Besparen met eigen import

Steeds meer particulieren kopen een gebruikte auto in Duitsland. Het kost een beetje moeite, maar de keus is ruimer en het financiële voordeel is groot.

Een bijna nieuwe BMW 3-serie of Mercedes C-klasse voor de prijs van een gebruikte Ford Mondeo of Renault Laguna? Autoliefhebbers zullen in de rij staan, want wie wil er niet in een duurdere auto rijden dan hij betalen kan? Maar waar zijn zulke buitenkansjes te vinden? Niet bij Nederlandse dealers. Wél in Duitsland. Daar kan de prijs- en merkbewuste autokoper moeiteloos slagen.

Neem de nieuwe BMW 320 CDI, een populaire auto in de zakelijke markt. Eén jaar oud met zo’n 10.000 kilometer op de teller vraagt een merkdealer in Duitsland er 25.000 euro voor. Een vergelijkbare auto kost bij een Nederlandse BMW-dealer 17.000 euro meer.

Een uurtje prijzen vergelijken op Nederlandse en Duitse occasionsites maakt duidelijk dat alle auto’s in Duitsland aanmerkelijk goedkoper zijn. Al lopen de prijsniveaus sterk uiteen. In het algemeen geldt: hoe exclusiever het model, hoe groter het prijsverschil. Bij een ‘jonge’ Volkswagen Polo, een boodschappenautootje, scheelt het hooguit een paar duizend euro. Bij een vrijwel nieuwe limousine als de Mercedes S500 kan het contrast oplopen tot zo’n 90.000 euro.

Hoe komt het dat de prijzen zo uiteenlopen? De Duitse markt is met 45 miljoen automobilisten vanzelfsprekend veel concurrerender. Maar belangrijker is het gebrek aan belastingharmonisatie binnen de Europese Unie. De fiscale tarieven zijn in Nederland veel hoger dan in de ons omringende landen. Over de nettocatalogusprijs van auto’s (dat is de prijs exclusief belastingen) wordt in Nederland behalve 19 procent btw ook 45,2 procent Belasting personenauto’s en motorvoertuigen (bpm) geheven.

Wie een auto importeert hoeft geen btw meer te betalen, wel bpm. Maar hoe ouder de importauto is, hoe meer korting de fiscus geeft op de speciale autobelasting. Voor een auto die minder dan een maand oud is moet nog 96 procent van het bruto bpm-bedrag worden afgedragen. Voor een negen jaar oude auto nog maar 10 procent van het bpm-bedrag dat in Nederland indertijd voor de betreffende auto moest worden betaald.

Wat betekent dat voor de eerder genoemde BMW 320 CDI? Omdat de auto één jaar oud is mag de oorspronkelijke 11.000 euro bpm voor dit model met 37 procent worden verminderd. Dat betekent dat 6.930 euro aan de Nederlandse douane moet worden afgedragen. Daarmee komt de aanschaf van de in Duitsland gekochte BMW uit op een totaalbedrag van bijna 32.000 euro. Dat is 10.000 euro minder dan in Nederland een vergelijkbare auto kost. Op de eerder genoemde Mercedes S500 bedraagt het voordeel na de bpm-heffing 70.000 euro.

Import door particulieren en autohandelaren is een fenomeen dat al decennia bestaat. Maar sinds een jaar neemt het verschijnsel flink toe. In de eerste zes maanden van dit jaar ging het om 29.365 auto’s, een toename van 35 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

Deze groei is voor een belangrijk deel te danken aan voormalig eurocommissaris Monti (Mededinging), die drie jaar geleden met nieuwe wetgeving een einde maakte aan de prijspolitiek van autofabrikanten. De producenten hielden altijd rekening met de verschillen in belastingdruk en compenseerden die deels door per land andere nettobedragen te hanteren. Hoge belasting, lage nettoprijzen – en omgekeerd. Met als tweeledig doel de showroomprijzen in landen niet te sterk uiteen te laten lopen en auto’s in landen met hoge belastingen betaalbaar te houden.

Toen Brussel drie jaar geleden de concurrentie op de interne markt wilde verbeteren door vrij verkeer van goederen mogelijk te maken, reageerden de autofabrikanten onmiddellijk. Om te voorkomen dat consumenten hun auto voortaan zouden kopen in het land met de laagste nettoprijzen, stapten ze over op eenheidsprijzen.

Voor de Nederlandse autokoper pakte dat slecht uit. Want niet langer waren de nettoprijzen in Nederland kunstmatig laag. Door de introductie van eenheidsprijzen zijn nieuwe auto’s in Nederland de afgelopen drie jaar 10 tot 15 procent duurder geworden. En daardoor is het contrast met de Duitse prijzen alleen maar vergroot.

Een bijkomende verklaring is dat het minder ingewikkeld is geworden om een auto in te voeren. Nog steeds moet een importauto per trailer of autoambulance naar een van de 25 keuringsstations van de Rijksdienst wegverkeer (RDW) worden vervoerd. Maar deze verplichte keuring, die vooral is bedoeld om vast te stellen hoeveel bpm dient te worden afgedragen, kan tegenwoordig ook zonder afspraak geschieden. Bovendien zijn er diverse bureaus gekomen die de autokoper voor zo’n 1.250 euro alle rompslomp (vervoer, papieren, keuring, plus kentekenplaten) uit handen nemen. Drie weken na het tekenen van het koopcontract kan de auto op een Nederlands adres worden opgehaald.

Wat ook meespeelt zijn de langere garantietermijnen. Een jonge importauto kon daarom zonder risico worden gekocht. „Nederlandse dealers staan natuurlijk niet te juichen als de eigenaar van een importauto met een garantieklacht langskomt”, zegt woordvoerder Rob Boon van de bond van garagehouders Bovag. „Maar garantie is garantie”.