Powells adjunct lekte naam van CIA-agent

Niet het Witte Huis of medewerkers van vice-president Cheney, maar de rechterhand van oud-minister van Buitenlandse Zaken Powell blijkt als eerste de naam van een CIA-agent gelekt te hebben naar de pers.

Die opmerkelijke wending in het zogenoemde Plamegate-schandaal werd gisteren bevestigd door de advocaat van Richard Armitage, plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken van 2001 tot 2005. Daarmee is een raadsel opgelost dat politiek Washington al jaren bezighoudt.

De zaak kwam aan het rollen toen columnist Robert Novak in de zomer van 2003 schreef over een oud-ambassadeur die de regering-Bush ervan beschuldigde onjuiste informatie te gebruiken om de oorlog tegen Irak te rechtvaardigen. Novak meldde, op basis van anonieme bronnen, dat deze ambassadeur Wilson getrouwd was met CIA-agent Valerie Plame.

Volgens het echtpaar had de regering-Bush de geheime identiteit van de CIA-agent gelekt om Wilson te straffen voor zijn kritiek. Toen de zaak een steeds grotere politieke lading kreeg benoemde de regering in december 2003 een speciale aanklager, Patrick Fitzgerald. Deze liet een verslaggever van The New York Times gevangen zetten (uiteindelijk 85 dagen) om haar te dwingen te vertellen wie haar over Plame had verteld.

Uiteindelijk stelde de aanklager niemand in staat van beschuldiging voor het onthullen van de identiteit van Plame. Wel klaagde hij de stafchef van Cheney, Scooter Libby, aan voor meineed en tegenwerking van het onderzoek. Karl Rove, belangrijk politiek adviseur van de president, werd in de pers lang genoemd als bron van het lek, maar uiteindelijk niet aangeklaagd. In Washington wordt het onwaarschijnlijk geacht dat Armitage, die Justitie in oktober 2003 al meldde dat hij de bron van het lek was, zal worden aangeklaagd.

Armitage gold in Washington als tegenstander van de stijl en aanpak van de neo-conservatieve pleitbezorgers van de oorlog tegen Irak binnen de regering. Volgens de conservatieve Wall Street Journal geeft het nieuws over Armitage aan hoe verdeeld de regering-Bush was. De krant verwijt Armitage een gebrek aan loyaliteit, omdat hij in het openbaar jarenlang zweeg terwijl Rove en Libby ervan beschuldigd werden de aanstichters geweest te zijn van een lastercampagne tegen critici van hun beleid.

Maar anderen stellen dat het feit dat Armitage op eigen houtje de naam van Plame lekte, nog niet betekent dat het Witte Huis niet geprobeerd heeft dat ook nog eens te doen. Libby getuigde in april dat Bush persoonlijk de regie voerde over selectieve lekken om de oorlog achteraf te rechtvaardigen.