Het beeld van een bacil die op zijn kleine bacillenhorloge kijkt

Alleen de Amerikanen, die voor alles fijne marketingachtige termen kunnen verzinnen, maken van griep iets flitsends. ‘A 24-hour bug’ noemen ze griep, of – als er meer snot- en hoestwerk bij komt kijken – ‘a 48-hour bug’.

Ik werd daar altijd hoopvol van, als ik weer griep had: het idee dat het eindig was, het beeld van een bacil die na vierentwintig uur op zijn kleine bacillenhorloge kijkt en zegt: ‘Nou, ik stap maar weer eens op. Het zit erop voor vandaag.’

Zo hoopte ik dat de griep die mij maandagochtend overnam, zo’n overzichtelijke 24-uursversie was, maar nu lijkt het erop dat hij eerder aanstuurt op 72 of zelfs 96 uur.

De eerste dag ben je te beneveld om je te ergeren aan het feit dat je opgesloten zit in je eigen huis. Uit je keel komt enkel de klank ‘grok’, en je wilt alleen maar dekbed. De tweede dag komt het spijbelgevoel op. Je kunt die enorme stapel dvd’s, die je pas geleden van een lief iemand hebt gekregen, bekijken. Of eindelijk een fijn maal koken, terwijl je normaal alleen tijd voor vage Thaise bakjes hebt.

Een heel scala aan lol en plezier ligt voor je open! Maar bij het kiezen welke Ali G-aflevering je gaat kijken, overvalt je al een enorme moeheid, en kun je alleen nog de tv aanzetten en naar iets met Bert Kuizenga staren.

De derde dag is de ergste. Nu komen de existentialistische twijfels naar boven. Wat doe ik hier? Waartoe deze griep? Waarom belt er niemand? En waarom belt er iemand als er net iemand anders belt?

En dan, tot overmaat van ramp, terwijl je gedoemd bent tot zeker nog een etmaal thuis, hoor je een Raar Geluid. ‘Gruk, gruk’, klinkt er uit het plafond. (Inderdaad, bijna hetzelfde geluid als wat jijzelf op dag 1 van de griep produceerde. Frappant.) ‘Gruk. Gruk.’ Het houdt niet op. Na wat paniekerig gebonk met een boek wordt het stil, maar dan begint het weer, aan de andere kant van de kamer. Visioenen over muizenfamilies die uit het plafond naar beneden storten, dringen zich aan je op. De poes, die door een fout in haar genen geen enkel jachtinstinct bezit en al bang wegspringt als er een duif naar het balkon kijkt, zal je niet helpen. Niemand zal je helpen. Je bent alleen. Alleen met je 96-hour bug, een enorme muizenfamilie en Bert Kuizenga.