Schuld en boete

Geneesmiddelen promoten voor ziektes waarvoor ze niet bestemd zijn: farma-bedrijf Warner-Lambert is er zwaar voor beboet.

Stel: u bent dokter en besluit deel te nemen aan een cursus, via conference call. Maar wie is toch die psychiater die de hele tijd zit te verkondigen dat de pil Neurontin zo’n onverdeeld succes is in zijn praktijk? Hij zal zich niet voorstellen, maar mogelijk was uw collega een stroman van farmabedrijf Warner-Lambert.

Het Amerikaanse meerjaren-marketingplan voor het anti-epilepsiemedicijn gabapentine (de stofnaam van Neurontin) is een document dat alle clichés over de farmaceutische industrie recht doet – inclusief dokters op ‘nascholing’ aan het strand van Hawaii. Dat grote delen van zo’n plan op straat belanden, is uitzonderlijk. Maar de fabrikant kon er niet meer onderuit toen het bedrijf tijdens een rechtszaak in de Verenigde Staten met zijn eigen stukken om de oren werd geslagen.

Achtduizend pagina’s aan bedrijfsdocumenten werden openbaar, in een zaak waarin de makers terechtstonden wegens het promoten van hun geneesmiddel voor ziektes waar het niet voor bedoeld was. Van manische depressie tot ADHD, van migraine tot pijn. Toepassingen waar de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA geen toestemming voor had verleend, maar die de kassa wel zonder ophouden deden rinkelen: het aantal recepten vertienvoudigde tussen 1994 en 2000, vooral door die off-label-toepassingen.

De zaak eindigde, na een aanklacht van een klokkenluider binnen het bedrijf, ongemeen kostbaar. De fabrikant (toentertijd al overgenomen door farmagigant Pfizer) bekende schuld en betaalde 430 miljoen dollar aan boetes. Het is al weer twee jaar geleden dat de zaak uitgevochten werd, maar half augustus publiceerde het medische tijdschrift Annals of Internal Medicine een artikel van vier artsen die die dozen vol papier nog eens samenvatten. Drie van hen kenden de zaak van binnenuit: ze waren getuige-deskundige.

Het was vooral besmuikte beïnvloeding waarmee Warner-Lambert dokters bewerkte, en dat was volgens de auteurs ‘waarschijnlijk effectiever’ dan openlijke reclame. Dokters die al veel anti-epilepsiemiddelen voorschreven, en invloedrijke specialisten in academische ziekenhuizen waren de doelgroep. Met dollars werden de thought leaders, key influencers en movers and shakers – zo noemde het bedrijf ze – gestimuleerd om gabapentine aan collega’s te adviseren. Ze werden ingedeeld naar straatwaarde: de hoogste categorie leverde per persoon in potentie drie ton aan inkomsten op.

Zo kon het dat dokters van evenementen waarmee het farmabedrijf ogenschijnlijk niets te maken had, zoals de telefonische cursussen hierboven, thuiskwamen met het idee om toch eens gabapentine te proberen. Een symposium in een academisch ziekenhuis over pijn? Warner-Lambert. Een informatieve bijeenkomst over het opzetten van patiëntstudies? Dito. Ook medische informatie werd bekostigd. In de stukken is te lezen hoe een medisch opleidingsbureau, dat vaak samenwerkte met de fabrikant, aanbood om een serie van twaalf wetenschappelijke artikelen voor medische bladen te schrijven met een ‘consistente boodschap’, waaronder alternatieve toepassingen voor de pil.

Met de boete – de op een na grootste ooit in een medische fraudezaak in de VS – was het niet afgelopen met het off-label-gebruik van gabapentine. Het Nederlandse handboek Farmacotherapeutisch Kompas schrijft dat het middel hier vaak gebruikt wordt voor zenuwpijn, terwijl het daar niet voor is geregistreerd.

Hester van Santen