‘Gras’

Het lag er zo mooi bij, het nieuwe ‘Cultuurpark Westergasfabriek’ in Amsterdam-West, toen het enkele jaren geleden werd opgeleverd. Een van de fleurigste vormen van stadsvernieuwing die een grote Nederlandse stad de laatste decennia bedacht heeft. Een verrijking voor een stadsgedeelte dat zo arm is aan groen. Vanaf een hoge amfitheaterachtige glooiing keek je neer op een stromend beekje en een onberispelijke grasvlakte van 1,8 hectare.

De ontwerper, de Amerikaanse landschapsarchitecte Kathryn Gustafson, kon trots zijn. De buurtbewoners kwamen vooral op zonnige dagen tevreden genieten van het weidse panorama vanaf die ovale heuvel.

Een pastorale idylle in een grauwe stadswijk.

Het was allemaal te mooi om lang waar te kunnen zijn.

Die grasvlakte beneden was immers ook een ‘manifestatieterrein’. Jaarlijks moesten daar zes grote evenementen worden toegestaan, had de stadsdeelraad Westerpark besloten.

Zo kon het gebeuren dat de bewoners in juli hun geliefde uitzicht opeens ruw geblokkeerd zagen. Met hoge, ondoorzichtige hekken was het hele terrein afgezet. Niemand mocht van buiten een glimp opvangen van hetgeen daar gebeurde, want het ging om een grote commerciële manifestatie waarvoor dure tickets dienden te worden gekocht: het reggaefestival Two Sevens Splash.

Enkele weken lang was het park volledig in het ongerede: eerst de opbouw van de podia en de afrastering, vervolgens het weekend van het festival en daarna de afbouw.

Ik ben dat weekend een kijkje gaan nemen. Het was heet, droog en vol: duizenden, vooral zwarte Amsterdammers, waren op het festival afgekomen. Ze hadden er een leuke dag, wat hun van harte gegund was. Maar daar rondlopend kon je al voorvoelen wat de gevolgen zouden zijn van deze ‘manifestatie’: een volledig aan gort getrapte grasvlakte.

Dat bleek te kloppen toen we een week later weer ongehinderd vanaf onze heuvel omlaag mochten kijken. Het was nog erger dan verwacht. De grasvlakte was herschapen in iets dat het midden hield tussen woestijn en woestenij. Grashalmen konden alleen nog microscopisch worden getraceerd. In de plaatselijke krant, Het Parool, las ik een enthousiast stuk over het reggaefestival, maar niets over de barbaarse gevolgen.

Bij de stadsdeelraad kwamen klachten van bewoners binnen. Dat resulteerde in de volgende reactie van de bestuurderen: „Het gras op het evenemententerrein in het Cultuurpark verkeert op het ogenblik in een slechte staat. Dit is te wijten aan de extreme droogte in combinatie met de gehouden evenementen op het terrein. Omdat het hier speciaal gefundeerd gras betreft, krijgt dit terrein iedere nacht water via een geautomatiseerd besproeiingssysteem. Helaas was deze besproeiing de laatste tijd niet altijd mogelijk i.v.m. de opbouw van de evenementen en ontstane schade aan dit systeem. De schade wordt zo spoedig mogelijk hersteld.”

Anderhalve maand later. De zanderige littekens van het festival zijn nog altijd goed zichtbaar. De zomer is bijna voorbij, het is weer tijd voor uitzicht op de geraniums, thuis.

O rare stadsbestuurderen!

Zou u ook willen dat dit in uw eigen achtertuintje gebeurde? Eerst miljoenen euro’s uitgeven aan een prachtige groenvoorziening – om die vervolgens eendrachtig naar de filistijnen te laten helpen? Het wachten is op het volgende ‘evenement’.