Havensector weert Polen eensgezind

Het kabinet wil af van de vergunningsplicht voor Oost-Europeanen in de haven. Werkgevers en werknemers keren zich eendrachtig tegen dat voornemen. „Niet nodig.”

Het klinkt onwaarschijnlijk. Werkgevers die samen met werknemers komen uitleggen waarom in hún sector geen behoefte is aan Poolse werknemers. Het zijn toch werkgevers die graag goedkope, gemotiveerde Oost-Europeanen willen inzetten, terwijl de vakbonden juist vrezen voor de positie van hun leden?

Toch is „niet nodig” de gezamenlijke boodschap van de vakbonden en werkgeversvereniging AWVN aan staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD). Eensgezind oordelen zij dat het niet nodig is de haven vervroegd open te stellen voor werknemers uit Oost-Europa, zoals Van Hoof wil.

Waarom niet? „Bedrijven hebben geen problemen bij het vinden van nieuwe werknemers”, zegt de woordvoerder van werkgeververeniging AWVN voorzichtig. „Het toelaten van Polen roept sociale spanningen op, en dat is uiterst ongewenst”, zegt Hans Vervat, eigenaar van een containeropslag- en sjordersbedrijf onomwonden.

Vakbondsbestuurder Niek Stam van FNV Bondgenoten is niet voorzichtig. „Bedrijven hebben geen zin in wéér stakingen.”

Op dit moment mogen werknemers uit de Oost-Europese landen die in mei 2004 bij de Europese Unie kwamen, niet zonder vergunning in Nederland werken. Maar het kabinet wil deze vergunningsplicht nu stapsgewijs afschaffen. Het wordt daarin gesteund door de werkgevers.

Sinds juni is het voor bepaalde sectoren al makkelijker Oost-Europeanen in te schakelen. Komende maand volgen meer sectoren en vanaf 1 januari 2007 moeten alle hindernissen zijn weggenomen. Maar op aandringen van vooral FNV Bondgenoten eist een Kamermeerderheid dat het kabinet eerst maatregelen treft om verdringing van Nederlandse werknemers te voorkomen.

Verdringing is van oudsher een gevoelig punt in de haven. Toen de Europese Commissie begin deze eeuw voorstelde de havendiensten te liberaliseren, zodat bijvoorbeeld de buitenlandse bemanning van zeeschepen ook mocht lossen en laden, organiseerden havenwerkers massale demonstraties, onder andere in Rotterdam en Straatsburg. Daarna verwierp het Europees Parlement die plannen.

Het gevaar van verdringing is volgens havenondernemer Vervat precies de reden dat de bedrijven samen optrekken met de vakbonden. „Er zijn voldoende Rotterdammers beschikbaar om te werken in de haven.”

Vervat én de bonden vinden het ook belangrijk om werkloze jongeren een kans te geven. In Rotterdam lopen veel projecten om hen via combinaties van werk en opleiding in de haven aan de slag te krijgen. „Dat wordt doorkruist als de haven overspoeld zou worden door Oost-Europeanen”, zegt vakbondsman Stam.

Voor de werkgevers is dat één reden niet te pleiten voor een versnelde afschaffing van de vergunningsplicht. De andere reden is de stakingsbereidheid van de havenwerkers, geeft Vervat toe. Maar inbeginsel zijn de werkgevers voorstander van het openstellen van de grenzen voor Oost-Europeanen, zegt AWVN. Ook in de haven.

Vroeger konden havenwerkgevers alleen geregistreerde havenwerkers inschakelen. Die belemmering is verdwenen. „Dat moeten we op eigen kracht afdwingen in CAO’s”, zegt Stam. Hij pleit voor afspraken met werkgevers over opleiding en over kwaliteit en veiligheid van het werk.

Het gaat de vakbond bovendien niet om de herkomst van de werknemers, zegt Stam, maar om de arbeidsvoorwaarden. „Gelijk werk, gelijk loon.” De marges in het vervoer en de haven staan al jaren onder druk van de grote verladers, zegt de vakbondsbestuurder, en werkgevers in deze sectoren willen concurreren op loonkosten.

Stam zegt te weinig steun te krijgen van zijn eigen vakcentrale. „Ze zijn bang afgeschilderd te worden als een organisatie die ‘eigen volk eerst’ denkt. Maar het gaat om leden, waar ze ook vandaan komen. Ze mogen allemaal lid worden. Maar als ze geen lid worden, krijgen ze het moeilijk.”