Zwijgzame dienstbaarheid

Buitenlandse politiek speelt in de Nederlandse verkiezingen geen rol van betekenis meer. Dat blijkt nu weer uit het deze week gepubliceerde programma van de VVD waarin met geen woord daarover wordt gerept. Via het lidmaatschap van een aantal internationale organisaties, de NAVO en de Europese Unie, kan Nederland proberen een zekere invloed uit te oefenen. Maar wat bijvoorbeeld de NAVO nu, met Nederlandse medewerking, doet en laat in Afghanistan is nog geen punt van discussie in de verkiezingsstrijd. Aan het begin van de oorlog in Irak hebben we de Amerikanen en Britten wel politiek maar niet militair gesteund. De Nederlandse soldaten zijn pas gekomen nadat Den Haag dacht dat de oorlog zo goed als afgelopen was, en toen dat een vergissing bleek te zijn, was de afgesproken periode voorbij zodat ze weer naar huis konden. Gered door de gong, zeggen ze in de bokssport. Dat is geen samenhangende buitenlandse politiek.

Het is niet uitgesloten dat het in Afghanistan anders zal gaan. Toen driekwart jaar geleden het sturen van soldaten aan de orde kwam, overheerste de indruk dat het hier om een wederopbouwmissie zou gaan. Het kabinet ging akkoord. In de loop van de volgende maanden werd de toestand steeds gevaarlijker en nu begrijpt iedereen wel dat van de Nederlanders een ‘robuust optreden’ mag worden verwacht. Let op de verandering in de betekenis van ‘robuust’. Een paar jaar geleden betekende het nog ‘stevig gebouwd’; nu dat je er niet tegenop mag zien de vijand op een paar precisiebommen te trakteren als de situatie dat noodzakelijk maakt. De Talibaan herstellen zich op hun manier robuust, maar de Nederlanders hebben nog geen kogelvrije containers, ze slapen in tenten. Is dat voor een zó verstrekkende, met zoveel ambities omgeven missie, niet wat amateuristisch?

Dat het regime van de Talibaan geen kans krijgt zich te herstellen is in het belang van de Afghanen zelf en strekt tot voordeel van de veiligheid van het Westen. Daarover hoeven we in een Nederlandse verkiezingsstrijd geen discussie op touw te zetten. Dat NAVO-bondgenoten aan het front elkaar zoveel mogelijk steunen (daarover is een politiek meningsverschil), lijkt mij vanzelfsprekend. Maar nu gaat het om een andere fundamentele vraag. Hoe komt het dat vierenhalf jaar nadat deze tegenstander door Amerika verslagen leek, de NAVO dat werk nog eens moet overdoen?

Het antwoord is dat de Amerikanen na in eerste aanleg te hebben gewonnen, het land hebben verwaarloosd omdat president Bush en zijn neoconservatieven van mening waren dat de tijd was gekomen om met Saddam Hussein af te rekenen, en daarna de democratie in het hele Midden- Oosten te vestigen. Onder valse voorwendsels zijn ze de oorlog begonnen. Daarin werden ze gesteund door het kabinet-Balkenende, hoewel de Nederlandse inlichtingendiensten gerede twijfel hadden aan Saddams massavernietigingswapens, die de eerste casus belli waren.

Het Amerikaanse militaire en politieke beleid heeft daarna het land in de chaos gestort.

Bijna vijf jaar geleden, op 9/11 zoals we nu zeggen, is de oorlog tegen het internationaal terrorisme begonnen, althans volgen ons. De vijand heeft geen datum maar rekent met een veel langere periode. Hoe staan we ervoor? Deze maand heeft de Britse geheime dienst aanslagen op twaalf transatlantische vliegtuigen voorkomen. Twee Nederlandse F16’s begeleidden voor alle zekerheid een Amerikaans toestel dat een aantal baldadige passagiers aan boord had. In een Duitse trein wordt een aanslag voorkomen. In Libanon heeft, met stille instemming van Washington, de Israëlische luchtmacht grote verwoestingen aangericht. Intussen is een eind gekomen aan deze oorlog die Israël niets heeft opgeleverd, maar waaruit Hezbollah als de winnende partij tevoorschijn is gekomen. Time heeft als omslagverhaal het dagboek uit Bagdad van een van zijn belangrijkste verslaggevers: Life in Hell. Concurrent Newsweek meldt: Irak in vlammen. Osama bin Laden is nog spoorloos. Het conflict met Iran heeft geen oplossing. In Washington laten president Bush en de ministers Rice en Rumsfeld regelmatig weten dat het ergste voorbij is en dat Amerika zich niet van zijn koers laat afbrengen.

Van welke koers in welke oorlog? De radicale islam of het islamofascisme is de onverzoenlijke vijand. Het voert een asymmetrische oorlog tegen de westerse risicomaatschappij. Die verdedigt zich met talloze veiligheidsmaatregelen. Sommige tasten de burgerlijke vrijheden aan, zoals het afluisteren in Amerika en de behandeling van de gevangenen in Guantánamo en geheime kampen van de CIA. Maar hoe hermetisch we onze kwetsbaarheden ook verdedigen, de volgende explosie is niet uitgesloten.

Al oorlogvoerend doet het Westen alsof het in het Midden-Oosten uiteindelijk nog de baas is. Welk Midden-Oosten? Dat van de corrupte regeringen? Van onze olieleveranciers? Van de sektarische conglomeraten die elkaar onderling bestrijden? Van de stammen, de clans? Voeren we niet twee of drie oorlogen tegelijk? Tegen de terroristen, maar tegelijkertijd ook tegen een samenleving die zich in de relatieve oogwenk van een oorlog niet laat democratiseren en bovendien nog tegen een hele regio die hoe dan ook genoeg heeft van alle westerse inmenging? Voeren we misschien ook een achterhoedegevecht in de laatste fase van de dekolonisatie?

De afgelopen vijf jaar hebben proefondervindelijk geleerd dat onder leiding van het Amerika van president Bush, met assistentie van premier Blair, het Westen opereert met een wisselende en vaak slechte strategie in een toenemende chaos. Beide staatslieden hebben dientengevolge voor een meerderheid van de kiezers hun geloofwaardigheid verloren. Hun beleid in ‘de oorlog tegen het internationaal terrorisme’ zal onderdeel van de inzet in de volgende verkiezingen zijn.

Als kleine macht heeft Nederland internationaal niet veel in te brengen. Maar deelneming aan operaties wordt op prijs gesteld. Nu heeft de natie in het buitenland de naam een brave maar wat bange knecht te zijn. Willen we dat? Of kan het de kiezers eigenlijk niets schelen? Bij gebrek aan een openbaar debat blijven we in ieder geval zwijgend medeplichtig aan de mislukkingen van de westelijke politiek.