Capote weer briljant vertolkt

Dit jaar won Philip Seymour Hoffman een Oscar voor zijn optreden als Truman Capote. Volgend jaar is het misschien Toby Jones. In Venetië ging weer een film over de schrijver in première.

Dit jaar werd de Oscar voor beste acteur gewonnen door Philip Seymour Hoffman voor zijn rol in Capote. Het zou heel goed kunnen dat deze Oscar weer naar een acteur gaat die Truman Capote speelt. De Britse acteur Toby Jones speelt hem in Infamous, en hij steekt Hofman naar de kroon in zijn portret van de Amerikaanse schrijver.

Infamous gaat ook nog eens over precies hetzelfde deel van het leven van Capote als Capote: het schrijven van In Cold Blood, de non-fiction novel over de moord op een familie in Kansas. Regisseur Douglas McGrath zet het toeval naar zijn hand met de opmerking: „Het echte wonder is dat er maar twee films zijn.” Die twee films zijn in ieder geval zo goed dat er nog plaats is voor een derde. De relatie tussen kunst en werkelijkheid blijft in het geval van Capote fascineren. Misschien zou elke regisseur er een film over moeten maken.

De nieuwe film legt de nadruk op de relatie die ontstaat tussen de schrijver en een van de moordenaars van de familie Clutter, die in de gevangenis zit in Kansas. Huiveringwekkend wordt de film als het scènes in de gevangenis afwisselt met scènes in New York, waar Capote aan zijn vriendinnen uit de high society over zijn ervaringen vertelt. Dan vindt de eerste vervorming van de werkelijkheid plaats, die van In Cold Blood misschien toch meer novel dan non-fiction maken. Gruwelijk is het om Capote, wiens boek ook een aanklacht is tegen de doodstraf, te horen zeggen dat hij hoopt dat de moordenaars snel opgehangen worden. Want pas dan heeft het boek zijn einde en kan het gepubliceerd worden.

Het Palalido zat opeens vol boeren met kiespijn toen Capote in de film wat minne opmerkingen maakte over de journalistiek. De filmpers lachte wel om de manier waarop Capote de mensen uit Kansas voor zich wist te winnen: met verhalen over zijn vriendschap met sterren als Humphrey Bogart en Marlon Brando. Maar ook op het Lido blijven de sterren ver weg. De afstand in meters mag dan zijn geslonken, maar figuurlijk is het nog een ravijn. Alleen wie in hotel des Bains of het Excelsior logeert, zit tijdens het ontbijt naast juryvoorzitter Catherine Deneuve of zwemt een baantje naast Scarlett Johansson. Voor de minder gefortuneerden blijft de rode loper over, hoewel het daar ook steeds minder wordt. De loper is dit jaar nog groter geworden en de plaats voor het publiek kleiner. Sommige sterren richten zich alleen op de aanwezige fotografen en cameramannen, die aan de zijkant van het podium opgesteld waren, en moesten door het festival gemaand worden hun gezicht niet alleen en profil maar ook en face aan het publiek te tonen. Voor de pers zijn er dan nog de interviews en de persconferenties. Op de eerste mocht Scarlett Johansson de vraag beantwoorden hoe het is om een seksbom te zijn. „Leuk”, zei de actrice braaf glimlachend. Johansson speelt een van de hoofdrollen in The Black Dahlia, de openingsfilm van het festival. De film van Brian de Palma is gebaseerd op een gelijknamige roman van James Ellroy over de moord op een beginnende actrice in 1947 en doet vooral verlangen naar echte film noir uit die tijd. De schrijver, van wie eerder met meer succes L.A. Confidential werd verfilmd, was ook aanwezig op de persconferentie. Hij leek over de film nog het meest enthousiast: „De Palma heeft de kern van dit verhaal over seksuele obsessie en verlossing weten te behouden. Structuur en personages zijn intact gebleven. And it’s a hell of a ride.”