Na de cel wacht te vaak de straat

Een gestoorde delinquent belandt vaak op straat als zijn straf er op zit. Minister Donner bezocht gisteren een psychiatrische afdeling van een gevangenis.

Gesloten afdelingen in de reguliere geestelijke gezondheidszorg, zodat de doorstroom van psychisch gestoorde delinquenten na ontslag uit de gevangenis beter verloopt. Minister Donner (Justitie, CDA) maakte gisteren tijdens een werkbezoek aan de penitentiaire inrichting Arnhem-Zuid duidelijk dat hij haast heeft met die plannen. Begin volgend jaar krijgt justitie hiervoor geld uit de AWBZ-pot. Zo kan justitie meer eisen stellen aan de opvang van patiënten.

Donner kreeg van medewerkers van de inrichting een waslijst aan voorbeelden over de gebrekkige samenwerking tussen het gevangeniswezen en de geestelijke gezondheidszorg. De inrichting heeft een zogeheten IBA-afdeling voor psychiatrische delinquenten of mensen die hun voorarrest uitzitten, maar in reguliere gevangenissen moeilijk te handhaven zijn. Vaak worden deze mensen ontslagen zonder dat hun behandeling is afgerond – ze hebben hun straf uitgezeten of zijn vrijgesproken.

„Dan staat zo iemand op straat met zijn vuilniszak met kleren”, schetst Bert, een van de inrichtingswerkers van de IBA-afdeling – hij wil niet met zijn achternaam in de krant. Andere instellingen willen zo’n ex-gedetineerde niet hebben. „Dan krijgen we te horen: zo’n persoon, dat kunnen we ons personeel niet aandoen. Ik zeg dan weleens: en mijn moeder dan, als die man weer vrij op straat rondloopt, die loopt dan toch ook risico? Maar deze mensen verdwijnen na vertrek vaak in de anonimiteit van wat het Grote Europa heet.”

Volgens de psycholoog van de IBA-afdeling, M. Warner, vormen vooral de draaideurpatiënten een probleem. Zoals de 20-jarige jongen die meteen na zijn ontslag het politiebureau binnenliep met een gesloopte parkeermeter en een gestolen fiets. Na ontslag is de nazorg gewoon niet goed geregeld. De behandeling slaat vaak wel aan, maar zodra ze vertrekken, verkopen ze hun medicijnen op straat.”

Dossiers zijn er vaak nauwelijks. „Als ze hier binnenkomen ontbreken die vaak. We mogen alleen psychiatrische dossiers opvragen als de gedetineerde daar toestemming voor geeft. En als ze vertrekken, moet er ook een instantie zijn om dossiers aan over te dragen. Dat is vaak niet het geval.” Bert: „Je zou denken aan een huisarts om het dossier naar toe te sturen, maar dan moet die huisarts er wel zijn.” Warner: „Of er komt iemand binnen die opgepakt is op verdenking van een zedenmisdrijf, maar ontkent dat hij dat gedaan heeft. Dan kun je dus ook niet behandelen.”

Ook de zogeheten tbs-passanten, gedetineerden die hun straf hebben uitgezeten en wachten op een tbs-plek, vormen een probleem. Die wachttijden kunnen oplopen tot 18 maanden. Warner: „Er zijn ook gedetineerden met tbs-oplegging die geen geldige verblijfsstatus hebben. Dan is plaatsing in een kliniek helemaal moeilijk.” Donner: „Ik doe mijn uiterste best om te voorkomen dat illegalen tbs opgelegd krijgen.” Warner: „Veel ernstige delicten zijn het gevolg van de lange wachttijden in de reguliere gezondheidszorg.”

Donner was op werkbezoek omdat de inrichting in de publiciteit onder vuur heeft gelegen. Vorig jaar kreeg de inrichting te maken met vijf zelfmoorden. Onderzoek van de Inspectie voor de Sanctietoepassing heeft inmiddels uitgewezen dat er geen verband is tussen de kwaliteit van de arrestantenbejegening en die zelfmoorden. Maar in sommige media was de toon al wel gezet. Algemeen directeur L. van Heumen: „Onze medewerkers voelden zich in de verdediging gedrukt.” Na een uitzending van TV Gelderland heeft het personeel eigener beweging een brief geschreven aan de leiding van het gevangeniswezen.

Brandveiligheid passeerde de revue. Donner wilde weten of er een rookverbod geldt in het complex en wat de implicaties waren van een recente oordeel van de Nationale Ombudsman dat gedetineerden niet collectief gefouilleerd mogen worden op het bezit van aanstekers, als ze de cel in gaan.

Gedetineerden mogen op cel roken, niet in de gezamenlijke ruimten, legde medewerker Bert uit. „Dat is allemaal geruisloos ingevoerd. Controles op aanstekers is op de IBA-afdeling redelijk makkelijk, omdat deze mensen maar weinig spullen in hun cel hebben. En sommigen krijgen ’s nachts, uit veiligheidsoverwegingen, speciale nachtkleding. Dan is het ook makkelijk om een oogje in het zeil te houden.”

Ook de aanhoudende reorganisaties in het gevangeniswezen kwamen ter sprake. Justitie gaat de IBA-opvang voor psychiatrische gedetineerden concentreren in Vught, Scheveningen, Zwolle en Almere. Met als gevolg dat de speciale opvang in Arnhem-Zuid verdwijnt. Dat geeft onrust onder het personeel dat daarvoor speciaal is opgeleid, aldus Van Heumen.

Toch is dat voor minister Donner geen aanleiding om de reorganisatie aan te passen. „Toen we twee gedetineerden op één cel invoerden, was de wereld te klein. Maar je hoort er nu niemand meer over.”