Dienstregeling NS moet toch beter

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer wil nog in de loop van volgend jaar verbeteringen zien in de nieuwe dienstregeling van de NS. Dit bleek gisteren tijdens een spoeddebat met minister Peijs (Verkeer, CDA).

De minister gaat onder druk van de Tweede Kamer alsnog een poging wagen om de dienstregeling van de NS te verbeteren. Dat beloofde ze nadat vrijwel alle fracties haar hadden geconfronteerd met ontevreden berichten uit de eigen achterban.

De Kamerleden vinden het vooral onverteerbaar dat reizigers vanaf eind dit jaar als de nieuwe dienstregeling van kracht wordt, langer onderweg zullen zijn. De treinreis tussen de Randstad en het noorden en oosten van het land gaat langer duren, onder meer ook door de noodzaak om over te stappen.

Peijs hield de Kamerleden voor dat het haar niet meer zal lukken voor 2007 ingrijpende verbeteringen aan te brengen in het nieuwe spoorboekje. „Ik wil op diverse fronten zoeken naar een verbetering maar voor 2007 is er niks meer aan te doen.” Voor volgend jaar zou het naar verwachting van Peijs nog mogelijk zijn om enkele korte verbindingen, zoals tussen Amersfoort en Zwolle te verbeteren.

Meer substantiële veranderingen, zoals in de verbinding tussen Randstad en het noorden en oosten, waar Peijs „samen met de NS” een ontwerp voor wil maken, zullen pas in 2008 van kracht kunnen worden. Daarop reageerden de Kamerleden met de boodschap dat ze de onvrede niet moet bagatelliseren en zich niet zo snel moet neerleggen bij het standpunt van de Spoorwegen.

Een meerderheid in de Kamer wil dat Peijs met de NS zoveel mogelijk verbeteringen invoert in de loop van volgend jaar. Als daarvoor genoegen moet worden genomen met iets minder punctualiteit dan in het contract tussen Rijk en NS staat vermeld, dan mag dat van de Kamerleden.

Volgens de minister is er geen sprake van dat NS kampt met grote tekorten aan materieel en personeel. Na publicaties in de media heeft ze NS-directeur Veenman om opheldering gevraagd. „Zijn brief hierover sprak boekdelen” , aldus Peijs. De Kamerleden toonden zich echter allerminst overtuigd door de verklaring van de NS-baas. CDA-woordvoerder Van Hijum vindt dat de minister „geen coulance mag hebben op het punt van de zitplaatsgarantie en op de trefkans op een conducteur” .