Regering in Bagdad machteloos tegen de milities

De macht van de shi’itische milities neemt steeds verder toe in Irak. Premier Maliki heeft bij zijn aantreden beloofd de strijdgroepen aan te pakken. Maar hij blijkt daartoe voorlopig niet in staat.

In Diwaniya, een shi’itische stad 180 kilometer ten zuiden van Bagdad, was het gisteren weer rustig na een dag van bijzonder bloedige gevechten, zelfs naar Iraakse maatstaven. Woedend over de aanhouding van een van hun leiders, gingen strijders van Muqtada Sadrs Leger van de Mahdi met hun raketwerpers de straat op voor een dag van strijd tegen regeringstroepen. Iraakse en Amerikaanse versterkingen en de Amerikaanse luchtmacht moesten er aan te pas komen om te voorkomen dat het Leger van de Mahdi de macht in delen van de stad van ruim 450.000 inwoners zou overnemen. Het geweld eindigde pas nadat de provinciegouverneur naar Najaf was gereisd voor een onderhoud met Sadr. Volgens de autoriteiten vielen meer dan 80 doden in deze strijd: 23 eigen soldaten, 50 van Sadrs strijders en acht burgers. De meeste van de gedode soldaten waren door Sadrs strijders gevangen genomen en onthoofd.

Shi’itische milities zoals die van de jonge geestelijke Muqtada Sadr, een populistische en populaire, anti-Amerikaanse stokebrand die zijn invloed gaandeweg over het shi’itische deel van Irak uitbreidt, zijn de sunnitische rebellengroepen opgevolgd als grootste ondermijners van de stabiliteit van Irak, voor zover er van stabiliteit kan worden gesproken. Niet dat de sunnitische rebellen niet meer bestaan – zij zijn de zelfmoordterroristen en plaatsen bommen op drukbezochte plaatsen, zoals de bom op een markt in Bagdad die vanochtend 24 mensen het leven kostte. In de chaos neemt ook het crimineel geweld snel toe. Maar de meeste slachtoffers maken nu shi’itische milities, zeggen zelfs de Amerikanen die tot niet lang geleden als pleitbezorgers van de shi’ieten optraden. De zogeheten regering van nationale eenheid van premier Nouri al-Maliki heeft onder druk van de Amerikaanse ambassadeur, Zalmay Khalilzad de milities in haar regeringsverklaring de wacht aangezegd. Maar drie maanden na Maliki’s aantreden is hun positie eerder versterkt. In de tussentijd zijn duizenden Irakezen, in overgrote meerderheid burgers, bij geweld gedood, vorige (top)maand alleen al meer dan 3.000.

Sadr is niet de enige shi’itische geestelijke met machtsambities. Neem ayatollah Mahmoud al-Hasani uit Kerbala. Hasani heeft duizenden aanhangers en een militie, het Leger van Hussein (de belangrijkste shi’itische heilige), en probeerde de afgelopen weken herhaaldelijk het plaatselijke Imam Hussein heiligdom onder zijn controle te krijgen. Dat leidde tot botsingen met regeringstroepen en, althans volgens de regering, de arrestatie van honderden van zijn strijders. Hasani is tegen de Amerikanen, tegen de Iraakse autoriteiten, tegen de nieuwe grondwet, tegen Iraanse invloed, tegen Muqtada Sadr, van wie hij vroeger een medestander was, en zelfs tegen grootayatollah Ali Sistani, wijd en zijd erkend als hoogste shi’itische geestelijke autoriteit. Het staat wel vast dat Hasani door zijn veelheid aan vijanden uiteindelijk niet ver zal komen.

Veel gevaarlijker is de Badrmilitie van de invloedrijke Opperste Raad van de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI), een van de machtigste politieke partijen in Irak. De SCIRI is in de jaren ’80 in ballingschap in Iran opgericht, en de Badrmilitie is er opgeleid en bewapend. Als de Amerikanen het hebben over Iraanse invloed in Irak, doelen ze in de eerste plaats op de SCIRI, een beschuldiging overigens die door zijn leider Abdul-Aziz al-Hakim als ongedocumenteerd van de hand wordt gewezen. De Badrmilitie is onder de vorige regering geïnfiltreerd in de nationale politie en de politiecommando’s, die in overgrote meerderheid uit shi’ieten bestaan. Sunnitische leiders en burgers zien de politie daarom algemeen als doodseskaders.

Amerikaanse leiders bagatelliseerden vaak de situatie in Irak met de uitspraak dat maar een paar (sunnitische) provincies gewelddadig waren, en dat het in de rest van het land rustig was. Daarin is door de groeiende activiteit van de milities drastisch verandering gekomen. Bagdad blijft het grootste probleem, maar in het shi’itische zuiden is in verscheidene steden een dodelijke machtsstrijd uitgebroken tussen verschillende milities. In de grote zuidelijke stad Basra wordt een zware strijd (140 doden in juni) uitgevochten over oliebelangen, waarvoor Sadrs militie en de Badr een ad hoc bondgenootschap hebben gesloten tegen een derde partij, die kleinere maar ter plaatse sterke Fadhilapartij.

De milities zijn niet alleen strijdgroepen maar ook sociaal-politieke organisaties en hebben veel zuidelijke steden, en ook de twee miljoen inwoners tellende shi’itische enclave Sadr City in Bagdad, veranderd in de facto islamitische republieken. Drank- en videowinkels zijn platgebrand, en geen vrouw vertoont zich er nog zonder de islamitische hoofddoek en chador, de allesverhullende zwarte omslagdoek. Steun van de bevolking hebben zij gewonnen door – zoals Hezbollah in Libanon of de Moslimbroeders in Egypte – betere gezondheidszorg en onderwijs te verzorgen dan de op alle fronten falende regering doet.

Tegenstanders of overtreders van het recht van de sterkste partij, bijvoorbeeld mannen en vrouwen die van overspel worden verdacht, worden naar believen opgepakt, gefolterd en ter dood gebracht. The Washington Post citeerde vorige week commandanten van het Leger van de Mahdi in Bagdad die er geen enkele moeite mee hadden met – vermeende – tegenstanders af te rekenen: „Die zaken hoeven niet naar religieuze rechtbanken te gaan. Onze grondwet, de koran, legt de dood op aan hen die zelf doden.” De lijken die dagelijks langs de straten van Bagdad worden gevonden, gisteren nog 25, zijn hun slachtoffers.

Premier Maliki herhaalde gisteren zijn belofte dat hij de milities zal aanpakken. Zijn probleem is dat zijn politieke overleven afhankelijk is van Muqtada Sadr en Abdelaziz Hakim. Maliki zelf maakt deel uit van de Dawapartij, die samen met Sadrs groep en de SCIRI (en enkele kleinere groepen) de shi’itische alliantie vormt, met 128 van de 275 zetels de veruit grootste groepering in het Iraakse parlement. De stemmen van Sadrs 30 parlementsleden gaven in mei de doorslag bij de verkiezing van Maliki als beoogd premier.

Niet voor niets maakte Maliki drie weken geleden woedend bezwaar tegen een Amerikaans-Iraakse legeroperatie tegen het Leger van de Mahdi in Sadr City. De shi’itische sloppenwijk is ook nog niet aan de beurt geweest voor grote schoonmaak in het kader van Operatie Samen Voorwaarts, de huidige inspanning van duizenden Amerikaanse en Iraakse militairen om Bagdad te pacificeren.

Aan de andere kant – wat dan nog? Een Amerikaanse commandant gaf onlangs toe dat het niet zo moeilijk is voor militieleden om aan de veiligheidsoperatie te ontsnappen. Op een persbriefing in Bagdad zei kolonel Michael Shields, commandant van een deelnemende Amerikaanse brigade: „De milities zijn deel van de bevolking. Ze versmelten in de bevolking. Het is erg moeilijk hen te identificeren als ze hun wapens neerleggen.”