‘Keuze door Kamers uit plannen EU’

De Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal moeten een commissie instellen die een scherpe selectie maakt van de ongeveer 1.100 voorstellen die de Europese Commissie jaarlijks aan de lidstaten doet.

Alleen over de voorstellen die door de selectie komen, mag de regering een standpunt innemen en onderhandelen in Brussel.

Dit stelt de Nationale Conventie voor van wetenschappers en andere deskundigen die zich de afgelopen maanden hebben gebogen over het Nederlands staatsbestel. In oktober zal de Conventie, vorig jaar ingesteld door de inmiddels afgetreden minister Pechtold (Bestuurlijke vernieuwing, D66), het kabinet een reeks voorstellen doen. Maar nu al is duidelijk met welke aanbevelingen de Conventie op Europees vlak zal komen.

Sinds januari van dit jaar opereert er al een Kamercommissie die binnenkomende Europese voorstellen beoordeelt op onder meer ‘subsidiariteit’ en ‘proportionaliteit’. Dat betekent dat gekeken wordt of inderdaad een Europese aanpak van het desbetreffende probleem nodig is, en of de voorgestelde maatregel wel in juiste verhouding staat tot de omvang van het probleem.

De Nationale Conventie acht dit een te technische benadering. „Wij kiezen liever voor een bredere, politieke aanpak zoals het zogenoemde scrutiny committee in het Britse Lagerhuis dat doet”, zegt Alfred Pijpers, Europa-expert en voorzitter van de werkgroep Europa van de Nationale Conventie. „Daar voldoet die aanpak goed en komt er minder door het filter dan bij ons. Als het nationale parlement deze selectietaak serieus oppakt, krijgt de burger minder het gevoel dat hij steeds overvallen wordt door nieuwe Brusselse maatregelen.” Dat gevoel was een van de oorzaken van het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet, aldus Pijpers.

De conventie roept verder de politiek op om de burger helderheid te geven over het eindpunt van de Europese integratie. Dit staat niet vast. Zo spreekt artikel 1 van het Europees Verdrag van een „steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa”. Zowel Brussel als Den Haag is de vraag uit de weg gegaan wat het eindpunt (‘finaliteit’) van die samenwerking moet zijn: een federatie bijvoorbeeld of een losser statenverbond, waarvoor de Conventie een voorkeur heeft.

„Politieke partijen moeten zich duidelijk uitspreken op welke gebieden de komende tien jaar wel en geen Europese invloed mag komen”, aldus Pijpers. De PvdA heeft al een poging in die richting gedaan, constateert hij. Zodra Kamer en kabinet het over deze taakverdeling tussen Brussel en Den Haag eens zijn, zou deze in een EU-verdrag moeten worden vastgelegd.