Studie is geen lastminutevakantie

Op voorlichtingsdagen worden nieuwe opleidingen aangeprezen als vakantiereisjes. Maar de wildgroei van studierichtingen veroorzaakt onnodig hoge kosten en versnippering van talent, meent Sjef van Hoof.

Nieuwe studenten die deze week met hun studie aan een universiteit of hogeschool beginnen, hebben meer keus dan ooit. Naast de 4.500 reeds bestaande opleidingen zijn er op 1 september weer 98 bijgekomen, volgens een artikel in deze krant op 18 augustus. Nog even en iedere student heeft een eigen opleiding.

Toch is deze op het oog klantgerichte ontwikkeling niet gewenst. In de eerste plaats omdat ze tot onnodige kosten leidt bij studenten en werkgevers. In de tweede plaats omdat de vele opleidingen leiden tot een ondoelmatige besteding van het onderwijsbudget.

Voor aanstaande studenten leidt de grote hoeveelheid aan opleidingen tot hoge ‘informatiekosten’. Ze moeten meer tijd besteden aan het vergelijken van de inhoud en kwaliteit van opleidingen om een studiekeuze te maken. Het gevolg is dat studenten hun keus maar blijven uitstellen, zodat een juiste studieplanning in de knel komt.

Tegelijk krijgen bestaande studenten te maken met een woud aan overgangsregelingen als hun opleiding net zo snel weer wordt opgeheven als dat deze gelanceerd is. Op de arbeidsmarkt is het vaak niet eenvoudig om uit te leggen wat opleidingen precies inhouden. Hoe vergelijk je een heao’er uit een commerciële richting met een International Business Student? Kan een Computional Science -stagiair net zo goed programmeren als een informaticus?

De toegankelijkheid van het hoger onderwijs in Nederland is een waardevol beginsel, dat er toe heeft geleid dat de binnenlandse markt voor hoger onderwijs inmiddels verzadigd is. Iedere student die kiest voor een nieuwe opleiding kiest niet voor een bestaande; de winst van de ene opleiding is het verlies van de andere. Verdere pluriformiteit leidt daardoor tot versnippering van talent, organisaties en wetenschaps- en beroepsontwikkeling. ‘Afbouwkosten’ voor verdwenen opleidingen en ‘opstartkosten’ van nieuwe opleidingen worden opgevangen door kruissubsidies. Een opleiding met veel studenten subsidieert het oprichten van een nieuwe opleiding.

Een zekere dynamiek in inhoud en naam van opleidingen is noodzakelijk voor een goed functionerend hoger onderwijsbestel. Maar de wildgroei van opleidingen en keuzes is maatschappelijk niet doelmatig. Laten we het huidige overheidsgestuurde hogeronderwijssysteem eens langs de meetlat van de marketingdeskundige leggen. Die zal concluderen dat niet wordt geconcurreerd op prijs (het collegegeld is overal gelijk), product (onderwijskwaliteit), en plaats (instellingen hebben meestal hun eigen marktgebied). Blijft over: promotie van de opleiding, en deze ‘marketing P’ wordt met verve ingezet.

In de strijd om de student zijn de hoger-onderwijsinstellingen begonnen aan een ongebreidelde reclamewedloop. Menig mediabureau krijgt een mooie opdracht en richt zich middels gewezen Idols-artiesten of zelfs telemarketingterreur tot de potentiële klanten.

Zo heb ik een training ondergaan om te leren op een voorlichtingsdag studenten te werven. De trainer die de dag verzorgde, bleek normaliter autoverkopers te bekwamen in verkooptechnieken. Op de voorlichtingsdag is het wetenschappelijk college vervangen door een videoclip en een ‘prijsvraag voor een gratis rugzak met logo als je nu je adresgegevens achterlaat’- campagne. Geen wonder dat veel lectoren en hoogleraren inmiddels geen zin hebben om aspirant-studenten bij hun studiekeuze te helpen.

„Nog 4 dagen en we gaan beginnen, schrijf je nu in”, luidde een advertentietekst voor een opleiding alsof het een lastminutevakantiereis is. Maar rond de Kerst komt voor veel studenten de eerste ontnuchtering als blijkt dat de opleiding tegenvalt. Sommige studenten switchen naar een andere leuke, actuele en met veel toekomstperspectief gezegende opleiding. Anderen wordt de deur gewezen met het bindend studieadvies. Studenten die niet in de pas lopen met de normale studieduur komt de financiële positie van de instelling niet ten goede. De student, met aan autoverkoop gerelateerde wervingstechnieken binnengehaald, wordt volgens het bedrijfseconomische principe als bleeder van de opleiding verwijderd.

De huidige experimenten met marktwerking en deregulering in het hoger onderwijs zijn gedoemd te mislukken als ze niet vergezeld gaan van liberalisering op een aantal andere terreinen, zoals prijs/ kwaliteit. Zolang sprake is van ongedifferentieerde overheidsfinanciering per uitgereikt diploma zullen de marketeers en mediabureaus de grote winnaars zijn van de huidige experimenten.

De bestaande instellingen zullen door kruissubsidies de nieuwe aanbieders van de markt drukken. De uit deze experimenten voortvloeiende kosten kunnen maatschappelijk veel beter besteed worden als ze ingezet worden om studenten intensiever te begeleiden. In de huidige vorm leiden de experimenten louter tot paracommercialisering ten koste van de student en de belastingbetaler.

Sjef van Hoof is docent bij een instelling voor hoger onderwijs in Nederland.

Het genoemde eerdere artikel over nieuwe opleidingen is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.