Alsof het onweer nadert

Pas op de Duitse Autobahn, ver van huis dus, kreeg ik de kans een lang gekoesterde wens in vervulling te doen gaan. Eindelijk na bijna twee dagen ongeduldig sukkelen op de Hollandse zogenaamde snelwegen kon ik het pedaal tot aan de bodem doortrappen. Snel en allerminst zeker drukte ik mijn voet naar beneden. Het geluid van de Maserati GranSport MC Victory – alleen al de naam – begon onheilspellende vormen aan te nemen. Alsof een onweer naderde. En toen, voordat ik het besefte, wees de snelheidsmeter 240 kilometer per uur aan. Wat een sensatie!

Mijn zwarte Italiaanse droomauto met de fameuze Maserati-drietand kon nog sneller, zo had ik gelezen in de handleiding. Maximaal zo’n 290 kilometer per uur! Maar zelfs op de Autobahn werd mij dit avontuur niet gegund. Voordat ik de neiging zou krijgen nog sneller te rijden, moest ik al weer gas terugnemen om niet een bestuurder van een Mercedes of BMW tot wanhoop te jagen. Ik weet (helaas) niet wat me zou zijn overkomen wanneer ik het gaspedaal verder had kunnen indrukken. Maar het gevoel dat ik bij 240 kilometer per uur had, was al sensationeel genoeg.

De zenuwen gierden door mijn keel. Dit was het nu, dit was wat autorijders voelen wanneer ze hun kar naar nauwelijks beheersbare snelheden sturen: opwinding en sensatie. Misschien denken al die mensen die mij hebben zien rijden in een Maserati dat ik gelukkiger ben dan zij. Want wie in een Maserati kan rijden, is uitverkoren, nietwaar? Zo’n auto die je zelden ziet, in tegenstelling tot andere snelle en sportieve auto’s – Porsches en Ferrari’s – wordt immers alleen bestuurd door bijzondere mensen. Inderdaad, ik ben bijzonder, ik mag twee dagen in een Maserati rijden, ik mag twee dagen anderen de ogen uitsteken. Ik ben een blije rijder, want ik rij Maserati. Om nooit te vergeten.

Ik parkeerde mijn godsgeschenk op de boulevard van een strandplaats, want met zo’n auto dient men zich op uitbundige oorden te vertonen. Onmiddellijk werd ik geconfronteerd met een kenner. „Zullen we ruilen?” vroeg een man in korte broek en kniekousen van omstreeks tachtig en hij wees op zijn oude racefiets. „Mooi autootje. Ik heb er vroeger ook een gehad. Jammer dat hij zwart is. Een sportauto moet een opvallende kleur hebben. Dan vallen de vrouwen op je.”

’s Avonds parkeerde ik mijn cadeau bij de golfbaan, tussen chique auto’s en patserige Jeeps. Ik was nog niet uitgestapt of een Amerikaan vroeg: „May I borrow your car? I always wanted to have a Maserati.” Bewonderende blikken naar binnen. Zoals overal gedurende mijn twee prachtige dagen, maar nooit een uiting van verbazing. Eerder van teleurstelling. Het interieur is ingetogen, geen bijzondere klokjes, geen glitter: gewoon een mooie, degelijke auto.

Een automatische versnellingsbak, die ook handgeschakeld kan worden – wat leuker is. Maar verder? Niets bijzonders. Dat is ook zo bijzonder aan deze Maserati. Je ligt in een smal racekuipje en geeft gas, want dat is het leukste. Even gas geven en de motor horen brullen. En als het we toch over Italiaans design moeten hebben: dat speciale Maserati-klokje op het dashboard. Italiaanse élégance, noemen ze dat. En dan dat Italiaanse vlaggetje op de zijkant. Dat doen alleen Italianen.

Na nog geen 500 kilometer – niet eens snel rijden of accelereren – was de tank van 80 liter leeg. Voltanken is bijna 120 euro. Dat is even schrikken. Maar het genot van een bewonderende tankbediende vergoedt veel. Om op de Autobahn weer overmoedig het gaspedaal in te drukken. De acceleratie van een Maserati is de grootste sensatie. Een comfortabele auto die het soms fijn vindt om te brullen. Net een mens.

Guus van Holland

Guus van Holland is sport- en eindredacteur van NRC Handelsblad en rijdt in een Renault Scénic.