Eindelijk sterft de Hollander in Terneuzen

Voorstelling: Der fliegende Holländer van R. Wagner door orkest Vlaamse Opera en Brabant Koor o.l.v. Ed Spanjaard m.m.v. o.a. John Bröcheler, Turid Karlsen. Decor: Kris Van Oudenhove; kostuums: Aziz; regie: Jeroen Lopes Cardozo. Gezien 29/8 Terneuzen. Herh.: 1, 3, 6, 9/9. Inl.: www.nazomerfestival.nl

Voor het eerst in zijn lange mythologische leven kwam de Vliegende Hollander dinsdagavond terug in zijn geboorteplaats Terneuzen om daar in de haven tijdens het Zeeland Nazomer Festival eindelijk te sterven, verlost door een vrouw die zich voor hem opofferde door zich in het kanaal te verdrinken.

Ooit wilde de Hollander tijdens een storm op zee niet sterven. De duivel gaf hem een eeuwig leven dat een bezoeking werd. De Hollander vloog met zijn spookschip over de oceanen tot het meisje Senta zich zijn lot aantrok. De opera eindigt met een Wagneriaanse liefdesdood.

Voor duizend toeschouwers op een open tribune aan de samenvloeiing van twee kanalen wordt Der fliegende Holländer uitgevoerd in een realistisch decor: schepen varen langs, meeuwen vliegen over. De driemaster van de Hollander doemde op als een wit spookschip onder gitzwarte luchten. Verre bliksems waren een echo van het noodweer waarin de Hollander ooit verzeild raakte, maar nu bleef het droog.

De voorstelling blijft in de enscenering van Jeroen Lopes Cardozo zwerven tussen waan en werkelijkheid. Daartussen is een luik, een witte lijst. De Hollander, een wringend-dramatische rol van John Bröcheler, stapt als een geestverschijning uit die lijst. Al is zijn schip gehavend, ten ondergaan kan het niet: ‘Nergens een graf, nooit de dood!’

Het geheel is een sterke en effectvolle voorstelling. Ed Spanjaard dirigeert hier zijn eerste Wagnervoorstelling bij het orkest van de Vlaamse Opera, dat onder de tribune zit. Spanjaard komt tot een buitengewoon beeldende weergave met zwiepend schuim en vliegende storm. Er wordt over het algemeen prima gezongen, zoals door Henk van Heijnsbergen (Daland), Bernard Loonen (Steuermann) en Alison Metternich (Mary). De tenor Charles Hens is door zijn heldere stem een hoogst opvallende, krachtige en gedreven vertolker van Erik, de verloofde van Senta. Een hoogtepunt is hun lange duet, want de Noorse sopraan Turid Karlsen is de ster van de voorstelling. Met haar stralende stem schept zij haar Hollander, de mythe wordt een visioen, haar tijdelijke aardse leven offert zij in het kanaal tussen Gent en Terneuzen voor zijn eeuwige dood.