Mijn ideale Kamerlid is een feminist

Dorknopers hebben ons in de achter ons liggende jaren tot vervelens toe om de oren geslagen met de frase dat Kamerleden geen films behoren te maken maar wetten. Maar als ons parlement iets mist zijn het wel Kamerleden die films maken. Wie een film maakt of een boek schrijft, heeft iets te vertellen, heeft naar een vorm gezocht om zijn analyse over te brengen en roept inhoudelijke discussie op. Dat inspireert, ook als het controversieel is.

Debat helpt ons verder en draagt bij aan het overbruggen van de kloof tussen burger en politiek.

Om de vraag te kunnen beantwoorden hoe mijn ideale volksvertegenwoordiger m/v voor de 21ste eeuw eruit ziet, zal ik eerst moeten nagaan in welke hoedanigheid mij dat wordt gevraagd. Ik ben geen lid van enige politieke partij en heb nooit enige politieke functie bekleed, dus ik vrees dat ik een typisch geval ben van Freischwebende Intelligenz, een door politici meestal meewarig bekeken soort, die de handen altijd schoon houdt. Verder ben ik hier naar ik hoop niet gevraagd omdat er in dit soort panels nu eenmaal een vrouw moet; in elk geval zit ik hier niet als vrouw maar als feminist.

Mijn droom-Kamerlid is een eigenzinnig persoon, geen apparatsjik, niet iemand die via een partijcarrière is komen bovendrijven. Zo iemand zou binnen zijn fractie de kans moeten krijgen zijn talenten te ontplooien, zelfs als dat soms tegen de fractiediscipline ingaat. Wellicht dat het de betreurenswaardige prestigedaling (bij publiek én politici) van dit vak tegengaat als er meer ongebonden, aansprekende individuen op de lijst komen, die niet de hele partijlast hoeven te dragen en wat meer politieke vrijheid genieten.

Mijn ideale volksvertegenwoordiger zegt niet wat het volk vandaag toevallig wil horen, maar heeft een samenhangende visie op onze samenleving. Zo iemand moet in de samenleving staan, maar ook een erudiet persoon zijn. Hij moet kunnen analyseren welke uit de talloze ontwikkelingen die zich voordoen, essentieel zijn; wat de achtergrond is van conflicten; hoe onze samenleving is geworden zoals die is. Hij moet beschikken over historisch inzicht als bron van kennis en analyse. En hij moet tegenstellingen en gevaren durven benoemen.

Dat brengt me op de tweede component van de ons voorgelegde vraag: de 21ste eeuw.

Een volksvertegenwoordiger zal in de 21ste eeuw te maken krijgen met wat we gerust een nieuwe ‘sociale quaestie’ kunnen noemen: de sociale problemen die ons wachten met het opgroeien van de tweede, derde en vierde generatie moslims. De vorige sociale kwestie – armoede, kinderarbeid en alcoholisme van eind negentiende eeuw – is zeer ten nadele van vrouwen opgelost naar het recept van de toenmalige christelijke en sociaal-democratische denkbeelden over vrouwen. Tot op alle niveaus van het maatschappelijk en persoonlijk leven werd een dwingende tweedeling doorgevoerd: de huismoeder en de kostwinner. Alle ellende zou de wereld uit zijn als vrouwen niet meer hoefden te werken. En daarom mochten ze het niet meer.

Net nu we enigszins van dat rampzalige arrangement verlost raken, brengt een sluipenderwijs voltrokken demografische revolutie die verworvenheden in gevaar. Opnieuw met religie als alibi.

De ‘Clash of Civilizations’ is in hoge mate een strijd tussen seksen. De woede van veel moslimmannen, hun bezwaren tegen het vrije Westen en de moderniteit, zijn te interpreteren als een verbeten en hardhandige poging tot behoud van de macht van mannen over vrouwen en over de voortplanting. (Zoals bekend leidt alleen al onderwijs aan vrouwen direct tot een lager kindertal.) Dat geldt zowel wereldwijd als binnenslands. Jongens die zijn opgevoed in een idee van mannelijke superioriteit krijgen in de echte werkelijkheid te maken met onafhankelijke, beter opgeleide vrouwen, van wie ze het verliezen. Dat frustreert.

Volksvertegenwoordigers in de 21ste eeuw hebben de zware opdracht ons aller vrijheid te behouden, met inbegrip van de vrijheid en gelijkheid van vrouwen.

Moeten er dan geen wetten worden gemaakt? Zeker wel. Maar visie gaat vooraf aan het maken van wetten. Wie, bij de moord door een vader op een dochter, het motief eerwraak ziet als een verzachtende culturele omstandigheid (zoals tien jaar geleden nog werd bepleit), maakt een andere wet dan wie zo’n moord beschouwt als uitingsvorm van het patriarchale idee dat vrouwen en meisjes het bezit zijn van mannen.

Mijn volksvertegenwoordiger (m/v) is een feminist.

Jolande Withuis is onderzoeker bij het NIOD en columniste in OPZIJ. Dit is de tekst die zij vandaag uitsprak op een symposium over de rol van de volksvertegenwoordiger van de 21ste eeuw, dat werd gehouden ter gelegenheid van het afscheid van Ayaan Hirsi Ali.