Jacques Wallage is ‘het toefje slagroom op de taart’

Jacques Wallage, Pieter Broertjes en Ad van Liempt zijn lector op de Hogeschool Utrecht geworden. Maar, „ze zijn slechts beperkt beschikbaar”.

Op de site van de Hogeschool Utrecht staat het: burgemeester van Groningen Jacques Wallage wordt lector O verheidscommunicatie, hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Broertjes wordt lector ‘uitgeven van kranten in een multimediaal tijdperk’ en Ad van Liempt, eindredacteur van het NPS-programma Andere Tijden wordt lector ‘onderzoeksjournalistiek op televisie’. Vanmiddag worden ze officieel geïnstalleerd.

Het is een relatief nieuwe trend in het hbo, de instelling van lectoren (zie kader). De toenmalige minister Hermans van Onderwijs stelde ze in 2001 in om de kenniseconomie te stimuleren. HBO-instellingen moesten meer aandacht gaan geven aan praktijkkennis. En daar moesten de lectoren voor gaan zorgen: experts uit een bepaald vakgebied die hun contacten gebruiken om onderwijs beter te maken.

Is er nu een nóg nieuwere trend, namelijk bekende Nederlanders als lector?

Ja, zegt Geri Bonhof, voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Utrecht. „We zitten met deze benoemingen aan de voorkant van een nieuwe ontwikkeling.” Zij verwacht dat de komende jaren wel meer bekende Nederlanders als lector in het hbo zullen worden benoemd. Jan Franssen kijkt daar niet van op. Hij is voorzitter van de Stichting Kennisontwikkeling (SKO), die de kwaliteit bewaakt van de lectoraten in het hbo. „Ik zie het als een gunstig teken. Het is een uiting van een groei naar volwassenheid van het ambt dat mensen van een dergelijke statuur ook wíllen worden benoemd”, zegt hij.

Maar zíjn Wallage, Broertjes en Van Liempt wel echt lectoren?

Als het antwoord ja is, krijgen ze het druk. „Lectoren geven leiding aan het hele proces in de vakgroep”, zegt Jan Franssen. „Lectoren zijn verantwoordelijk voor de onderzoeksresultaten”, zegt Kees van Gageldonk, secretaris van de SKO. Lectoren bepalen verder de richting van onderzoek van de groep en voeren het uit, ze geven les aan studenten en docenten en geven leiding aan hun zogenaamde ‘kenniskring’, een groep experts, docenten en studenten van de vakgroep, die de lector om zich heen formeert. „Ze wisselen kennis uit tussen hogeschool en praktijk”, zegt een woordvoerder van de HBO-raad. „Zodat de kennis actueel blijft.”

Nou, zegt Jacques Wallage aan de telefoon. „Ik moet even iets rechtzetten. Ik ben geen lector. Ik ben ‘bijzonder’ lector.” In zijn vakgroep wordt hem tevens „een dragende lector” benoemd, die de vakgroep bestuurt. Hij zelf zal slechts incidenteel in Utrecht zijn. „Ik ben het toefje slagroom op de taart.”

Datzelfde geldt ook voor Broertjes en Van Liempt. „Ook zij zijn natuurlijk beperkt beschikbaar”, zegt Geri Bonhof, voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Utrecht. Bonhof zegt dat de Hogeschool Utrecht twee kenniscentra heeft, namelijk Overheidscommunicatie en Cross Media Content die de kwaliteit en richting van het onderzoek en onderwijs bepalen. De lectoren spelen een belangrijke rol, zegt Bonhof, „maar het werk moet gebeuren door de kenniscentra. Dit om te voorkomen dat de lectoraten louter een uithangbord zijn en de kennis die zij inbrengen niet wordt ingebed in de hogeschool.” De benoeming van Wallage maakt deel uit van een grotere ambitie. Hij was ooit voorzitter van de Staatscommissie Toekomst Overheidscommunicatie. „We willen specialist worden in overheidscommunicatie”, zegt Bonhof. „We zijn trots op deze namen.”

Is dat niet verwarrend? Waarom staat niet op de site dat Wallage, Broertjes en Van Liempt ‘bijzondere lectoren’ zijn, en geen lectoren?

De SKO, de stichting die de kwaliteit van de lectoraten bewaakt, ként helemaal geen ‘bijzondere lectoren’, zegt Kees van Gageldonk. „Dat is niet een begrip dat wij voeren. Dit is iets dat de hogeschool zelf heeft bedacht. Maar wat niet verboden is, is toegestaan.”

„We toetsen of de aanvragen voor lectoraten inhoudelijk deugen”, zegt Jan Franssen. „Maar in dit geval kunnen we er weinig over zeggen, omdat het niet over reguliere lectoraten gaat”, zegt Van Gageldonk. „We gáán bovendien niet over personen”, zegt Franssen. „We willen hogescholen juist de ruimte bieden. Bovendien, als we iedereen moeten gaan controleren, dan hebben we er een dagtaak aan.” Als blijkt dat iemand als lector niets klaarspeelt, dan blijkt dat bovendien snel genoeg, zegt Franssen, omdat de SKO geregeld evaluaties uitvoert naar lectoraten.

De Hogeschool Utrecht zegt in een reactie dat ze de term ‘bijzonder lector’ zelf heeft bedacht. „Dat de SKO die term niet kent, kan kloppen, omdat de hogeschool deze lectoren zélf betaalt, en niet de SKO.” Toch ziet de school „niet de noodzaak het onderscheid heel helder naar buiten te brengen. Ook al hebben ze een kleinere aanstelling, ze laten zich wél nadrukkelijk op hun lectorschap aanspreken.” De dragende lector overheidscommunicatie is overigens nog niet gevonden, zegt de woordvoerder.

Wallage vindt het niet erg, dat hij ook om zijn naam is benoemd. „Dat doen universiteiten al jaren met bijzonder hoogleraren, waarom mogen hogescholen dat niet?” De hogeschool is er „bovendien openhartig over geweest, dat ik door middel van mijn contacten het verkrijgen van onderzoeksopdrachten moet gaan vergemakkelijken”.