Spreekuur

Gewoon tegen een boom was Manuel gereden. In de vroege ochtenduren, aan het begin van de zomer. Bijna thuis was hij en toen reed hij tegen een boom. Suffiger kon het al niet. Anderen botsen op een tankwagen of tuimelen van een brug. Dat zijn de filmsterren. Manuel botste op een boom. Een ongeluk krijgen door op een boom te botsen, het lijkt op doodgaan in je slaap.

Manuel leek bovendien niets te mankeren. Geen dorpeling kon precies vertellen waarom het ongeluk was gebeurd. Manuel had de avond daarvoor en een deel van de nacht assistentie verleend bij een lastige, voortwoekerende brand. Was hij uitgeput geraakt van het blussen en de hitte? Had hij gedronken? Niemand vroeg het zich écht af, omdat het bij blikschade was gebleven. Opluchting maakt onverschillig.

Iedereen rijdt wel eens tegen een boom.

De opluchting bleek vals. Manuel moest nog van de schrik bekomen, dat was het. Toen hij klaar was met bekomen begon hij pijn te voelen. In zijn nek, in zijn rug, in zijn zij. Na een paar dagen maakte hij noodgedwongen een afspraak met een dokter. Na nog een paar dagen begon zijn lijdensweg.

Het systeem deugt niet, zeggen de communisten. Bazen kunnen brave mensen zijn, met sympathieke trekjes, maar het systeem deugt niet. Miljonairs zijn ongetwijfeld dol op hun hond, alleen het systeem deugt niet. Ik sluit me even bij de communisten aan. De dokters hier zijn eersteklas, ze genezen en doen wonderen, maar het systeem deugt niet.

Dokters houden een spreekuur. Je kunt een afspraak met dokters maken. Dat lijkt schitterend, maar het betekent niets. Elk spreekuur van elke dokter begint hier om negen uur en ook als je om elf uur hebt afgesproken is het je geraden om negen uur aanwezig te zijn. Op raadselachtige wijze zit elke wachtkamer op dat tijdstip al propvol. Je wacht en wacht en nooit weet je wie er aan de beurt is. Intussen ben je op je gemak getuige van een gaan en komen van mensen die om een of andere reden helemaal geen afspraak hebben. Neven, nichten, zakenrelaties. Zo kruipt de dag voorbij.

De ongelukkige die om vijf uur ’s middags niet aan de beurt is geweest keert de ochtend daarop terug. Hij maakt er half negen van. Toch zit de wachtkamer ook dan al vol met andere ongelukkigen.

Ik heb nooit iets van een protest gemerkt. Tot klokslag vijf blijft iedereen geduldig wachten op een wonder. Dokters zetelen hoog. Dokters zijn goden. Soms doet een patiënt er drie dagen over voor hij ontdekt hoe oud en fit de dokter is met wie hij een afspraak heeft. Daarmee heeft hij de dokter nog niet te pakken. De vierde dag moet het lukken. Om half acht die dag wordt de wachtkamer geënterd. Opnieuw propvol.

Manuel bleek het niet te hebben getroffen met zijn boom. Ontwrichting werd er gefluisterd, toen dwarslaesie, toen verlamming.

Voordat dit hoge oordeel werd uitgesproken moet hij maanden van zijn leven hebben opgeofferd aan de handhaving van de goddelijkheid van de medische stand, tot nietsdoen gedoemd, terwijl het buiten maar verder brandde.