Dollars voor steun van Libanons shi’ieten

Zowel de Libanese regering als de shi’itische organisatie Hezbollah biedt de shi’itische oorlogsslachtoffers geld voor verwoeste huizen. Beide proberen hun invloed uit te breiden in de shi’itische gebieden.

In het commandocentrum van de Hogere Commissie voor Hulp in het regeringscentrum in Beiroet overziet Nabil Jisr negen tafels met ambtenaren. De door Israëlische bombardementen aangerichte ravage in Zuid-Libanon en Zuid-Beiroet, waar de shi’itische verzetsbeweging Hezbollah haar hoofdkwartieren en aanhangers heeft, is de inzet van een strijd om de hearts and minds van de getroffenen. Want nu het stof is neergedaald, probeert zowel Hezbollah als de regering hun invloed uit te breiden in de shi’itische gebieden.

De Libanese regering begint met een behoorlijke achterstand. Sinds Hezbollah in 2000 de laatste Israëlische troepen uit het zuiden verdreef, is de beweging vrijwel almachtig geweest in het gebied. Dat willen ze graag zo houden. „Maak u geen zorgen over de wederopbouw”, zei Hezbollahleider Hussein Nasrallah in een televisietoespraak tijdens de oorlog. „We hebben vrienden die voor ons zullen betalen.”

In Haret Hreik, de Hezbollahwijk in Beiroet, deelde Hezbollah afgelopen week knisperende dollarbiljetten uit aan mensen wier huis was vernietigd. Duizenden families ontvingen 12.000 dollar om de eerste zes maanden door te komen. Daarna volgt er een definitieve financiële regeling, zo heeft Hezbollah beloofd. Volgens velen komt het geld uit Iran, de belangrijkste sponsor van de beweging.

„Vrijwel direct na het staakt-het-vuren begon Hezbollah met puinruimen en compensatie uitdelen”, vertelt Ahmad Hatoum, loco-burgemeester van de wijk. Hij zegt zelf geen Hezbollahlid te zijn. „Maar ik steun ze wel”, zegt Hatoum in zijn snikhete kantoor. „Ik zou de airco wel aan willen doen, maar ja, de overheid heeft de stroom nog niet aangesloten.”

Buiten klinkt het gedreun van pneumatische hamers, bulldozers en ander zwaar materieel, nodig om puin te ruimen. „Die zijn hier door de overheid heen gestuurd”, zegt de locoburgemeester. „Maar ze zouden eigenlijk alles moeten doen in Haret Hreik. Wij zijn Libanees. We hebben recht op hun steun.”

Een dergelijke uitspraak is precies wat hoofd hulpcoördinator Jisr van de Libanese overheid wil horen. „De overheid wil er ook zijn voor alle Libanezen”, zegt hij in het commandocentrum. „Daarom zijn we nu bezig met het in kaart brengen van de ergste schade. En vervolgens gaan we ook uitkeren.” Gisteren werd bekend dat de Libanese overheid 33.000 dollar per vernietigd huis gaat betalen. Volgens hun cijfers zijn er 15.000 woningen verwoest.

Onder coördinator Jisrs leiderschap wordt er driftig getelefoneerd, gegevens worden in computers ingevoerd en soldaten en ambtenaren lopen in en uit. „We zijn nu de schade aan het bepalen, om straks gericht hulp te kunnen bieden”, zegt Jisr, in krijtstreeppak. Daarnaast positioneert de Libanese overheid zich als het enige kanaal waarlangs hulpgeld binnen kan komen.

„Wij bepalen waaraan het donorgeld wordt uitgegeven”, zegt Al-Jesr. „Alles moet via ons gaan.” En hij wil nog iets onderstrepen. „We zijn niet in competitie met Hezbollah. Maar over een paar maanden zullen de Libanezen begrijpen dat hun overheid hun echte redder is.”

Een tocht langs vernietigde dorpen in het zuiden leert dat Hezbollah hier nog geen mensen heeft betaald. „Als ze niet snel komen met geld, zal ik de internationale media video’s laten zien van Hezbollahs raketwerpers naast onze huizen”, zegt een shi’itische vrouw in het dorp Siddiqih. „Want daarom hebben de Israëliërs mijn woning kapotgeschoten.”

Wel zijn vrijwel alle beschadigde woningen en auto’s gemerkt met cijfers, erop gespoten met een spuitbus. „Ze zijn hier van de overheid geweest om de schade op te nemen”, zegt Kamel Balhas. In de muur van zijn huis zit een groot gat. „Ze waren er vrij snel bij, moet ik zeggen.” Het is zijn zesde oorlog. „Mijn huis is al twee keer verwoest. Nee, Hezbollah heb ik nog niet gezien.”

Een van de vier semi-overheidsorganisaties die zijn aangesteld om de schade in kaart te brengen is de organisatie Herstel voor het zuiden, die al sinds 1978 actief is in het gebied. „Na de Israëlische inval van 1996 hebben we vrijwel alle huizen in kaart gebracht en gefotografeerd. Dat komt ons nu goed van pas”, zegt Ali Jezinni, tweede man binnen de organisatie die voornamelijk wordt bemand door aanhangers van Amal, een andere shi’itische beweging in Libanon.

„Wij zijn gemachtigd om de compensatie straks uit te delen”, vertelt Jezinni. Hij geeft een dik boek met foto’s van alle projecten die de organisatie de afgelopen zes jaar heeft uitgevoerd. „Wij zijn volledig transparant en verbonden aan het kantoor van de premier.” Dat Hezbollah ook geld betaalt deert hem niet. „Iedereen mag geld aan nemen van wie ze maar willen. Het is duidelijk dat de beweging dit geld geeft als compensatie voor een oorlog die ze zelf heeft gestart”, zegt Jezinni.

Op tafel ligt een ingevuld schadeformulier voor een woning, compleet met foto’s van vóór en na de bombardementen. „In deze vakjes vult onze medewerker in wat de exacte schade is. Wij maken vervolgens een berekening en keren het geld uit”, zegt Jezinni. Met een glimlach: „Wat zal ik zeggen? We hebben het vaker gedaan in Libanon.”