Schapen met vijf poten

Een bestuursfunctie bij een studentenvereniging is onverminderd populair bij werkgevers.

Eigenzinnige studenten hebben meer kans bij jonge bedrijven.

‘Gezocht: pas afgestudeerden met twee titels, een eigen bedrijf en een bestuursfunctie in een studentencorps. Cum laude is voor jou een vanzelfsprekendheid en buitenlandse ervaringen zijn je niet vreemd.’ Voldoe je aan die selectiecriteria, dan prijk je bovenaan het verlanglijstje van recruiters. Waarschijnlijk ben je al enkele jaren een felbegeerde prooi voor talentscouts en headhunters.

„Het schaap met de vijf poten is schaars”, zegt Auke Bijnsdorp, manager Campus bij Young Executive Recruitment (YER). „In de strijd om talent moet je er vroeg bij zijn.” Dus struinen recruiters universiteiten en hogescholen af op zoek naar ‘guppies’ die tot grote vissen kunnen uitgroeien. Ook grote bedrijven nodigen uitblinkers met een rugzak vol extra’s al vroeg in hun studie uit om aan business courses, workshops en trainingen deel te nemen.

Jesse Liebregts, brandmanager arbeidscommunicatie bij Unilever is net terug uit India, waar de multinational een International Field Experience had georganiseerd voor tien veelbelovende studenten. „We zoeken mensen met politieke, buitenlandse of bestuurlijke ervaring tijdens hun studie. Een eigen bedrijf of vrijwilligerswerk leveren ook pluspunten op”, schetst Liebregts het profiel. „Studenten dus die zich zo breed mogelijk ontwikkeld hebben.”

Frits Spangenberg, directeur van marktonderzoeksbureau Motivaction, kent de lange waslijst aan nevenactiviteiten waar de ideale afgestudeerde aan zou moeten voldoen. „De teugels worden aangetrokken”, zegt Spangenberg. „Maar je moet er wel voor waken dat de spontaniteit niet verdwijnt. Je loopt het risico het talent van oorspronkelijke mensen uit te sluiten.”

Het verhaal van Lennard Heij (29) bewijst dat er meer wegen zijn die naar Rome leiden. Hij deed geen twee studies, heeft nooit de scepter over een studentenvereniging gezwaaid en geen stage gelopen bij een bank in Londen. Maar Heij trok tijdens zijn studie civiele technologie en management wel naar het Himalaya-gebergte om daar met geld van een liefdadigheidsinstelling een school te bouwen.

Zonder lokale supervisie en feedback stuurde hij met een paar andere studenten vijftig dorpelingen aan. „Het was echt in de middle of nowhere, zes uur lopen van de bewoonde wereld, en de levensstandaard was bijzonder laag”, beschrijft Heij de barre condities. „Die ervaring heeft me gevormd.”

Zijn verblijf in de bergen bleek ook goud waard op de arbeidsmarkt. Heij: „Het is me nooit expliciet gezegd, maar ik merk in elk gesprek dat het deuren voor me opent.”

Headhunters en bedrijven in de bouwsector toonden interesse voor Heij, maar zijn avontuur smaakte naar meer. De uitdaging vond hij in Nieuw Zeeland, waar Heij voor een aannemers- en ingenieursbureau werkte en hoofdingenieur werd.

Heij: „Na vijf jaar stond ik voor de keuze: mezelf inkopen en partner-directeur worden of terug naar Nederland.” Heij koos voor de laatste optie. „Ik ben ambitieus. Nieuw-Zeeland is een kleine markt en ik wil me graag verder ontwikkelen.”

Een alternatieve route heeft het meeste kans van slagen bij bedrijven die niet tot de gevestigde orde behoren, meent Spangenberg van Motivaction.

„Het cv is een dilemma voor veel werkgevers. Kies ik voor iemand met de exact de juiste opleiding en nevenfuncties, of zoek ik iemand buiten de directe discipline die veelzijdig en flexibel van geest is en zich snel in de materie inwerkt? Marktleiders zijn vaak voorzichtiger. Bij startende ondernemingen zie je meer durf. Die hebben in hun drang om de markt te veroveren minder te verliezen.”

Toch is ook een uitmuntende cijferlijst en een goed gevulde cv bij de gevestigde orde niet altijd voldoende. In de eredivisie van de startersmarkt, die volgens Auke Bijnsma van YER bestaat uit de top strategieconsultancybureaus als McKinsey en Roland Berger, is er meer nodig om een voet tussen de deur te krijgen.

Zo had Bart van Rossenberg (25), die sinds een jaar als strategy consultant bij Roland Berger werkt, tijdens zijn studie technische bedrijfskunde genoeg nevenactiviteiten verzameld om drie cv’s te kunnen vullen. Op zijn veelzijdige lijst prijken een studie in Boedapest, werkervaring bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en diverse internationale business courses en bijlessen aan middelbare scholieren. Ook zijn cijfers – een cum laude vwo-diploma en een negen voor zijn afstudeerproject bij logistiek bedrijf TNT – waren een prima visitekaartje naar de arbeidsmarkt.

Maar het was ‘vooral een combinatie van charme, charisma en creativiteit’ waardoor Roland Berger zich liet verleiden om Van Rossenberg aan te nemen, aldus Bijnsdorp die hem naar voren schoof. Die eigenschappen kwamen tot uiting door zijn voorzitterschap bij het Gronings cabaretfestival en door zijn spontane initiatief een plantage in Indonesië op het goede spoor te zetten.

„Samen met een vriend en medestudent heb ik daar workshops gegeven en een analyse van de fabriek gemaakt”, vertelt Van Rossenberg.

De jonge strategieconsultant is de eerste om zijn eigen indrukwekkende ‘rijtjes’ te relativeren „Ik geloof niet zo in een oppervlakkig selectiecriterium als een cijferlijst. Je moet een sterke drijfveer hebben en die weten over te brengen. Dat is volgens mij de sleutel tot succes.”