Een knuttenparadijs

Dat klimaatverandering blauwtong naar Nederland bracht, is niet waarschijnlijk.

Een warme zomer kan voor uitbraken zorgen, maar een ‘warme winter’ niet.

Een uitzonderlijk warme julimaand en kijk: een paar weken later duikt een virus op dat zich normaal niet noordelijker waagt dan Spanje. De theorie dat de klimaatverandering de oorzaak was van de recente blauwtonguitbraken in Nederland, is snel geformuleerd.

Is het waar? De vaststelling, deze week door een Brits laboratorium, dat het type blauwtongvirus dat in Nederland is opgedoken níet voorkomt in Zuid-Europa, maakt dat moeilijk voorstelbaar. ‘Serotype 8’ is een virus dat opduikt ten zuiden van de Sahara en het Caraïbisch gebied, misschien in India en Pakistan.

Ook zonder deze kennis twijfelen wetenschappers aan het idee dat déze uitbraak het gevolg zou zijn van klimaatverandering – maar warmer weer brengt een volgende blauwtonguitbraak wel dichterbij. Voor zo’n uitbraak zijn besmette knutten nodig, kleine muggen met de wetenschappelijke naam Culicoides, die van een warm klimaat houden. Blauwtong is niet besmettelijk van schaap tot schaap.

Door klimaatverandering kon men in Nederland wáchten op een uitbraak, was een van de waarschuwingen uit een risicoanalyse die Armin Elbers, epidemioloog bij het Centraal Instituut voor DierziekteControle (CIDC) in Lelystad, in 2003 al maakte.

Een Britse studie die in februari 2005 in Nature Reviews Microbiology stond, liet zien dat er een relatie is tussen blauwtong en het veranderende klimaat. De Britten constateerden dat de ziekte het meest wordt vastgesteld in gebieden waar de grootste temperatuurstijgingen plaatsvonden (bijvoorbeeld Italië). Ook tekenden ze aan dat vóór het einde van de jaren negentig nooit een grote epidemie in Europa had plaatsgevonden, terwijl handelsroutes tussen blauwtonghaarden en Europa al eeuwen bestaan. Maar het Nederlandse klimaat van vandaag is geen kopie van dat van Zuid-Europa van tien jaar geleden. De maand juli was ongekend warm, maar bijvoorbeeld de zomer van 1947 kende ook vier hittegolven. Klimaatdeskundigen van het KNMI zien afgelopen zomer dan ook niet als manifestatie van een veranderend klimaat.

Ook Pim Martens van het ICIS, een Maastrichts instituut voor duurzame ontwikkeling, ziet in de huidige uitbraak geen verband met een veranderend klimaat, zeker nu het virus niet uit Zuid-Europa blijkt te komen. Epidemioloog Elbers nuanceert aan de telefoon zijn eigen risicoanalyse en spreekt over een incident. Maar: „De hete maand juli heeft ongetwijfeld meegespeeld, en creëerde voor de knutten een paradijs”.

Is het virus dan door veetransport in Nederland gekomen? Voor zover bekend is er geen transport van vee uit de landen waar serotype 8 voorkomt. De plaatsvervangend directeur van het CIDC: „We komen er misschien nooit achter wat er is gebeurd.” En Elbers voegt toe, dat het voor de hand ligt, dat bijvoorbeeld een besmette giraffe of antilope voor een wildpark of dierentuin uit Afrika is geïmporteerd in de getroffen regio.

In ieder geval is het waarschijnlijk dat het virus hier vólgend jaar niet meer is: het kan waarschijnlijk alleen overwinteren als de knutten overwinteren. Daarvoor is het hier te koud.

Dossier blauwtong, ministerie van Landbouw: www.minlnv.nl(zie ‘Actuele onderwerpen’ klik op ‘bluetongue’)