Hijgerigheid versus Dorknopers

„Voor het eerst op televisie”, zo verwelkomde Nova gisteren trots Brigitte van den Burg, de onbekende nummer vier op de verkiezingslijst van de VVD. Nu, daar zat ze dan, onbekend inderdaad, voor het eerst en wijdbeens, maar wat doet de permanent stomverbaasd kijkende presentator Joost Karhof? In weerwil van die blik: niet nieuwsgierig zijn. In plaats van informeren naar de standpunten van zijn gaste zeuren over poppetjes en hun rugnummers. Polsen tot welk kamp Van den Burg behoort, dat van Mark of dat van Rita. Relevant, zeker, maar wat had Karhof gedacht? Dat de kersverse nieuwkomer spontaan meldt Verdonk ook maar een t- en k-wijf te vinden, net als twee van haar collega-excellenties, partijgenoten bovendien? Kostbare zendminuten tikten weg met Karhofs gehengel naar het onbestaande. Veel simpeler en zakelijker was geweest als hij Van den Burg inhoudelijke vragen had gesteld, over haar standpunten inzake bijvoorbeeld immigratie. Niet alleen was dan gebleken of Van den Burg nog over andere dan alleen economische kennis beschikt, ook hadden de contouren van haar kamp zich snel genoeg afgetekend.

„Het hijgerige karakter van nieuwsgaring”, zo typeerde oud-premier Kok even later, in de documentaire Met Kok (2005) één van de moeilijke kanten van zijn vroegere post. Vroeger op de avond was daarvan een product te zien. Netwerk bracht niet neutraal een reportage over de mogelijke stopzetting van een revalidatieprogramma; het sloeg groot alarm. Om aan het slot te vermelden dat een aantal verantwoordelijke instanties zich al had uitgesproken voor voortzetting. Het kwam erop neer dat er vooralsnog meer aanwijzingen zijn voor voortzetting dan voor stopzetting.

De kijker mag zich bekocht voelen, felicitaties dienen uit te gaan naar de revalidatiedirecteur die Netwerk preventief voor zijn karretje spande. De rubriek riskeert intussen weinig: onder het motto dat het er toch ooit van zal moeten komen, kan men niets zo straffeloos verkondigen als het einde der tijden.

Ireen van Ditshuyzen maakte met haar documentaire over Wim Kok allesbehalve een hijgerig portret. Ze beging sowieso een doodzonde door haar onderwerp te tutoyeren. Dan moet je van goeden huize komen om de schijn van objectiviteit nog op te kunnen houden. Nog vreemder werd het toen ineens passages-lang de wuft sigaretjes rokende kunsthistoricus Henk van Os optrad als interviewer. Maar het allervreemdst was dat dit alles er al snel niet meer toe deed. De malle titel – hoezo ‘Met Kok’? – was verreweg het frivoolste element in een portret van een Dorknoper die, gevraagd naar zijn visioenen en dromen, „prijscompensatie” zegt.

Een visie op de teloorgang van zijn erfenis heeft de gewezen premier nog steeds niet. Hij geeft er in de documentaire althans geen blijk van als hij stelt dat Pim Fortuyn in „de aangekondigde leemte” van zijn – Koks – destijds aanstaande vertrek viel.

De uitspraak legt het gat in het denken van politici als hij, waar Fortuyn wél „inviel”, pijnlijk bloot. In hetzelfde verband sprak Kok over een „geest uit de fles [...] die nog niet helemaal terug is”.

Dat was vorig jaar. Inmiddels bekommert Den Haag zich over weinig anders dan AOW en hypotheekrente-aftrek. Het lijkt op een aangekondigde misvatting.