Het is geen salonoptimisme

De Rotterdamse basisschool De Vierambacht ging in vijf jaar tijd van zwart naar grijs.

Filmmaker Ireen van Ditshuyzen beschouwt de school als een voorbeeld.

Lasse, Anna en Loubna zitten op een rijtje. Lekker hard en vrolijk zingen ze ‘Mijn tante in Marokko’. Een van de drie heeft echt een paar tantes in Marokko. Ja, ze zijn vriendjes, beamen ze gretig. De multiculturele idylle is toch mogelijk. Maar dan wel met een kleine kanttekening erbij. Want nee, ze spelen niet bij elkaar thuis.

Kleur in de klas van Ireen van Ditshuyzen – net als Sonja Barend een eminence rouge van de Nederlandse televisie – is een optimistische documentaire. Over hoe de Rotterdamse basisschool De Vierambacht gemengd werd. De film laat zien dat het kan, het doelbewust ‘vergrijzen’ van een zwarte school. Het is geen blind optimisme: ook de obstakels komen – vluchtig – aan bod.

Jammer dat het niet vaker gebeurt, vindt Van Ditshuyzen, na afloop van een voorvertoning in de school voor betrokken ouders en leerkrachten. „Er bestaat bij documentaire- en programmamakers een ongevoeligheid voor dit soort onderwerpen. Positieve maatschappelijke ontwikkelingen vinden ze niet interessant. Ze willen problemen signaleren en analyseren. Ik wil laten zien dat er ergens iets moois gaande is. Kijk eens naar plekken waar het goed gaat. Waar mensen makkelijker met elkaar omgaan.”

In de strijd tegen etnische segregatie in het onderwijs is De Vierambacht een succesverhaal. De openbare basisschool in de Rotterdamse wijk Nieuwe Westen was al twintig jaar een volledig zwarte school. In de deelgemeente Delfshaven is 70 procent van de bevolking allochtoon. In september 2001 schreven negen autochtone ouders hun kleuter in voor De Vierambacht, een gecoördineerde actie om de buurtschool ook aantrekkelijk te maken voor witte ouders.

Vijf jaar later zitten de kleuters van toen in groep 5 en is 40 procent van alle leerlingen autochtoon. De school is definitief ontdekt door witte ouders. Vanmiddag opent de wethouder voor onderwijs het nieuwe pand, met fraai interieur, besloten schoolplein, eigen gymzaal en naastgelegen kinderopvang. Faciliteiten die nog meer witte kinderen zullen aantrekken. Maar het mag niet doorslaan naar de andere kant, vindt de directeur. De school moet gemengd blijven.

Dat het zou lukken, stond voor Van Ditshuyzen allerminst vast. Zoals gebruikelijk bij haar werkwijze, nam ze de tijd. In 2001 maakte haar bedrijf TV Dits al een korte film over De Vierambacht, waaruit nu weer wordt geput. De afgelopen jaren kwam ze af en toe terug, dit voorjaar vaker. Het leidde tot ruim 80 uur materiaal. Van Ditshuyzen: „Ik werd gek van al die vergaderingen, en weer zo’n ouderochtend, dat is dodelijk saai voor een film. Na een paar dagen heb ik me helemaal gericht op de kinderen. Die leveren het ‘zichtbare’ bewijs dat het goed gaat met de school.”

Dus zijn er mooie scènes van de muziekles, kinderen die samen Bob Marley’s Stir it up spelen. Kinderen die leren bemiddelen door middel van een rollenspel waarin één Roodkapje speelt, en een ander de wolf. Of een felle discussie tussen leerlingen uit groep 8, nog ongemengd, over hun kansen op hun mooie baan. Je hoeft het niet te proberen, zegt iemand, want ‘ze’ geven je toch geen kans.

Minder tijd is er voor de tegenslagen van de afgelopen periode. De angst dat de aanslagen op het World Trade Center islamofobie zullen aanwakkeren. Dat het maar niet lukt de derde, nog volledig zwarte locatie van de school mee te nemen in de ontwikkeling. Dat een aantal leerkrachten is verdwenen omdat ze moeite hadden met de kritische houding van autochtone ouders.

Hoe precair het onderwerp ligt, wordt het best verwoord door een moeder, die tot haar verbazing door haar progressieve omgeving wordt uitgemaakt voor ‘salonoptimist’. Een gemengde school wordt ten onrechte beschouwd als een politiek correct idee, is haar ervaring. Iets wat je steunt uit idealisme. Terwijl zij het „echt gewoon hartstikke leuk” vindt.

Van Ditshuyzen is aanzienlijk minder optimistisch over het documentaire-klimaat bij de publieke omroep. Dat ze haar film in alle rust heeft kunnen maken, kon alleen door de naam die ze de afgelopen decennia heeft opgebouwd, denkt ze zelf. En omdat subsidiegevers – ministeries, fondsen – zulke documentaires nog wel willen steunen. De uitzending tussen elf en twaalf vanavond is Van Ditshuyzen niet genoeg. Met een ingekorte versie als discussiestuk organiseert ze een aantal debatten. „Ik ben nu eenmaal een politiek dier.”

Kleur in de klas, vanavond bij de Humanistische Omroep op Ned. 3, 23.10-00.00 uur.