De oeroude beeldenstorm op Keros

Waarom zijn de prehistorische beeldjes op het Griekse eiland Keros allemaal kapot? Raadsel opgelost: het was geen geweld van grafrovers, maar een oeroud ritueel.

Een internationaal team van archeologen heeft deze zomer het oudste rituele centrum uit de Egeïsche prehistorie opgegraven. Op het Griekse Cycladeneiland Keros vonden ze een ritueel depot uit 2500 voor Christus. Dat zegt de Engelse archeoloog Colin Renfrew, één van de leiders van de opgraving, in een kort telefoongesprek. „We denken met de vondst ook het zogenoemde Raadsel van Keros, dat al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat, te hebben opgelost.”

De Cycladencultuur, die van ongeveer 3000 tot 1100 voor Christus bestond, is vooral bekend vanwege de idolen: handzame, bijna schematisch weergegeven figuren van wit marmer. Eind negentiende eeuw werden de eerste idolen in begraafplaatsen gevonden. Veel belangstelling was er niet voor de beeldjes; het publiek vond ze maar lelijk. Dat veranderde met de opkomst van het kubisme, toen kunstenaars als Henry Moore en Picasso zich door de geometrische vormen van de idolen lieten inspireren. Na de Tweede Wereldoorlog werden de idolen ook voor verzamelaars aantrekkelijk. Rovers haalden vele begraafplaatsen leeg en via veilinghuizen en handelaren kwamen de idolen zonder archeologische samenhang terecht in musea en privécollecties. Negentig procent van de ongeveer 1600 bekende Cycladenidolen zou afkomstig zijn uit illegale opgravingen. „Over de idolen is dus weinig bekend”, zegt Renfrew. „We weten dat ze bij begrafenissen zijn gebruikt, maar wat hun functie was, weten we niet.”

Door zijn recente opgraving op Keros denkt hij daar nu wel meer over te kunnen zeggen. Keros is een onbewoond eilandje tussen Naxos en Amorgos, waar in de jaren zestig rovers hebben huisgehouden. Archeologen hebben later bij wat nu bekend staat als het Speciale Depot alleen nog maar gebroken fragmenten gevonden. Hierdoor ontstond het Raadsel van Keros: was de plek een Cycladische begraafplaats geweest die door rovers totaal was verwoest? Of waren de marmeren idolen en kannen en stukken aardewerk, die de archeologen aantroffen, hier ooit bewust in stukken gedeponeerd?

Iets ten zuiden van het Speciale Depot, bij Dhaskalio Kavos, ontdekten Renfrew en collega’s een ongeschonden vindplaats met talloze fragmenten. Na zes weken graven luidt de conclusie dat de plek zeker geen begraafplaats was. Renfrew: „We hebben alles gezeefd en zelfs geen tand gevonden.” Het feit dat ze ook nauwelijks aan elkaar passende fragmenten hebben opgegraven leidt tot de belangrijkste conclusie: „De voorwerpen zijn rond 2500 voor Christus elders gebroken om hier gedeponeerd te worden. De plek was dus een ritueel centrum.”

Renfrew gebruikt bewust niet het woord heiligdom. „We hebben geen sporen van door mensen gemaakte constructies zoals een altaar gevonden. De plek had waarschijnlijk door zijn natuurlijke ligging, aan zee met uitzicht op het nog kleinere eilandje Dhaskalio, een rituele betekenis.”

Renfrew gaat volgend jaar verder graven, want het blijft onduidelijk in wat voor ritueel de idolen zijn gebruikt. „Wat is de betekenis van het breken van voorwerpen die van andere eilanden en het vasteland kwamen? In sommige culturen worden bij feesten voorwerpen gebroken. Ik pleit daarom voor een nieuw specialisme: thrausmologie, de studie van met opzet gebroken fragmenten.”