Meer euroscepsis in de nieuwe Grote Bosatlas

De gezaghebbende Grote Bosatlas komt volgend jaar met een nieuwe editie. Daarin wordt ruimschoots aandacht besteed aan actuele politiek-culturele onderwerpen in Europa. „Er zal zeker discussie over komen.”

De redactie van de Grote Bosatlas kreeg enige tijd geleden een telefoontje van een verzekeringsmaatschappij. Waar Europa precies ligt, zo luidde de simpele vraag van de beller. Waar begint het, maar vooral: Waar eindigt het?

Aanleiding voor de vraag was een hele praktische. Een vrachtauto van een transporteur die bij de maatschappij verzekerd was, bleek betrokken te zijn geraakt bij een ongeluk in de buurt van Perm in Rusland – een land dat geen lid is van de Europese Unie. Werd de schade toch gedekt door de Europese verzekeringspolis?

„En dat wilden ze van ons, kaartenmakers weten” , lacht Johan Russchen, hoofd Atlasproducties van Wolters Noordhoff, uitgever van ‘s lands bekendste atlas. „Op die laatste vraag konden wij natuurlijk alleen een geografisch antwoord geven, geen juridisch. Geografen en vooral geologen beschouwen het Oeralgebergte en de rivier de Oeral als oostgrens van Europa. Hier botsten in een ver geologisch verleden de Europese en Aziatische aardplaten tegen elkaar”, zegt Russchen op het hoofdkantoor van de uitgever aan de zuidrand van Groningen. Mede dankzij dit antwoord liep de kwestie voor het transportbedrijf goed af. De verzekeringsmaatschappij keerde uit: Perm ligt immers aan de Europese kant van het Oeralgebergte.

Met enige regelmaat, ongeveer een á twee keer per maand, krijgt de redactie van ‘s lands bekendste atlas vragen over Europa. Het zijn ondernemers die de Atlasredactie bellen over praktische kwesties, of gewone burgers die bijvoorbeeld de recente internetenquête van Buitenlandse Zaken over de Europese samenwerking probeerden in te vullen maar daarin vastliepen. „Mensen proberen bij ons het houvast te vinden dat ze van de politiek kennelijk niet krijgen”, zo interpreteert Russchen de vragen. Genoemde telefoontjes tekenen volgens Russchen het gezag en de verwachtingen die velen van de Atlas hebben. „Iemand heeft wel eens de grap gemaakt dat de Bijbel, de Dikke Van Dale en de Bosatlas de drie hoekstenen van de Nederlandse maatschappij vormen”, zegt de cartograaf. „Als het in de Bosatlas staat moet het wel kloppen, denken veel mensen.” Niet voor niets is de Atlas toegestaan als bron bij de eindexamens aardrijkskunde in het voortgezet onderwijs.

Het veronderstelde gezag van de Bosatlas maakt het interessant om te weten hoe de redactie omgaat met de recente controverses rond Europa. Volgend jaar presenteert ze immers de nieuwe, inmiddels 53ste editie; de 52ste dateert van 2001. In hoeverre keren daar discussies over de omvang van Europa (hoort Turkije er wel of niet bij; voldoen nieuwe toetreders als Roemenië wel aan alle eisen) en de mede daardoor gegroeide euroscepsis als thema's terug?

Bij de beantwoording van de vraag betoont Russchen een openheid die alleen een monopolist als de Bosatlas zich kan permitteren. Hij laat alvast de 58 pagina’s – acht meer dan in de bestaande editie – zien die volgend jaar zullen worden gepubliceerd. Het Europa-deel is namelijk al grotendeels af.

Van het oostfront is er geen nieuws: de oostgrens van Europa is in de nieuwe editie nog steeds het Oeralgebergte. Wat betreft Turkije is alleen het kleine deel ten westen van de Bosporus als deel van het geografische Europa aangegeven. Turkije als geheel figureert uiteraard wel in de kaarten waarin de verschillende (voorgenomen) uitbreidingen van de Europese Unie worden beschreven.

Het meest in het oog lopende verschil tussen de bestaande en nieuwe editie blijkt uit de themakaartjes waarin Europese onderwerpen worden belicht. In de editie uit 2001 zijn dit nog thema’s als bevolkingssamenstelling, werk(loosheid), toerisme, verkeer en vervoer, milieu en energie. In de komende editie zijn het echter politiek-culturele onderwerpen die in het oog springen als: de mate van nationaal en lokaal gevoel in diverse Europese landen, regionale verschillen in de opvattingen over bijvoorbeeld echtscheidingen en arbeidsethos, het democratisch gehalte van Europese staten (Nederland hoger dan bijvoorbeeld kandidaat-lid Roemenië ), en het afnemend vertrouwen in de EU tussen 1990 en 2000. Het zijn onderwerpen die enigszins doen denken aan de Atlas of European Values van de Tilburgse universiteit die vorig jaar uitkwam en waaraan sommige gegevens inderdaad zijn ontleend.

Russchen verklaart de ‘koerswijziging’ richting politiek-culturele onderwerpen onder meer uit het Leerplan Aardrijkskunde voor het voortgezet onderwijs waarmee de Atlas rekening moet houden. „Daarin zijn, anders dan vroeger, politiek-culturele onderwerpen veel belangrijker geworden. Vroeger ging aardrijkskunde voornamelijk over demografie, economie en milieu.” Daarnaast wilde redactie met meer aandacht voor de diversiteit aan opvattingen in Europa recht doen aan het veranderde klimaat rond de EU.

„Door deze verandering is het moeilijker geworden om kaarten van Europa te maken”, zegt Russchen. Een belangrijk verschil met de bestaande editie is dat het straks ook om ‘zachtere’ onderwerpen gaat die eerder vatbaar zijn voor discussie. „De nieuwe kaartjes geven ‘opvattingen’ van mensen weer en geen meetbare, controleerbare, feiten, Ze zijn daardoor eerder voor interpretatie vatbaar dan de harde getallen over bijvoorbeeld aantallen werklozen. Er zal volgend jaar, bij het verschijnen van de nieuwe editie, zeker discussie over komen.”