm en naaktfilm, koekprent, beeldband beeldlijn beeldpunt beeldrijm beeldveld beeldvorm, muurkrant en mailkrant, leeskring en leestrant,

buurtzang, bierpsalm en boetpsalm, voetpsalm en voetklank, vierklank keelklank neusklank taalklank, taalgrens taalkring, woordzang en woordgolf

Met lijf en leden en eten hebben te maken: noodspalk en beenspalk en beenstomp, haargrens haarkrans en haarwrong, hoornzalf, buikkramp en kaakkramp en maagkramp, maagbrems en maagslang en maagslijm, deegklomp, meelspijs, noordkers, peerdrops, koekskens, roomkwark, taartring en taartvork en taartrand, biestmelk laafdrank en roesdrank en heildronk

Naar buiten moeten we gaan voor: duinbrand en duinkling, houtstand en veenbrand, noordkant en noordwand, noordpunt en noordföhn, noordkust en noordwest, zuidgrens en boomgrens, tuinzwerm en poolfront, huisstijl en woonstijl, rietbrand en rauwbrand, vuurkrans en vuurstolp, raadsrots en vaaggrond, tiendland en roadblock, keerkring en koestront

Op financiëel terrein hebben we: beursgang beursterm beurstijd en beursband, goudfrank en goudklomp, goudprijs en houtprijs kaasprijs huurprijs koopprijs biedprijs laatprijs meerprijs jaarprijs reisprijs naarprijs nietprijs, kaartgeld loodsgeld poortgeld vaartgeld maandgeld, roodstand, loongrens, vuistpand

Paardmens-woorden in de bouw zijn: bouwgrond bouwstijl bouwtrant bouwprijs bouwgrens, boorstang boorvlijm, hoekspant kierstand hoornwand, meetflens en tuitflens, peilstift en meetstift, peurkwast teerkwast en houtkwast, muurstijl naaldlijn haakswijs leischijf, heischalk keeftkast poetswals, roestring waardkist

Questieus is de afdeling spullen, stof, materie: poetskurk en kaarstalk, beenzwart en rookzwart, gietklomp puinklomp loodklomp en houtklomp, houtslijp goudslijp, keurgrind raapgrind maasgrind en tuingrind, koolstift en loodstift, koolfront, loodbrons loodspijs en loodkrijt, meerkrijt en roodkrijt , boordlint en boordband, huisbrand, naaldvilt

Rare collectie van handige dingen: moordbijl en vuistbijl, zeepkwast en zeepspons, doekspeld sierspeld en haarspeld, haarsteng en haarkwast, riemklamp meerklamp deurklamp en roerklamp, koekplank kaasplank en kaasstolp, kaarsvorm, naaldvijl, naaldpunt, paintball, zuigslang, koeldrank, noordpijl, feestgids feestjurk en feestharp

Samengestelde woorden beginnen vaak met voor en voort: voorglans voorplans, voorspant voorstand, voorspeld voorspelt, voorspijs voorspits, voorsteng voorstijl en voorsnijd, voortrekt voorzwerm voortdans voortjank, voorthelp voortwerk voortzegt, voortging voortzing, voortdurf voortduwt, voortkomt en voortlokt, voorttors en voortzong

Tot de paardmens-woorden die met werk of actie te maken hebben behoren: beulswerk en jeugdwerk, kaarswerk en haastwerk, toetswerk en poetswerk en koetswerk, buurtwerk en fietswerk, reekswerk en hoornwerk duursport en loopsport en teamsport, huisvlijt en tuintwist, teeldrift en boerdrift, nooddrift, neukdwang, neukdrift en paardrift, feestdans en zeestrijd, jeugdzorg en zielszorg

U dacht bij al die aa-a-woorden misschien al: O, is er geen woordgolf van oo-o-woorden? O ja, hier zijn ze: boordvorm en koordvorm, roodgrond en pootgrond, doorwrong en doorzwolg, noodstond en noodstorm, voorstond en voorstorm, hoofddorp en hoofdpost, koornkorf , moortrots, moorddolk en moordkost en moordjong, voortklonk en voortzorg, voordrong en voordronk, voortholt en voortrolt, boomstomp, bootsvolk, noodbrons

Verrassend zijn de zelfstandig gemaakte bijvoeglijke naamwoorden zoals je die ziet in iets lekkers of iets nieuws, dus: iets doodstils loofstils en muisstils, dienstigs koortsigs en naarstigs, doodstoms en doofstoms, naaldduns en vuistdiks, doodzwaks en rookzwaks, maasstads en voorstads, loodvrijs rookvrijs voetvrijs zuurvrijs keurvrijs houtvrijs en kiemvrijs, vierblads viervlaks en voorvlaks, hoorndols en deemsters

We naderen het eind. De volgende woorden zijn mij lief omdat ze een anagram bezitten: jaagsters met heur jagerstas, baaksters zijn arabeskst, deugdheld wordt gehuddeld, paalkrans is knalpaars, sierplant is plenairst, een beklemder beeldmerk, leertrant is tranteler, boomklerk is Lombokker zoals-ie de slotronde doorsnelt en zich op de voorgrond voordrong, en dan nog zestien woorden waar je simpelweg de eerste vier letters achteraan kan zetten:baansport, boomtronk, geelgrijs, goudglans, hoekstijl, houdstand, huurgrond, maatklank, poolkring, zaalspot, voetstand, boorspits, kuitkramp, duiksport, taalgrond, koolspits

Ik zie het eind naderen. Er zijn woorden met drie anagrammen: beenstand (ebstanden, standbeen), deurstijl (deurlijst, stijldeur), boekstijl (stijlboek, boeklijst), doorbrast (doorbarst, strobaard), geestland en leegstand (gastleden), gietbrons en boestring (bronstige), keerstijl (eerlijkst, krieltjes), kiemplant (plantkiem inklampte), loopsters (oplosster, sloopster), meerplant (parlement, trampelen), meerslang (malengers, marsgelen), moordvent (ontvormde droomvent),peilstang (spilgaten, stapeling), raamstijl (lijstraam, rijstmaal), roodbrost (roodborst, doorborst), teelgrond (onderlegt, ontregeld), teerspijs (pissertje, sprietjes), tiensport (posttrein, stoptrein), veilkrans (lakvernis, vernislak), vuurstorm (stormvuur, muurvorst), weerklank (Walenkerk, lakwerken), zaadplant (zandplaat, plantzaad), doorsneld (losdonder, slotrondes), stormliep (mispelrot, stormpeil)

IJzersterk zijn de woorden die de relatie paardmens-menspaard illustreren. De anagrammen van deze woorden ziet u hiernaast op de rechterzij van deze bladzij: woordwerk, baardpunt, feesttent, jeugdkamp, kaartwerk, naaldkant, vaarsmelk, woordvorm, naaldmerk, feestzang, kaartpons, beursgeld, vaarskalf, jeugdland, moordlust, boordpunt, beurtzang, hoofdkamp, beurswerk, woordkern, kaartpost, hoornpunt kaarspunt, railstand, koorddans en: paardmens

Zo, en nu zijn er nog wat woorden die ik nergens thuis kon brengen: keurslijf paardwijf jaarstijl kookstijl kieskring huiskring zielspijn zielsrust doorspekt doortrild paasgrens paaspronk doodshemd doodskist hoogstand wiekstand fietsband fietslamp fietspomp fietshelm koetspers nooddrang woordmerk geestrijk veenslijk weerstandZag u dat elk van mijn 26 rijtjes uit 26 woorden bestond? Er zijn dus 26 x 26 = 676 paardmens-woorden. Verbazingwekkend, want ik vond al eerder (in Ons Erfdeel, februari 2003, pagina 149, Van bad tot zus ) dat er precies 676 woordjes van drie letters zijn met een klinker in het midden. De menspaard-woorden hiernaast zijn ook 676 in getal maar dat is nogal logisch, want waarom zou menspaard paardmens overtreffen?keurslijf paardwijf jaarstijl kookstijl kieskring huiskring zielspijn zielsrust doorspekt doortrild paasgrens paaspronk doodshemd doodskist hoogstand wiekstand fietsband fietslamp fietspomp fietshelm koetspers nooddrang woordmerk geestrijk veenslijk weerstand

Zag u dat elk van mijn 26 rijtjes uit 26 woorden bestond? Er zijn dus 26 x 26 = 676 paardmens-woorden. Verbazingwekkend, want ik vond al eerder (in Ons Erfdeel, februari 2003, pagina 149, Van bad tot zus ) dat er precies 676 woordjes van drie letters zijn met een klinker in het midden. De menspaard-woorden hiernaast zijn ook 676 in getal maar dat is nogal logisch, want waarom zou menspaard paardmens overtreffen?

menspaard

Allereerst de menspaard-woorden. Ik geef er wat voorbeelden van: dansfeest en wijnfeest, ringboord en ringhoorn, tandjoeng en betsjoend, veldgeest en veldmaagd, halfmaagd en halfjaars, denkbeeld en denkgeest, gestreept en gestrookt, landtaart en randgaard, wedplaats en TAP-plaats, wurgmoord en hulpmoord, geschaakt en gescheukt, gonfleurs en belfleurs, westbouws en westbeeld

Bij het menspaard valt op hoe belangrijk het woord hoofd is: bulkhoofd en zulthoofd en punthoofd, wijshoofd en rijshoofd en wijkhoofd, lamshoofd en ramshoofd, gildhoofd en wildhoofd, potshoofd en totshoofd, manshoofd en kanshoofd, katshoofd en vasthoofd, balkhoofd en kalkhoofd, rondhoofd en korthoofd, molshoofd en bokshoofd, vanghoofd en hardhoofd, veldhoofd en westhoofd

Constructies met -plaats aan het eind zijn er ook plenty: bidplaats en zitplaats, valplaats en walplaats, mikplaats en misplaats, visplaats en pisplaats, pakplaats en lasplaats, bijplaats en zijplaats, badplaats en wasplaats, ligplaats en winplaats, losplaats en lokplaats, topplaats en hofplaats, herplaats en verplaats, wegplaats en lekplaats, nulplaats en vulplaats

Dan krijgen we de bijvoeglijke naamwoorden: bolstaand en holstaand, doldriest en doldwaast, vijfdaags vijfweeks en vijfduims, wijdbeens en volbloeds, halfnaakt en hardleers, kortziend, mankgaand, naschools, kansloost en rijmloost en rotbroost, restloost tactloost en werkloost, Botswaans en Holsteins, Westduits en Westfaals, Tadzjieks en Carthaags

Even wat korte zinnetjes, voorafgegaan door ‘We weten allemaal dat…’ de bachhoorn beschaaft, de contra-alt castreert, de domproost dagdroomt, het filmwoord filtreert, de kerkvoogd kortwiekt, de landvoogd lorgneert, de misthoorn zich misdraagt, de penvriend puncteert, de ringbaard rolstoelt, de suppleant suppleert, de tijdgeest tongzoent, de verfbeurt vergrauwt, de waldhoorn wantrouwt U vindt contra-alt te ver gaan? Vervang haar dan door volggeest

Fraai is de opvolging van de korte a door de lange aa: bankkaart en landkaart, kanskaart en kampkaart, handpaard en kanspaard, wandkaart en landsaard, lastpaard en kalkpaard, talkkaars en lampkaars, tankvaart en zandvaart, bastpaard en zandbaars, zandtaart en zalmtaart, halfmaagd en halfjaars, mansbaard en manslaars, landwaard en handhaaft, radbraakt en gangmaakt

Graag begint een menspaard met rond, ‘Dat hij voortdurend rond-…’: ronddient en rondbiedt, rondgaapt en rondjaagt, rondvoert en rondtoert, rondloopt en ronddoolt, rondleurt en rondzeurt, rondweidt en rondzeilt, rondneust en rondzeult, rondtuint en rondwuift, rondmaant en rondvaart, rondreist en rondleidt, rondhaalt en rondwaart, rondzoekt en rondjoelt, ronddeelt, rondhoort

Hoe zou een menspaard zijn mededieren en dierendelen kunnen vergeten? Hier zijn ze: bergpaard postpaard karnpaard werkpaard nijlpaard, bolstaart vetstaart visstaart dunstaart wigstaart wipstaart, bokshoorn ramshoorn tandhoorn gemshoorn kinkhoorn, werkbeest mestbeest melkbeest, nijlbaars en wolfbaars, windvoorn en haftvoorn, gemsbaard, zakkreeft, pinkvaars

Ik moet even een saai rijtje werkwoorden noemen: herproefd en hertrouwd, vervleesd en vergrauwd, vertrouwd en verstouwd, verklaard en verzwaard, verdwaald en verdwaasd, verglaasd en vergraasd, verknaagd en verkniesd, verdroomd en verdroogd, vergroofd en vergruisd, verbloosd en verbloemd, verstuurd en herstuurd, verdroefd en vervroegd, verkleumd en verkleurd

Juist de zojuist genoemde werkwoordsvormen kunnen ook, met een t in plaats van een d, een hij-vorm worden: herproeft en hertrouwt, vervleest en vergrauwt, vertrouwt en verstouwt, verklaart en verzwaart, verdwaalt en verdwaast, verglaast en vergraast, verknaagt en verkniest, verdroomt en verdroogt, vergrooft en vergruist, verbloost en verbloemt, verstuurt en herstuurt, verdroeft en vervroegt, verkleumt en verkleurt

Kunnen er ook meervouden in menspaard zitten? Ja: dagbroers en lulbroers, lontroers zinkroers en windroers, baksmaats en koksmaats, wijkteams en hartteams, ballrooms darkrooms longrooms en messrooms, bidsjaals en jumpsuits, cambreurs en castreurs, jackboots en wedgwoods, cocktails, junkmails en landmails, dompteurs, bontvairs, persloops, werpreels

Laten we even de woorden van woord en beeld opnoemen: bergkaart kustkaart melkkaart perskaart tijdkaart wijnkaart vijfkaart windkaart puntkaart pochkaart zorgkaart, filmsoort filmbeeld testbeeld gipsbeeld godsbeeld wensbeeld zelfbeeld, dankwoord godswoord rijmwoord zangwoord zegswoord, ballpoint en billboard, verssoort

Met lichaam en vervoer hebben de volgende menspaarden te maken:

boksbaard, wijnsoort, halsboord, pelslaars rijglaars en bontlaars, longpoort, kinkhoest en kuchhoest, pijnloost, pesthaard, lijknaald, zelfmoord, wurgkoord, gangboord, zijzwaard, pitsjaart, vangrails, remstaart, rustkoets en volgkoets, lijnvaart Rijnvaart ringvaart kustvaart en bulkvaart

Naar buiten moeten we gaan voor: boksdoorn winddoorn en zanddoorn, wijngaard en wijnteelt, saffloers en saffloors, palmsoort en palmbeach, rijpmaand, kalkbouws landbouws warmbouws bergbouws mijnbouws wijnbouws wildbouws zelfbouws, hakgriend, rijswaard, zijlpoort, bergreeks, mestvaalt en mestsoort, melkteems, rondpoint

Over geld, kerk en de bouw gaan deze woorden: hulpbeurs en curbbeurs, markkoers en geldkoers, geldsoort en muntsoort, nijpnaars, godszoons en subpriors, suppliant en kerkgeest, veldkaars en kerkkaars, kerkbeurt en kerkfeest, lijkfeest en dijkbouws, kerkpoort en kerkwoord, hardteers bergteers en turfteers, harssoort hardboard tongnaald, wolfseind

Pas geleden verveelde ik u met werkwoorden die op d of op t konden eindigen. Er zijn er nog meer: verfleurd en verfleurt, versleurd en versleurt, versmeuld en versmeult, versjouwd en versjouwt, versmeerd en versmeert, versmoord en versmoort, verstaald en verstaalt, verstoeld en verstoelt, verpleegd en verpleegt, verzweefd en verzweeft, verbruind en verbruint, verstierd en verstiert, verzwierd en verzwiert

Queruleert u: ik wil al die werkwoorden niet zien? Dan heb ik nog een hele afdeling menspaarden, met een piepkleine eerste lettergreep en dus een lange tweede: geschaafd geschaald geschaamd geschaard, gescheeld, gescheisd, gescheurd, geschierd, geschoofd geschoold geschoond geschoord, geschouwd, geschuild geschuimd geschuind, geschuurd, gescreend, gestreefd gestreund gestriemd gestroeld gestroomd gestruifd gestruind, getsjoend

Er kunnen ook korte zinnetjes gemaakt worden zoals: ‘Kijk hoe hij…’: juffrouwt en mijnheert, jongleert en siffleert, centreert en lustreert, tincteert en timbreert, rastreert en tempteert, misbruikt en mistrouwt, beschouwt en beschaamt, beschaart en bestraalt, handreikt en downloadt, banvloekt en bijdraagt, bespreekt en nastreeft, warmloopt en wijsmaakt, bestreept en zinspeelt

Schrik niet van de volgende werkwoorden, waarvan er sommige bij Ik horen: vasthaakt en vastmaakt, vastkoekt en vastroest, vastneemt en vastmeert, vasthoudt en vasthield, vastloopt en vastvaart, vastzeilt en vastzuigt en vastwoelt, verbraadt en verbreedt, versmaadt en versmeedt, verspiedt en verspaart, vervliegt, vervlaams vergrieks en verspaans, verstierf en verzwierf, vervreemd

Toch zijn er nog meer ver-werkwoorden, allen op t eindigend: verbleekt verbreekt verkleedt, verdraagt vertraagt, versteekt verzweert verbrouwt vervriest vervliedt verbruikt verkruipt verstuift verstuikt verkreukt verkleurt vergraaft verslaapt verspaant verbreidt verkloekt vervloekt verbloedt verknoopt verknookt verstookt

Uiteraard zijn er nog werkwoorden die beginnen met be, bij, na, weg, wan en fijn: beschaafd beschaamd beschouwd bijtreedt bijslaapt bijsleept bijsteekt bijtreedt bijvliegt,nastraalt nascheept naspreekt, wegspoelt wegstuift wegzweeft wegvliegt wegsleept wegdraagt wegsteekt wegtreedt, wanklaagt wantroost, fijnkookt fijnmaakt fijnmaalt fijnzaagt

Vergeet niet dat je achter veel bijvoeglijke naamwoorden een s kan zetten zoals in iets moois, iets leuks. Dat levert ons: iets zeldzaams langzaams werkzaams zorgzaams handzaams, tastbaars vindbaars dankbaars werkbaars kostbaars, compleets concreets discreets, wijnroods halfdoods kersroods zalmroods, gifgroens mosgroens, rosbruins mosbruins, bijtgaars halfgaars, hapklaars panklaars, denkbaars

We geven nu menspaarden die een anagram hebben: dansbeats (badtassen), gescheept (gespeecht), gestraald (draagstel), halfrooms (haloforms), helptoets (teleshopt), kijkhoest (stikhokje), kastboord (broodkast), mansbeeld (balsemden), marcheert (charmeert), melkbaard (baardklem), melkfiets (fietsklem), missteekt (stiekemst), pijnteams (stampijen), postkoets (poes kotst!), ringbeurt (inburgert), rolstaart (rotstraal), seksloost (stooksels), tasplaats (spatplaat) tolplaats (slotplaat), bedvriend (verbidden) bentgeest (gebetenst) berggeest (gebergtes), bontsoort (borsttoon) gistsoort (soortigst), kopfreest (keperstof), volksaard (volksraad)

Ik zie dat er zelfs menspaarden zijn met drie anagrammen: vetbroers (versobert verboerst), catchiest (tactische catechist), gestreeld (geleerdst, gestelder), lastpoort (stalpoort traploost), lijkkoets (kostelijk likstokje), nekstaart (kattenras aansterkt), tersluiks (kluisters sluikster), Turkmeens (kerstmenu mestkuren), wenskaart (karwatsen waterkans), ponskaart (stopkraan paarskont), verkleeft (verfketel treefvlek), verkleint (verlinkte ventrikel), verkneedt (verdekten vertekend), verknoert (vernokter verkorten), verslaaft (ertsafval afvalrest), versnoept (opstreven verspoten), verspeeld (vederspel, verspelde), verspeelt en versleept (veterspel, leverpest), versteend (stervende, vensterde), versteent (servetten, veretsten), versteert (vreetster, verertste), verstoort vertroost (overstort, overtrots), vertreedt (veretterd, vertederd), volgreeks (vogelkers, kogelvers)

IJl met uw oog naar links en u snapt het volgende rijtje menspaarden. U hoeft alleen maar de eerste lettergreep achteraan te zetten en u vindt het anagram dat hier links als een paardmens staat: werkwoord, puntbaard, tentfeest, kampjeugd, werkkaart, kantnaald, melkvaars,vormwoord, merknaald, zangfeest, ponskaart, geldbeurs, kalfvaars, landjeugd, lustmoord puntboord, zangbeurt, kamphoofd, werkbeurs, kernwoord, postkaart, punthoorn puntkaars, tandrails, danskoord en: menspaard

Zo, nu rest nog een kliekje woorden dat ik nergens thuis kon brengen: lenspoort, zesdraads, pensfeest, posthoorn, puntrails, werkhaard, zakbroeds, visbroeds, zorggeest, volgkoers, concheert, bespraakt, hardcourt, junctuurs, rijgnaald, rijgkoord, werkbuurt, werpkoord, mengteelt, wijnmaand windmaand, rondfiets, tijdreeks, ruwstookt, tijdloost, wenswoord

Alle rijtjes telden 26 woorden en er waren 26 rijtjes. Dus zijn er 26 x 26 = 676 menspaard-woorden. Logisch want ik vond al eerder (in Ons Erfdeel van september 2003, pagina 626, ‘Beer gaat door zuur naar zoet’), dat er precies 676 eenlettergrepige woorden met klinkers als tweede en derde letter bestonden. Verbazingwekkend is dat het aantal paardmensen hiernaast gelijk is aan ons aantal menspaarden. Dat kan geen toeval zijn. Zou de Nederlandse taal toch via goddelijk ontwerp geschapen zijn?