Als het niet heel snel kan, duurt het vaak veel te lang

Sinds de nieuwe Vreemde-lingenwet zijn er minder asielzoekers. Dat is goed, zegt de voorzitter van de commissie die de wet evalueerde.

Belangrijke doelstellingen van de Vreemdelingenwet van 2001 waren het versnellen van de asielprocedure en het voorkomen dat in dezelfde zaak steeds opnieuw kon worden geprocedeerd. Het aantal asielaanvragen moest omlaag.

Wat dat betreft zijn we niet ontevreden, zegt Michiel Scheltema. Hij is voorzitter van de Evaluatiecommissie Vreemdelingenwet, die de wet op verzoek van de Tweede Kamer evalueerde en deze week het eindrapport aanbood aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD).

Scheltema: „Nederland is binnen Europa een stuk minder populair geworden om asiel aan te vragen. Jaarlijks melden zich ongeveer 10.000 asielzoekers, dat aantal is aanzienlijk lager dan vóór de wet. Er waren jaren dat zich vijf keer zoveel mensen meldden.” Overigens begon de daling al voordat de wet was ingevoerd, ook in de ons omliggende landen.

Hoe heeft de wet dit veranderd?

„Onder de oude wet kon een asielzoeker lang in Nederland blijven, ook als hij geen kans maakte op een verblijfsvergunning. Hij kon eindeloos bezwaar maken. Die mogelijkheid is er onder de nieuwe wet niet meer. Nu kan hij slechts één keer een procedure beginnen.”

U bent minder tevreden over de asielprocedure zelf?

„Die bestaat uit een korte procedure van 48 uur. Als het de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) binnen die termijn niet lukt om een beslissing te nemen, komt de asielzoeker automatisch in de ‘normale’ procedure die, officieel een half jaar duurt maar vaak uitloopt. Het verschil tussen de korte en de lange procedure is te groot. Als het niet in 48 uur kan, kan het misschien wel in een maand. En dan moet het ook in een maand.”

U vindt ook, staat in het rapport, dat ‘ketenpartners’ onvoldoende betrokken zijn bij de uitvoering van de wet en daardoor gedemotiveerd raken. Wat zijn dat voor partners?

„Bijvoorbeeld gemeenten. Maar ook de vreemdelingenkamers (onderdeel van de rechtbank, red.), organisaties voor rechtsbijstand of Vluchtelingenwerk. De IND ziet hoeveel mensen er binnenkomen. Die informatie is van belang voor anderen. Rechtbanken en advocaten weten dan met hoeveel mensen ze rekening moeten houden. Het zou prettig als de IND dat wat beter kan communiceren.”

In veel gevallen was vergelijking met de situatie onder de oude wet niet meer mogelijk, omdat gegevens ontbraken. Hoe kan dat?

„Tja, veel gegevens werden gewoon niet bijgehouden. Gegevens over de tijd dat een procedure daadwerkelijk duurde bijvoorbeeld. Dat maakt vergelijken lastig. Overigens worden gegevens ook onder de nieuwe wet onvoldoende bijgehouden. Dat moet beter. Alleen dan weet je bij incidenten, bijvoorbeeld een gezin dat extreem lang in de procedure zit, of het écht een incident is, of dat het representatief is voor het beleid.”

Weet u wat er gebeurt met mensen nadat ze zijn afgewezen?

„Nee. De IND weet dat ook vaak niet. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun terugkeer. Ze melden niet aan de IND: adios, we gaan. Als ze weg zijn, is dat doel bereikt. Dan maken we ons niet al te veel zorgen over waar ze gebleven zijn.”

Het is bekend dat veel asielzoekers die geen verblijfsvergunning kregen, illegaal in Nederland verblijven.

„Dat hebben we niet bekeken. De doelstelling van de evaluatie was om te kijken of de wet, waar de Kamer mee heeft ingestemd, goed loopt. Dát hebben we gedaan.”