Vooral niet te veel achterom kijken

Amerikanen blijven boos op Bush wegens zijn trage optreden na orkaan Katrina.

Uitgekiende toespraken die deemoedig én optimistisch zijn, zullen hem niet helpen.

President Bush kijkt vanuit het raampje van Air Force One beduusd neer op het ondergelopen New Orleans. Deze foto van het allereerste bezoek van George W. Bush aan de Amerikaanse Golfkust, op 31 augustus vorig jaar, wordt door vele kranten dezer dagen opnieuw afgedrukt. Eergisteren begon hij aan zijn twaalfde bezoek aan het gebied, sinds orkaan Katrina er huishield, gisteren precies een jaar geleden.

Terwijl Bush uit zijn vliegtuigraampje keek, namen op de grond de misère, de chaos en de radeloosheid onder de arme achterblijvers nog steeds toe. Voor een meerderheid van de Amerikanen was dat beeld onvergetelijk en nog steeds onvergeeflijk. En ze blijven boos. Op hun president, die destijds vrolijk vakantie vierde. Op het onderschatte gevaar van een dijkdoorbraak in New Orleans. Op de late reacties van het federale hulpagentschap FEMA en de lokale autoriteiten. Op de trage wederopbouw. Op het onnodig hoge dodental van ruim 1.500.

Dat de onvrede niet slijt maar groeit, bleek deze maand uit een peiling van het Amerikaanse tv-station CBS. Daarin keurde 51 procent van de ondervraagden Bush’ Katrina-beleid nog steeds af. In september 2005 was dit ‘slechts’ 48 procent. De nasleep van Katrina accelereerde destijds ook de neergang in Bush’ algehele waarderingscijfer. Hij dook voor het eerst onder de 50 procent, om daar ook nooit meer boven te komen.

De president kan er een jaar na dato vanzelfsprekend niet onderuit acte de présence te geven aan de Golfkust. Maar wat hij er ook zal doen of zeggen, hij kan het eigenlijk nooit goed doen. Hij zal onherroepelijk opnieuw alle aandacht vestigen op zijn falende Katrina-beleid. Eergisteren bezocht Bush Biloxi in Mississippi, gisteren New Orleans in Louisiana. Hier vielen veruit de meeste doden en vordert de wederopbouw ook minder snel dan in de buurstaat. De kerkklokken van de stad luidden er ‘s ochtends op het moment dat de dijken braken. Bush woonde een dienst bij, schoof aan bij een rondetafelgesprek en bezocht verscheidene plekken in de stad.

The Los Angeles Times beschreef vorige week hoe de presidentiële staf eindeloos schaafde aan Bush’ bezoek. Zijn toespraken moesten zowel deemoedig als optimistisch overkomen. De locaties van die speeches moesten niet te veel, maar ook niet te weinig puinhopen laten zien. En Bush moest vooral niet te veel achterom kijken. Woensdag stelde hij dan ook: „Ik wil dat mensen beseffen dat een eerste verjaardag ook niet meer is dan dat.” Om daar gisteren aan toe te voegen: „Het doet me pijn het te zeggen, maar de wederopbouw gaat eerder jaren dan maanden duren.”

In een poging de hernieuwde aandacht voor de falende wederopbouw voor te zijn, bracht de regering de afgelopen weken alvast een dik rapport uit. Het bevatte allerlei opbeurende statistieken. Zo heeft de federale overheid bijvoorbeeld al 20.000 gratis luchtbedden verstrekt.

De Democratische partij en andere oppositiegroepen in de VS reisden ook in groten getale af naar de Golfkust om een tegengeluid te laten horen. Zij weten wel raad met de politieke gevoeligheid rond Katrina en organiseren hun eigen persreizen naar gebieden die nog in puin liggen. Ze brengen ‘factsheets’ uit waarin ze er op wijzen op dat slechts een deel van het toegezegde geld reeds op de plaats van bestemming is. „De storm was een ramp, maar de grotere ramp was hoe de federale overheid reageerde”, schamperde de leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, Harry Reid.

Bovendien legt de oppositie gemakkelijk een verband met Bush’ andere impopulaire beleidsthema: Irak. De actiebeweging National Priorities Project becijferde dat de oorlog in Irak dagelijks 244 miljoen dollar kost. New Orleans ontving 117 miljoen dollar voor wat Bush ooit „de grootste stedelijke wederopbouw uit de nationale geschiedenis” noemde.