Lanzarote-Brussel

Van Nouakchott in Mauretanië naar Lanzarote, Spaans grondgebied dat tot de Canarische Eilanden behoort, is een hellevaart in een open boot. En toch is de oceaan hier vol met pieremachochels die de West-Afrikaanse migratieroute bevaren, waarlangs alleen al dit jaar minstens 18.000 Afrikanen hun continent ontvluchtten in de hoop de Canarische kust te bereiken – en daarmee Europa. Het bestuur van de eilandengroep kan de toestroom niet aan en heeft zich tot het moederland Spanje gewend, dat nu op zijn beurt een beroep op de Europese Unie doet. De Spaanse vice-premier Fernández de la Vega was deze week in Brussel en Finland, tijdelijk voorzitter van de EU, om haar zaak te bepleiten. Ze eist meer hulp en samenwerking van de Unie.

Ze heeft gelijk. Spanje is alleen niet in staat om de ongekend grote toestroom van Afrikaanse landverhuizers op te vangen. Ze komen illegaal in schepen aan, die die naam doorgaans niet verdienen. De tragedies door schipbreuk, honger, dorst en kou zijn deze tijd onwaardig. Maar niemand weet er raad mee, met de immigranten noch met hun odyssee. Als ergens het onvermogen van de EU om een gezamenlijke aanpak te forceren schrijnend wordt aangetoond, is het met illegale immigratie. Alle EU-lidstaten hebben er in meer of mindere mate mee te maken; de mediterrane het meest. Het brengt het asielbeleid en legale immigratie in diskrediet en ondermijnt de geloofwaardigheid van Brussel.

Een antwoord van de EU is niet helemaal uitgebleven. Humanitaire catastrofes bij de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika en de onbeheersbare toestanden op de Canarische Eilanden resulteerden deze maand in de oprichting van een Europees grenscontroleteam, Hera II geheten, dat kustpatrouilles op de eilandengroep uitvoert. Het wordt gefinancierd door Spanje en de Unie, die 3,2 miljoen euro bijdraagt. Veel is dit niet. Het gaat bovendien om een tijdelijk project. Maar als test van zichtbare Europese samenwerking is het grensteam belangrijk. Het verdient navolging op andere plekken en niet slechts tijdelijk, maar vast.

De bewaking van de buitengrenzen van de Unie is een verantwoordelijkheid van de desbetreffende lidstaten zelf. Het is gemakzuchtig om het probleem van de illegale immigratie te dumpen bij de landen die deze nationale verplichting niet kunnen nakomen. Het gaat om een omvangrijke zaak die lastig te bestrijden is, met praktische en principiële bezwaren. Europa is geen fort en zou dat ook niet moeten willen zijn. Immigranten zijn soms hard nodig. Maar niet-optreden tegen illegalen die in de EU-lidstaten hooguit een bestaan als tweederangsburger kunnen verwachten, is hypocriet.

Dit maakt overleg met de landen van herkomst noodzakelijk. Voor gesprekken met Mauretanië, Libië, Marokko, et cetera is de EU bij uitstek geëquipeerd. Op de agenda moet komen: preventie, de mogelijkheid van asiel, transit en terugkeer van illegalen, de gezamenlijke bestrijding van mensenhandel. Grensbewaking is nuttige symptoombestrijding die echter alleen succes heeft als onderdeel van een integrale aanpak.