Wilhelmus in Rendsburg

De oudste en mooiste brug van het Kielerkanaal is de ‘Rendsburger Hochbrücke’, waar voor ieder passerend schip het volkslied wordt gespeeld.

Waar in het buitenland hoor je regelmatig en publiekelijk het Wilhelmus spelen? En menig ander volkslied: dat van landen zo uiteenlopend als Liberia, Cyprus, Rusland, Zweden, België, Panama, Duitsland – te veel om op te noemen. Dit gebeurt dagelijks in Rendsburg, een voormalige garnizoensstad in de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Rendsburg zou de moeite van het omrijden nauwelijks waard zijn als het niet over zijn kanaal beschikte. Hier heeft het zijn roem, zijn beeldmerk – ja, zijn hele bestaan aan te danken.

Het Noord-Oostzeekanaal, ook wel Kielerkanaal genoemd, is de verbinding tussen de Noordzee en de Oostzee. Het is een bijna honderd kilometer lange vaarweg tussen Brunsbüttel in het westen en Kiel in het oosten van Sleeswijk-Holstein. Jaarlijks passeren hier 41.000 schepen. Het is druk bevaren en toch wekt het de indruk van grote sereniteit. Het is diep, donker en breed. Op z’n gemak slingert het zich door een landschap dat het beste kan worden omschreven als vredig. Dat is de ironie van de geschiedenis: het Noord-Oostzeekanaal dankt zijn bestaan aan oorlogen.

De Pruisische staatsman en latere IJzeren Kanselier Otto von Bismarck was de grote pleitbezorger ervan. Hij vond dat na de Deens-Duitse oorlog om de hertogdommen Sleeswijk en Holstein de Duitse vloot niet langer mocht worden blootgesteld aan de strategisch gevaarlijke passage door de Sont. Zo kreeg Duitsland zijn kanaal. En zijn bruggen, waarvan de oudste en mooiste zich nog altijd bij Rendsburg bevindt, een ijzeren constructie van 42 meter hoog en 140 meter breed naar een ontwerp van Friedrich Voss, de Duitse Gustave Eiffel.

De brug is een wonder van elegantie. Dit kunstwerk in klinkerstaal wordt bijna een eeuw na zijn ingebruikname nog steeds intensief bereden. Uitsluitend door treinen, want de Rendsburger Hochbrücke is een spoorbrug. De slinger die de trein door het hoogteverschil van ruim veertig meter moet maken om het station van Rendsburg te bereiken, is indrukwekkend. Zo maakte je ze vroeger met je Märklinbaan.

Ter vervolmaking van dit mirakel hangt onder de spoorbrug een zweefveer, een weergaloos curiosum dat geen boot en geen vliegtuig is – maar iets daartussenin. Een zweefveer is simpel gezegd een door de lucht bewegende brug waarbij een deel van het wegdek zich over kanaal of rivier beweegt. Een vliegende pont als het ware; een gondel die met passagiers en al door staaldraden, bovenaan de brug bevestigd, snel en geruisloos en hoog boven het water naar de overkant wordt getrokken.

Kanaal, brug en zweefveer zijn voor een argeloze bezoeker al haast te veel om te bevatten. Maar dan is daar, als kers op de taart, de Schiffsbegrüssungsanlage ‘Rendsburg Ahoi’. In dit restaurant onder de brug, aan het smalste deel van het kanaal, ziet men de wereld in schepen voorbij trekken. Ieder schip wordt voor de gasten door een goedgeïnformeerde scheepsomroeper verwelkomd en van commentaar voorzien. Lengte, breedte, diepgang, lading, bestemming en thuishaven: geen detail blijft onbenoemd. Dit is balsem op de ziel van scheepsliefhebbers.

Als een schip voorbij glijdt, klinken fier de eerste maten van het volkslied van de vlag waaronder het vaart. Dat gebeurt bij iedere vrachtboot, van tien uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds. Na een Liberiaanse tramp en een Duitse coaster vaart de ‘Maasstroom’ langs, 141 meter lang en 21 meter breed, 7.680 ton, gebouwd in 2005, met containers onderweg van Rotterdam naar diverse Oostzeebestemmingen, onder Nederlandse vlag. „Und jetzt, sehr verehrte Gäste, die Nationalhymne des Heimatlandes.” Licht krakend wordt in Rendsburg het Wilhelmus ingezet.

Op de brug van de ‘Maasstroom’ gaat een deur open. Een zeeman zwaait, en wij zwaaien trots terug.