Den Haag wil weten van meevallers

Haagse musea moeten de gemeente Den Haag voortaan informeren als een verkocht kunstwerk onverwacht veel of weinig opbrengt. Dit heeft wethouder Jetta Klijnsma (Cultuur) gisteren besloten na een analyse van de Masjkov-zaak.

Het Haags Gemeentemuseum wilde vorig jaar een stilleven van de Russische kunstenaar Ilja Masjkov afstoten en kreeg daar volgens de regels toestemming voor van de gemeente. Andere musea wilden het kunstwerk niet hebben. Het museum besloot daarop het via veilinghuis Sotheby’s te proberen met een catalogusprijs van 1000 euro. Uiteindelijk bracht het schilderij in december op een veiling in Londen 3,3 miljoen euro op.

Het museum informeerde de wethouder pas zes maanden later over de onverwacht hoge opbrengst. Wethouder Klijnsma vindt dat het museum haar direct op de hoogte had moeten brengen, omdat de gemeente als eigenaar direct belanghebbende is. Zij vindt ook dat gemeenten een verkoop moet kunnen heroverwegen.

Directeur Wim van Krimpen van het Haags Gemeentemuseum beaamt dat het handiger was geweest de wethouder direct te informeren. Hij kan zich ook vinden in een aanpassing van de regelgeving. Dat het schilderij uiteindelijk 3,3 miljoen euro opleverde, omschrijft Van Krimpen onder meer als „geluk” en een geval van op de juiste tijd op de juiste plaats zijn. Het stilleven was onderdeel van de speciale Russian Sale van Sotheby’s in Londen. Verschillende Russische kunstverzamelaars hebben daar tegen elkaar op zitten bieden.

Het museum heeft uiteindelijk na aftrek van de veilingkosten ruim 2,6 miljoen euro overgehouden aan de verkoop. Het wil dit geld gebruiken voor nieuwe aankopen voor de collectie, waaronder tekeningen van Klimt en werken van Immendorff en Warhol.